Sobere economische top, zonder Obama

Wereldleiders pogen opnieuw de economische neergang te stoppen. Frankrijk wil hervormen, Bush niet echt. En de nieuwe machtige man, Barack Obama, blijft weg.

Leden van Oxfam voerden gisteren actie in Washington, waar de landen van de G20 bijeen komen. Volgens Oxfam zijn de armen van de wereld de voornaamste slachtoffers van de kredietcrisis. Foto AFP World leaders, portrayed by Oxfam campaigners, celebrate after completing their mock summit checklist November 14, 2008 in Layfayette Park across from the White House in Washington, DC. World leaders converge on Washington today for an emergency G20 Finincial Crisis Summit. AFP PHOTO / TIM SLOAN AFP

Op het moment dat gisteren Europese staatshoofden en de voorzitter van de Europese Commissie aan boord gingen van hun vliegtuigen op weg naar Washington, kwam uit Brussel het pijnlijke bericht. Voor het eerst sinds de oprichting van de eurozone is het gebied officieel in een recessie beland.

Exact dit soort feiten, tegen een setting van snel verslechterende economische omstandigheden, bedoelde president Bush toen hij alweer een top aankondigde over de wereldeconomie. De nood is zo hoog; afwachten is geen optie.

Regeringsleiders van de twintig belangrijkste economieën – plus enkele eerder nog ongenode gasten zoals Spanje en Nederland – zijn dit weekend bijeen in Washington om de ernstigste economische neergang sinds de Grote Depressie te stoppen en te praten over de financiële infrastructuur. Minder abstract gezegd: hoe organiseren we ons financiële stelsel? Hoe krijgen we beter zicht op hoe banken internationaal zaken doen, terwijl toezichthouders niet over grenzen heen werken? Hoe zien we in het vervolg beter aankomen dat er onverdedigbare risico’s genomen worden?

Het wordt een sobere top, zo benadrukken zowel organisatoren als deelnemers. Dat uit zich niet alleen in de gespreksonderwerpen, maar ook in de opzet en in het ontbreken van de bij dit soort bijeenkomsten zo gebruikelijke franje. Het merendeel van de regeringsleiders kwam gistermiddag pas in Washington aan, een paar uur later begon in het Witte Huis al een bijeenkomst die officieel als ‘werkdiner’ op het programma staat. Vanochtend om acht uur zou de conferentie de tweede dag ingaan en om drie uur ’s middags moet president Bush een afsluitende verklaring voorlezen. Daarna gaat iedereen weer naar huis, linea recta terug naar Argentinië en Australië, naar Canada en China.

Enkele van de deelnemers, waaronder Frankrijk en Spanje, maken er geen geheim van de Verenigde Staten te beschouwen als aanstichter van de kredietcrisis. Toen de top aangekondigd werd riep de Franse president Sarkozy op dat dit een mooie gelegenheid was „een einde te maken uit de verachtelijke praktijken uit het verleden”. Daarom moest de bijeenkomst ook in New York plaatsvinden, „waar het allemaal begon”. Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties bood daarop zijn hoofdkantoor aan als locatie – maar Bush hield het liever dichtbij huis.

Sindsdien worden historische vergelijkingen getrokken. De bijeenkomst zou van het niveau van ‘Bretton Woods’ kunnen worden, de top waarop in 1944 het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank werden opgericht. Ook al gingen daaraan jaren van overleg vooraf.

De coördinatie van toen was daarmee wat nu de conflicterende wereldvisies zijn. Enkele voorbeelden. Sarkozy stelt voor toezichthouders toe te staan internationaal te opereren – waar Bush tegen is. De Duitse kanselier Angela Merkel wil hedgefondsen gaan reguleren – wat Bush niet wil. De Britse Gordon Brown suggereerde voorstander te zijn van meer coördinatie tussen centrale banken – waarin hij alleen lijkt te staan. En wat Hu Jintao, China’s president, op het gebied van toezicht voorstaat is zelfs voor deskundigen een mysterie. Over Hu’s voorbereiding is niet meer bekend dan dat zijn delegatie honderd man sterk is.

President Bush nam eergisteren, tijdens een toespraak op Wall Street, een voorschot op de top – en poogde zijn eigen positie op te waarderen van gastheer naar gespreksleider. Hij zei dat de crisis „geen mislukking van het vrijemarktsysteem is” en dat het „heruitvinden” ervan dus ook een verkeerd antwoord zou zijn.

Bush’ probleem is zijn opvolger. Barack Obama blijft weg: Amerika heeft maar één president tegelijkertijd. Ook al stuurt hij twee afgezanten, waaronder oud-minister Madeleine Albright, om in de marge regeringsleiders te ontmoeten, de onzekerheid blijft. Wat is de houdbaarheid van afspraken die nu met Bush gemaakt wordt?

Een van de gespreksonderwerpen die direct raakt aan het Amerikaanse interregnum zijn fiscale stimuleringsplannen direct gericht op bedrijven en consumenten. China en Duitsland hebben dat soort ingrepen aangekondigd, in Groot-Brittannië wordt het voor volgende week verwacht en meerdere landen zouden dit weekend met een collectieve ingreep willen komen.

President Bush voerde dit voorjaar al een dergelijke ingreep door, wil daarom niet nog een keer. Wie wel? Obama.