Ook problemen infrastructuurfondsen

Infrastructuur lijkt misschien een beleggingsklasse die aan de kredietcrisis is ontsnapt. Beleggers hebben de eerste negen maanden van dit jaar 21,5 miljard dollar in infrastructuurfondsen gestoken, meer dan in 2006, volgens Probitas Partners. Het Californische onderzoeksbureau denkt dat er de komende twaalf maanden 94 miljard dollar op zoek zal zijn naar geschikte projecten. Bovendien verwachten de infrastructuurfondsen een rendement van 12 tot 15 procent op hun investeringen – een hogere doelstelling dan vóór het toeslaan van de kredietcrisis.

Deze fondsen hebben hogere rendementen dan ooit nodig, omdat de rendementen op andere langetermijnbeleggingen zijn gestegen. Een onlangs uitgegeven obligatie met een looptijd van tien jaar van de Amerikaanse tabaksfirma Altria leverde een rendement van 10 procent op.

Maar het is één ding om hogere rendementen te willen en iets anders om ze ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het is lastig om het beoogde resultaat te bereiken, vooral omdat crediteuren de infrastructuurfondsen dwingen met minder vreemd vermogen te werken – het aandelenpercentage van de beleggingen is sinds vorig jaar verdubbeld naar 40 procent.

Bovendien zijn infrastructurele bezittingen als luchthavens en autosnelwegen niet volledig immuun voor economische problemen. Ze beschikken misschien over quasi-monopolistische kwaliteiten, die zorgdragen voor een betrekkelijk stabiele kasstroom. Volgens UBS is tijdens vorige recessies het autowegverkeer op bepaalde snelwegen met wel 10 procent gedaald. Als gevolg daarvan zijn de beurskoersen van tolwegbedrijven het afgelopen jaar enorm gekelderd.

Om aan hun eigen doelstellingen te voldoen, moeten de prijzen die de fondsen betalen een behoorlijk eind dalen. Uit een analyse van breakingviews blijkt dat de prijzen van infrastructurele bezittingen ten opzichte van vorig jaar met 30 procent moeten dalen, als de fondsen een rendement van 12 procent willen boeken.

Dat zou zo maar kunnen. De aandelenkoersen en de grondstoffenprijzen zijn harder onderuitgegaan. Krap bij kas zittende overheden van staten en gemeenten, of bedrijven die wanhopig proberen hun schuldenlast te verminderen, zouden zich gedwongen kunnen zien goedkoop te verkopen. En hoewel de verwachte toestroom van infrastructuurkopers de prijzen tijdelijk hoog zou moeten houden, lijken een paar van de grootste spelers als het Australische Macquarie minder actief bij grote veilingen. De kredietcrisis heeft Babcock and Brown de kop gekost. En de concurrentie kan moeite hebben met het vinden van kapitaal.

Fiona Maharg-Bravo