NedCar wil alle ervaring graag in huis houden

De geplaagde autofabrikant NedCar is ervan overtuigd dat er betere tijden komen. Hoe diep het dal is waar de autofabrikant eerst doorheen moet, is echter niet te voorspellen.

Joost Govaarts kijkt vanuit zijn kantoor uit op de A2 tussen Maastricht en Eindhoven. De directeur van NedCar hoeft niet naar buiten te kijken om te weten dat er minder Mitsubishi Colts en Outlanders rijden. De verkoopcijfers zeggen genoeg.

Afgelopen juni vierde NedCar met alle 2.100 personeelsleden het veertigjarig bestaan. De problemen van drie jaar geleden, toen de productie van de Smart wegviel, waren definitief achter de rug. Tien maanden na het binnenhalen van de order voor de Outlanders rolden de eerste SUV’s van de band, de presentatie van de nieuwe Colt op de autobeurs van Parijs was aanstaande: NedCar had „twee benen om op te staan”. En de kredietcrisis? Die leek ver weg.

Daarna ging het snel. De verkoop daalde met 30 procent in een paar weken tijd. En niets wijst op herstel. „Niet alles laat zich inschatten”, zegt Govaarts. „De nieuwe Colt moet in een aantal landen nog geïntroduceerd worden. Over de verkoop daarvan valt minder met zekerheid te zeggen.”

Twee weken geleden liet het bedrijf al weten dat de productie van Outlanders en Colts rond de jaarwisseling stilligt. Diensten zijn verkort van 8,5 naar 8 uur. Govaarts verhult niet dat het gaat om „eerste maatregelen”. Binnen 2 à 3 weken volgt er meer. Hoe het pakket er dan uit zal zien hangt af van de gevoelstemperatuur op de automarkt van dat moment. „En van besluiten in Den Haag.”

De toestemming van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) om tijdelijk korter werken op kosten van de WW toe te staan, komt voor NedCar als geroepen, zegt Govaarts. „Veel autofabrieken elders hebben al afscheid genomen van hun flexwerkers. Bij ons zijn de 500 tot 600 nieuwe medewerkers die we binnen konden halen voor de komst van de Outlander nog binnen. Die groep bestaat voor eenderde uit oudgedienden die vertrokken zijn na het stoppen met de Smart en voor het overige uit nieuwelingen die langzaam maar zeker ingewerkt worden. Het zou heel zuur zijn als we hen nu moesten laten gaan.” Dinsdag bespreekt het kabinet met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers welke aanvullende maatregelen nog nodig zijn.

De president-directeur verwacht ook heil van de mobiliteitscentra, die boventallige medewerkers moeten helpen bij het vinden van ander werk. „Daar hebben we bij de herstructurering rond het einde van de Smart ervaring mee opgedaan. Toen hebben we 80 procent van de mensen aan ander werk kunnen helpen.”

In mobiliteitscentra werken allerlei regionale instanties samen. In dit geval: de provincie Limburg, de gemeente Sittard-Geleen, uitkeringsinstellingen CWI en UWV, en kennisinstituut Kenteq. Werknemers kregen onder meer de kans om zich te laten scholen, op grond van de kennis en praktijkervaring die ze al hebben. Daarvoor krijgen ze vrijstellingen, zodat ze relatief eenvoudig alsnog een (hoger) diploma kunnen halen.

Govaarts (52) is al bijna een kwart eeuw in dienst bij NedCar. Vaste medewerkers werken gemiddeld 20 jaar voor de autoproducent. Dat helpt in omstandigheden als de huidige. „Ze hebben al zoveel problemen doorstaan, dat ze het gevoel hebben dat we ook dit wel zullen overleven. Dat doet niets af aan de algemeen heersende teleurstelling. Temeer omdat er iets gebeurt dat je als bedrijf niet zelf in de hand hebt.”

Vandaar ook de woede op de werkvloer over de banken die – zo is het gevoel bij NedCar – de boel belazerd hebben. „Ook voor mij zijn ze van hun voetstuk gevallen. Kortetermijndenken is deels inherent aan ons economisch systeem, maar door zo extreem risicovol producten aan de man te brengen hebben ze er wel een erg grote puinhoop van gemaakt.”