Schrijvers en keizerinnen

Parijs is een stad van parken. Iedereen komt er. De een woont dichter bij het deftige Parc Monceau, de ander is dagelijks toerist in de Jardin du Luxembourg. Geluksvogels beklimmen in de middagpauze de Buttes Chaumont om even Parijs te domineren.

Ook als je alleen een plantsoen voor de deur hebt, ga je. Iedereen heeft af en toe de illusie nodig van frisse lucht, groen en een beetje rust.

Maar je kunt het ook verder zoeken. Aan de westkant van de stad, achter de kantoorkolossen van La Défense, vind je dezelfde negentiende schaduw van cultuur en geschiedenis, maar dan een paar krullen in de Seine verder.

Een paar stops. We beginnen bij het begin. In 1799 koopt Napoleon Bonaparte het Château de Malmaison, in het stadje Rueil-Malmaison, op tien kilometer van Parijs. Een paar jaar bestuurt hij Frankrijk van hier uit. Vooral keizerin Joséphine verleent kasteel en park een ziel. Zij laat de dromerige waterbassins in het park aanleggen, de bomen planten die nu, ruim twee eeuwen later, als perfect decor dienen voor picknick en wandeling. In het kasteel zijn tentoonstellingen rond Napoleon en Joséphine. Hier geen toeristenstromen – zelfs niet voor antieke kunstcollectie van Joséphine die deze winter te zien is.

Rueil-Malmaison en het naburige Chatou zijn vooral bekend om het Ile des Impressionistes dat tussen de twee stadjes in de Seine ligt. Renoir, Manet, Monet kwamen hier om de natuurgezichten rond de Seine te schilderen. Nu wordt hier in het weekeinde volop gewandeld, gefietst en gelunched door Parijzenaars en voorstadbewoners.

Aardig zijn de schrijversdomeinen hier en daar. Zoals het Château van Monte Christo, een sprookjesvilla met popperig park dat romancier Alexandre Dumas in 1844 liet bouwen in Le Port-Marly. Een stuk verderop, in Médan, ligt het huis annex museum van Emile Zola.

Maar de negentiende eeuw wordt het beste bewaard op een bizarre plek eerder langs de Seine: achter het gereedschapsverhuurbedrijf Kiloutou, boven een drukke weg de stad uit, in Bougival. Hier staat het half Zwitserse-half Russische chalet waar Ivan Toergenjev de laatste jaren voor zijn dood in 1883 woonde.

De Russische schrijver had zich – in opperste harmonie – gevestigd in de tuin van de villa van het Parijse intellectueel-artistieke echtpaar Louis en Pauline Viardot. Operazangeres Pauline, zuster van de diva La Malibran, werd door Toergenjev tientallen jaren aanbeden.

Meer dan een museum is de datsja van Toergenjev een driedimensionaal familiealbum waar je Europese cultuur kunt voelen en ruiken, zonder grenzen tussen landen en disciplines. Men schetste elkanders portretten, liet brieven achter en speelde muziek. Nu kan men talmen voor de bibliotheek van Toergenjev, portretten en manuscripten, zijn sterfbed. Op zondagmiddag zijn van tijd tot tijd intieme pianorecitals – het is er klein. Aan de schrijftafel van Toergenjev zit soms Alexandre Zviguilsky – Toergenjev-geleerde en redder van dit plukje geschiedenis – te praten met Russische literatuurstudenten, of te mopperen. Want Toergenjev is niet veilig: een projectontwikkelaar wil het park ‘remodelleren’ en er een woonwijk bouwen. Met de illusie van rust en een beetje groen.

René Moerland