'Mijn boodschap: geloof niets en niemand'

Met ontslag voor veertien acteurs en een boek vol toneel verlaat Koos Terpstra Groningen. Hij weet nog niet wat hij gaat doen.

Toneelmaker Koos Terpstra gaat weg bij het Noord Nederlands Toneel (NNT). In elf jaar tijd bouwde hij de groep om tot een enerverend Brechtiaans punkbandje. Wat Terpstra hierna gaat doen is nog niet duidelijk.

Bij het NNT heeft u een neo-Brechtiaanse methode geïntroduceerd.

„Welnee, wat een onzin. Brecht is voor mij tamelijk heilig, maar zijn theoretische kant stelt niet zo veel voor. Allemaal trucjes.”

Maar u heeft toch, net als Brecht, het toneel vermengd met lichte amusementsvormen – cabaret, liedjes, circus – om het publiek bij de les te houden?

„Dat is niet typisch Brecht. Dat deed Shakespeare ook.”

Maar bij Brecht en zijn navolgers, zoals u, heeft het een specifiek doel: een boodschap verkopen.

„Brechts genialiteit zit in zijn stukken, niet in zijn essays. Die ideetjes die hij erbij heeft bedacht, zijn alleen bruikbaar op intellectuelenfeestjes, om te laten zien dat je niet van de straat bent.”

U laat toch ook acteurs in en uit hun rol stappen, om – analoog aan Brechts theorie van de vervreemding – de toeschouwer weerhouden zich te laten meeslepen, in plaats van naar het betoog te luisteren.

„Het werkt precies andersom, en dat wist Brecht heel goed. Als Brecht laat zien dat Moeder Courage een bedenksel is, dan gaat het publiek juist van haar houden. Het publiek gaat er juist in, als de acteur er even uitstapt. Daarom is het ook zo goed als er iets misgaat in een toneelstuk: van een afstandelijke toeschouwer wordt je dan in één klap een betrokkene. Dat in en uit je rol stappen is trouwens ook niet typisch Brecht. Zelfs John Lanting heeft dat gedaan in zijn kluchten: vlak voor het einde stapte hij uit zijn rol en zei tegen het publiek: ‘We kunnen het zo en zo laten aflopen, maar we kunnen ook die kant op gaan. Wat kiest u?’ Zo regisseer je niet alleen je acteurs, maar ook het publiek en de critici. Oldest trick in the book.”

Dat laten zien van de lasnaden, het rommelige, goedkope, is een uw stijlkenmerken geworden.

„Ik hou ervan als acteurs op het randje gaan zitten. Als ze laten zien dat het kan mislukken. Dat stomme, lelijke van toneel heeft iets ontroerends.”

U kunt wel zeggen dat ‘iedereen’ amusementsvormen als cabaret in het toneel integreert, maar dat is toch juist wat de NNT-voorstellingen anders maakt? U liet cabaretiers als Eric van Sauers, Hans Sibbel en Raoul Heertje rollen spelen in uw toneelstukken. Cabaretgroep NUHR speelde ‘Wachten op Godot’.

„Ik doe niets nieuws. Dat andere toneelgroepen de komieken niet omarmen, is juist betrekkelijk nieuw. Shakespeare deed alles door elkaar: highbrow, lowbrow, tragedie, klucht én tearjerker, muziek, dans, grappen, cabaret, musical, stand up comedy. Vijftig jaar vóór Shakespeare stonden ze nog op karren te spelen, dus voor hem was dat logisch. Maar sindsdien is toneel een kunstvorm geworden. Alle dingen die toneel aantrekkelijk maakten, zijn eruit gehaald. Cabaret heeft zich apart ontwikkeld, musical en dans ook. En het toneel zelf, zeker het gesubsidieerde toneel in Nederland, bleef zitten met de moeilijke monologen. Ik vind dat voorstellingen toegankelijk, en voor iedereen te begrijpen moeten zijn. Het verhaal moet doodsimpel zijn. Je kunt niet tussendoor even naar huis om iets op te zoeken.”

U wilt ook net als Brecht de wereld verbeteren via het toneel.

„Maar dat gaat niet zo één op één als wel wordt gedacht. In Mijn Elektra bijvoorbeeld, liet ik Carice van Houten, die het koor speelde, alle oorlogen opsommen die er vanaf haar geboorte in 1976 hebben gewoed. Vervolgens concludeerde iedereen dat ik een simplistisch anti-oorlogsstatement geef. Maar ik ben toch niet zelf aan het woord? Ik leg het toch in de mond van iemand die net daarvoor betrokken was bij een moord, en daarmee de aanzet gaf voor de volgende oorlog? Ikzelf weet helemaal niet zo zeker of ik voor of tegen oorlog ben. Misschien is oorlog een uitweg voor een samenleving die is vastgelopen.”

En het verbeteren van de wereld?

„Zeker. Maar ik wil de toeschouwers niet vertellen wat ze moeten denken. Ik wil vooral vertellen dát ze moet denken. Zelf. Al mijn voorstellingen gaan over waarheid en leugen. Mijn boodschap is: geloof niets en niemand. En geloof vooral mij niet.”

Tegelijkertijd manipuleert u de toeschouwer, en spreekt u zich vaak ondubbelzinnig uit. In uw laatste stuk ‘De vrouw met de baard’ worden politici weer eens als doortrapte schurken neergezet.

„Niet waar. Daarvoor laat ik ze te veel dingen zeggen waarmee jij het eens moet zijn. Ik geloof wel dat politici meer liegen dan gewone mensen. Iedereen is het al weer vergeten, maar Wouter Bos, redder van het vaderland, zei één dag voor zijn ingreep bij de banken dat er géén kredietcrisis was. Ik snap het wel waarom, maar het blijft liegen. Dat regering vertelt mij dat ik geen voedsel mag weggooien, terwijl ze zelf komkommers doordraaien omdat ze krom zijn.”

Doortrapte schurken, dus

„Ik kan slecht tegen autoriteit, dat klopt. Als kind had ik al een enorme weerzin tegen de agent die zich achter een muurtje verstopte om een fietser te betrappen op door rood rijden. Sinds de oorlog tegen het terrorisme zie je dat soort agenten oprukken. Laatst sprak ik een politicus van de SP – of Groen Links, weet ik veel – en die zei: ‘op woensdag nemen we altijd de kranten door’. Wat ben je dan voor waardeloze zak? Je moet toch als politicus je eigen plan volgen? Ik verwijt politici niet zozeer dat ze liegen, alswel dat ze de democratie verkwanselen door geen eigen mening meer te hebben.”

En die woede stopt u in uw voorstellingen?

„Nee, dat zou heel saai zijn. Het is misschien mijn drijfveer, maar het moet er niet onversneden inzitten. Van die twee politici in De vrouw met de baard heb ik daarom heel menselijke mensen gemaakt, met zachte en harde kanten.”

Die ene kale politicus misbruikt zijn macht om jongens aan te randen...

„Wie zegt dat? Hij wordt er alleen van beschuldigd. De anderen zeggen dat, maar hoe betrouwbaar zijn die? Zo werkt het dus: jij hebt gezien dat hij het niet heeft gedaan, en jij gaat naar huis en gelooft dat hij het wel heeft gedaan.”

...En die andere politicus trapt de liefde van zijn leven van zich af.

„Dat is dan ook een heel vervelend meisje, met een waardeloze mening. Die wil dat je altijd rücksichtslos de idealen blijft volgen die je ooit als puber hebt vastgesteld. Daar zet ik een monoloog tegenover waarin het gelijk van de pragmatische, compromissen sluitend politicus wordt verdedigd.”

‘De vrouw met de baard’ is vooral een pleidooi voor de liefde. Je moet je hart volgen.

„Maar doe dat vooral zelf. In het stuk zie je twee mensen die dat wordt aangepraat. Ik laat twee geliefden van de vrouw met de baard zien. Eentje die met liefdesbrieven strooit, en rozenblaadjes uit een vliegtuig. En eentje die helemaal niets doet. Toch kiest de vrouw voor de laatste, omdat dat haar wordt aangepraat. Volg je hart, ja, maar laat je niets aanpraten.”

Vraagt u dat ook van uw acteurs?

„Ze moeten zelfstandig kunnen denken en handelen. Zo heb ik ze opgevoed, en zij mij ook. Ik had ooit een paar Duitse regisseurs op bezoek. Tijdens de repetitie ging ik even weg. Ik zei tegen de spelers: ‘Jongens, doen jullie even scène zeven?’ De Duitsers waren stomverbaasd. Bij hen doet een acteur niets zonder zijn regisseur.

Toen u begon in Groningen, zei u: ik zoek de tien gevaarlijkste acteurs van Nederland.

„Ze moeten een rock ‘n’ roll gevoel hebben. Ze moeten alles en iedereen onderuit trappen. Daar hou ik van. Mijn grootste moment was dat twee van mijn acteurs mij van een toneelstuk probeerden te halen. Terwijl ze er zelf niet eens in meespeelden. Anderen zouden witheet zijn, ik vond het een triomf. Wat een betrokkenheid.”