Senaat besteedt 8.200 euro aan dienstkousen

Nergens in Europa leggen politici zichzelf zo in de watten als in Italië. Voor verkiezingen beloven ze steevast beterschap, daarna vergeten ze die weer.

„Ongelooflijk” is nog elke dag het meest gebruikte woord in ons gezin, sinds we in Italië wonen. De geactualiseerde uitgave van het boek La Casta (De Kaste) van Sergio Rizzo en Gian Antonio Stella biedt weer volop reden tot verbazing.

In een jaar tijd zijn de kosten van de politiek volgens deze onderzoeksjournalisten van Corriere della Sera met 100 miljoen euro gestegen, tot meer dan twee miljard. En dat terwijl ze met 12.000 euro netto per maand, exclusief toelages, al met afstand de bestbetaalde parlementariërs van Europa zijn.

In mei 2007 veroorzaakten Rizzo en Stella een golf van verontwaardiging, toen ze tot in detail voorrekenden dat de Italianen veel meer betalen aan hun politieke klasse dan andere Europeanen.

Politici verdienen hier niet alleen heel veel, er zijn er ook veel meer dan elders. Ze hebben ook nog allerlei voorrechten, zoals gratis openbaar vervoer, gratis theater en tot voor kort zelfs gratis knippen door de parlementaire kapper.

De dominante moraal in de politiek, schreven Rizzo en Stella, is „meer macht verwerven om meer geld te verdienen, meer geld verdienen om meer macht te verwerven en opnieuw meer macht om meer geld te cumuleren”.

Tijdens de verkiezingscampagne dit voorjaar riepen de vertegenwoordigers van de kaste om het hardst dat het afgelopen zou zijn met de privileges. Deze week tonen Rizzo en Stella dus aan dat het systeem alleen maar duurder is geworden. De Senaat bijvoorbeeld geeft dertien miljoen euro meer uit en komt nu op een begroting van 570 miljoen. Dat is 1,77 miljoen euro per senator. Maar ook de Kamer van Afgevaardigden, het Constitutionele Hof en het presidentiële paleis kampen met begrotingsoverschrijdingen. Dat laatste kost nu al vier keer zoveel als het Britse koningshuis.

Op de balans van de Senaat staan uitgaven die „voor een gewone burger niet makkelijk te begrijpen zijn”, schrijven Rizzo en Stella. Zo is er in zes maanden 19.800 euro uitgegeven voor de huur van sierplanten. In drie maanden ging 8.200 euro op aan „panty’s en dienstkousen”. „Diensthemden” stonden voor 56.000 euro op de begroting. Er is 16.200 euro uitgegeven voor „beschermende kleding voor scooterrijdend personeel”. Meer dan een kwart miljoen gaf de Senaat uit aan agenda’s ontworpen door het Milanese modehuis Nazareno Gabrielli.

De belangrijkste post bij de gestegen uitgaven vormen echter de „solidariteitsbijdragen” die 57 senatoren kregen omdat ze in april niet werden herkozen. Aan hen is 7,2 miljoen euro uitgekeerd. Clemente Mastella, ex-senator en ex-minister van Justitie, die het kabinet-Prodi liet vallen, kreeg 307.328 euro om „te reïntegreren in de samenleving”. Zelfs het katholieke weekblad Famiglia Cristiana sprak er schande van. Het blad riep hem op er een goed doel voor te zoeken. Maar Mastella piekert daar niet over: „Het bedrag komt volgens de wet alle ex-parlementariërs toe.”

Ook zeer jonge kersvers gepensioneerde parlementariërs konden op zo’n forse „resocialiseringsvergoeding” rekenen. Ex-minister van Milieu Alfonso Pecoraro Scanio, de voorman van de Groenen wiens partij de kiesdrempel niet heeft gehaald, is met 49 jaar met pensioen gegaan en ontvangt voor de rest van zijn leven maandelijks 8.836 euro.

De jongste gepensioneerde is 46. Deze Rino Piscitello van Forza Italia krijgt 7.985 euro per maand als pensioen, en hoeft daar niets van in te leveren nu hij een nieuwe goedbetaalde baan heeft aanvaard: bestuursvoorzitter van de luchtvaartmaatschappij van de Italiaanse post.

Veelzeggend is ook het overzicht van de salarissen van de regiopresidenten. De communist Niki Vendola gaat aan kop. Als gouverneur van de regio Apulië (4,1 miljoen inwoners) ontvangt hij jaarlijks 226.631 euro. Ter vergelijking: Arnold Schwarzenegger, de gouverneur van Californië (36,5 miljoen inwoners en de zevende economie ter wereld) krijgt 162.598 euro. Deze bedragen vallen nog in het niet bij het loon van Luis Durnwalder, president van de autonome provincie Bolzano (Zuid-Tirol). Hij krijgt 320.496 euro voor het besturen van een gebied met minder dan een half miljoen inwoners.

Rizzo en Stella becijferen dat het Quirinaal, het paleis van de president, de Italianen twee keer zoveel kost als de Fransen kwijt zijn aan het Élysée van president Sarkozy. Duitsers betalen per persoon 23 cent voor het onderhouden van hun presidentieel systeem, de Spanjaarden 48 cent, de Fransen 1,70 en de Italianen 4 euro. „Dat is niet gemakkelijk te begrijpen”, aldus Rizzo en Stella. Ofwel: ongelooflijk.