Onderbetaald, incompetent samenraapsel

Het Congolese leger vlucht voor de rebellen van Laurent Nkunda, soldaten plunderen en verkrachten. ‘Het verhaal van het leger is het verhaal van de permanente crisis van de Congolese staat.’

Het Congolese leger „mist zowel de cohesie als de noodzakelijke mankracht om de landsgrenzen adequaat te verdedigen”, aldus de CIA. „Onvoldoende salaris, slechte werkomstandigheden en lange werkdagen hebben geleid tot grote desertie.” Het leger „blijft afhankelijk van buitenlandse militaire middelen en advies”, volgens de Amerikaanse inlichtingendienst.

Deze kritische evaluatie van het Congolese leger dateert van oktober 1987, toen Congo nog Zaïre heette en het staatshoofd Mobutu. Maar ze zijn nog steeds van toepassing. „Desorganisatie loopt als een rode draad door de geschiedenis van het Congolese leger”, zegt Hans Hoebeke, Afrika-expert van het Egmont Instituut, een Brusselse denktank voor internationale ontwikkelingen. „Het verhaal van het leger is het verhaal van de permanente crisis van de Congolese staat, die eigenlijk nooit echt heeft bestaan”, aldus Hoebeke.

Het is dus minder verbazingwekkend dan het misschien lijkt, de volstrekte machteloosheid van het officiële Congolese leger de afgelopen weken tegenover het veel kleinere rebellenleger van de Congolese Tutsi-krijgsheer Laurent Nkunda. De 25.000 regeringssoldaten in de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu zijn massaal op de vlucht geslagen voor de circa vijfduizend rebellen van Nkunda, die zegt op te komen voor de Tutsi’s in Oost-Congo.

Onderbetaalde, ongemotiveerde soldaten plunderden eind vorige maand Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu. Soldaten schoten naar verluidt negen burgers dood. Deze week overvielen vluchtende regeringssoldaten Kanyabayonga, 150 kilometer ten noorden van Goma. Tijdens hun strooptocht verkrachtten ze vrouwen, aldus de Verenigde Naties.

De toch al overvraagde VN-vredesmissie in Congo, MONUC, die slechts 5.800 van zijn 17.000 blauwhelmen in Noord-Kivu heeft gestationeerd, moet nu dus behalve op de rebellen, ook een wakend oog houden op troepen die geacht worden juist mee te helpen bij het beschermen van weerloze burgers.

De incompetentie van het eigen leger maakt Kinshasa afhankelijk van steun van buitenaf, wat de kansen vergroot op een herhaling van 1998. Toen schoten Angola, Zimbabwe, Tsjaad en Namibië Kinshasa te hulp tegen rebellen die steun kregen van Rwanda, Burundi en Oeganda. De internationale inmenging leidde tot de ‘Eerste Afrikaanse Wereldoorlog’ die vijf jaar en enkele miljoenen doden later eindigde. Inmiddels stapelen de aanwijzingen zich op van nieuwe inmengingen in Congo.

Volgens Hans Hoebeke zijn er ook aanwijzingen dat de „coterie” rond de Congolese president Joseph Kabila bewust de centrale aansturing van het leger zwak houdt, omdat er lokale belangen beschermd moeten worden, zoals inkomsten uit de mijnen in Oost-Congo. Hoebeke: „De regering organiseert nu vanuit Kinshasa meer onveiligheid dan veiligheid.”

Op hun beurt onttrekken plaatselijke legereenheden zich aan het laatste restje regie uit Kinshasa. De eenheden exploiteren illegaal grondstoffen in Oost-Congo, meldde dit jaar de Britse organisatie Global Witness. Dat doen zij soms samen met Hutu-extremisten die na de massamoord op Tutsi’s in Rwanda in 1994 naar Congo vluchtten. De aanwezigheid van de Hutu-milities is voor Laurent Nkunda reden om zich op te werpen als beschermheer van Tutsi’s.

President Kabila beloofde vorig jaar dat hij de Hutu-milities, de FDLR, zou ontwapenen. In ruil daarvoor beloofde Rwanda, dat Nkunda steunde, dat het de grens met Congo strenger zou bewaken. Zo zou Nkunda niet langer bevoorraad kunnen worden. Beide beloftes zijn niet waargemaakt, beide partijen beweren dat de ander zijn woord brak.

Voor Kabila blijven de Hutu-milities een nuttig instrument tegen Nkunda, die nog altijd steun krijgt vanuit Rwanda. Nkunda zit, net als de Hutu-militanten en de losgeslagen regeringssoldaten, in de illegale grondstoffenwinning. De Congolese regering vindt ook een medestander in de occulte Mai Mai-milities. „De milities in Oost-Congo zijn de enigen die Kabila echt kan vertrouwen, bij gebrek aan een betrouwbaar regeringsleger”, zegt Neil Campbell van de International Crisis Group. Dit doet ook betwijfelen of Kabila, als hij al had gewild, de Hutu-milities wel had kúnnen neutraliseren.

Het gevolg is dat Nkunda zijn bekende argument kan blijven verkondigen, dat hij de Tutsi-minderheid in Oost-Congo beschermt tegen de FDLR en Congolese regeringstroepen. De protectiemaatregelen van reddende engel Nkunda bestonden de afgelopen weken vooral uit grote gebiedsveroveringen in Noord-Kivu waarbij tienduizenden onschuldige burgers op de vlucht werden gejaagd.

„En als reactie daarop zoekt president Kabila weer steun bij milities in Oost-Congo”, zegt Neil Campbell, „en dus kan Nkunda weer claimen dat hij Tutsi’s beschermt. Een vicieuze cirkel.”

Kinshasa leunt niet alleen op buurlanden als Angola en op de Hutu-milities. Campbell, die in september nog in Noord-Kivu was, zegt dat onlangs ook „Russische aanvalshelikopters en vliegtuigen” in de Congolese hoofdstad zijn geland. „In ruil voor mijnconcessies in de provincie Katanga.”

Campbell en Hoebeke zijn kritisch over de VN-missie in Congo. MONUC heeft in het verleden te snel samengewerkt met het Congolese leger. Het angsthazenleger is impopulair bij de bevolking en dus is ook MONUC geloofwaardigheid verloren. Maar, benadrukken Hoebeke en Campbell, het is cruciaal dat MONUC blijft doen wat het kan om burgers te beschermen. Hoebeke: „Anders komt het lot van Congo opnieuw volledig in handen van omringende landen. Dan wordt het heel gevaarlijk.”

De grote landen moeten meer doen: Zaterdag &cetera, pagina 6