Louis van Gaal: homovriend

Louis had weer het sluiertje vocht in de ogen dat hij altijd heeft als dingen ineens belangrijk worden. Je zou gezegd hebben: baco-vochtje, maar nu kwam het van dieper. Ergens uit het edele gemoed. Je kon er zelfs niet de houterigheid van een dug-out bij denken. Toch niet in Alkmaar.

Louis van Gaal: homovriend.

Eigenlijk mag het ons niet verbazen. Van Gaal heeft van de blanke pit een monster gemaakt. Als een zak cement treedt hij de media tegemoet, vanuit een betonmolen. Maar ik ken weinig figuren in het voetbal die zichzelf zo professioneel weten te verdonkeremanen als Louis van Gaal. Wapens liggen tranen.

Waarom, is de vraag?

Dat kan je niet uitleggen in een column. Daar heb je Arthur Doctors van Leeuwen voor nodig. Of toch Max Pam en Jan Blokker. De zielenroerselen van Louis zijn al even duister als deze van Juliana en Bernhard. Melaats in emoties en aanverwante tralala. Maar waarom dan? Dat hij, in zijn innige zelf, niet genummerd is als de De Boertjes, wisten velen onder ons. Alleen: het kwam nooit tot woorden, het bleef bij grimassen. Ostentatief.

Louis heeft nu een homoboek met jubel ingeleid. Uitgerekend hij, van wie je weet dat hij de genesis van spelers tot in de derde generatie zal opzoeken. Altijd willen weten wie met droog brood dan wel met een bal gehakt is opgevoed. En ook: of er niet een overspelige signatuur in het profiel zit. Identiteitsnijd?

Van Gaal wil alles weten.

Maar nu. Ineens is er geen flikker meer in de kleedkamer van AZ. Niemand rommelt onder de gordel. De preoccupatie gaat allicht niet tot onder de navel. En over tongkussen zal hij het sowieso niet hebben. Voetbal is wetenschap. Wie weet, religie. Misschien bidprentje. Al helemaal geen gespleten gen overheen de mens en zijn afkomst. Louis van Gaal mag dan macho zijn, alles gaat voorwaarts. Hij zou, bij god, niet weten hoe je achterwaarts moet denken, laat staan handelen.

Vooruitgang.

Toch krimpt hij, Louis, zoals de economie krimpt. Ineens hoor je hem zeggen: ,,Een homoseksuele speler is van harte welkom bij AZ. Van zelfsprekend zelfs.” Ik kan mij niet voorstellen dat hij dat zelf heeft bedacht. Zijn vrouw, Truus, ja, maar dan als monster van breeddenkendheid, in het museum van Dirk Scheringa. De verwondering van erotiek in geitenwollen sokken.

In oprechte bewondering dat er boven de knie nog leven is. Louis had het zijn vrouw niet met zoveel woorden kunnen aandoen. Uiteindelijk is geluk ook: 1914-1918.

Dan kom je niet meer thuis. Geen hond in Alkmaar die weet wat oorlog zou betekenen. Ook Louis van Gaal niet, maar hij bewaakt wel de parafernalia, de schoonheid van gemis en verdriet.

Noem het verraad.

Wat zou Louis van anderstalig leven weten, van homo’s en andersdenkenden? Je komt het bij De Graafschap niet tegen, en ook niet bij Ajax, AZ en Feyenoord. Terwijl je toch zou denken: gekantelde liefdes zijn het leven zelf.

Edoch, het ceremoniële gehannes van Van Gaal is prima. Huilen over een boek. Lachen met de onnozelheden Doen alsof alles een ander leven is. Hollanda! Olé!

Ik zou wel graag willen uithuilen bij Truus. Voor een keer zonder oksels van Oranje. Gewoon, dwerg tot vrouw. Maar ook dat mag niet van de KNVB, laat staan van Feyenoord, AZ en Ajax. Homofielen onder elkaar, mag het van de eredivisie, van Henk Kesler?

Ik denk niet dat het mag. Niet van de KNVB, niet van Ajax, niet in de misère van Feyenoord. Zelfs niet van Dirk Scheringa toch een icoon van SBS en RTL.

Homofilie: draaikolk uit een ander land. Niemand deugt, leve, het volk.

En natuurlijk was WIllem II - Roda JC verkochte boel. Maar daar ligt geen mens wakker van, ook niet homogewijs. Niet eens vanuit het graf.