Laat uw kinderen wennen aan rijkdom

Rijke ouders willen dat hun kinderen later goed met geld omgaan. Banken geven opvoedingscursussen. Beter is het kinderen te betrekken bij vermogensbeheer.

Het is dé angst van vermogende ouders. Hun kinderen die zodra ze over het familievermogen mogen beschikken, onmiddellijk naar de Porsche-dealer rennen om vervolgens van het ene naar het andere geldverslindende evenement te racen. „Die angst is meestal niet terecht”, zegt Tim van de Velde, marketingmanager van Schretlen & Co, de vermogensbeheerder van de Rabobank voor klanten met minimaal 1 miljoen euro. „De meeste kinderen kunnen die financiële verantwoordelijkheid best aan, vooral als zij al vroeg betrokken worden bij het beheer van het vermogen.”

Ook volgens Rober Kreder, bankier bij Insinger de Beaufort (eveneens een ondergrens van 1 miljoen euro), is de vrees van ouders onterecht. „Maar dat ze hiermee worstelen, begrijp ik. Natuurlijk vraag je je af wat het met je kind doet als hij opeens een groot bedrag in handen krijgt.”

Banken organiseren steeds vaker activiteiten om kinderen van vermogende ouders financieel inzicht te geven. Kinderen van Schretlen-klanten, vanaf 18 jaar, mochten vorig jaar op bezoek bij Anky van Grunsven, waar ze uitleg kregen over de bedrijfsvoering van de manege. Eind dit jaar krijgen ze de kans om Idols-zangeres Maud en haar zusje te ontmoeten. Beiden zijn goede hockeyers, maar terwijl haar zusje zich steeds meer op hockey richtte, koos Maud voor een zangcarrière. Zij werd tweede bij de Idols-verkiezingen. Haar zusje kwam deze zomer terug uit Peking met een gouden medaille. „Zo laten we zien dat het belangrijk is om keuzes te maken”, zegt Van de Velde. „Op alle gebieden in je leven, ook financieel.”

Insinger de Beaufort organiseert de cursus ‘Knollen of citroenen?’ Vijf zaterdagen lang worden kinderen van vermogende ouders wegwijs gemaakt in de financiële wereld. De twintigers leren hoe de financiële markten werken, hoe ze een beleggingsportefeuille samenstellen, hoe ze een jaarrekening moeten lezen, hoe het erf- en successierecht in elkaar zit en wat het voor hun vermogen betekent als ze gaan trouwen of samenwonen. „We willen ze bijbrengen dat vermogen geen abstractie is, maar een onderdeel van je leven”, zegt Kreder. „Daarnaast proberen we jongeren een kritische houding aan te leren. Zo behoeden we hen voor financiële producten en beslissingen waarvan ze de risico’s niet kunnen inschatten.”

Ariane Arnold en R. de Beaufort zaten bij de eerste lichting. Beiden werden door hun ouders op de cursus geattendeerd. Op de cursus kwamen ze erachter dat ze allebei opgeleid zijn als fysiotherapeut. „Misschien geen toeval, want dat is een opleiding waar je niets leert over geld”, zegt De Beaufort. Ze vond het leuk om met andere twintigers bijgepraat te worden over geldzaken.

Arnold praat sindsdien met haar stiefvader over de financiële markten. „Ik vind het interessant. Ik volg het financiële nieuws in de krant. Dat deed ik vroeger niet. Voor mij is de stap om zelf te gaan beleggen kleiner geworden.” De Beaufort ziet zichzelf nog niet als belegger. „Wel heb ik een deel van mijn geld voor langere tijd vastgezet. Dan krijg je meer rente. Ik wist niet eens dat dat kon”, zegt ze. „Maar het belangrijkste is dat ik nu zie hoe de financiële wereld en de werkelijke wereld met elkaar samenhangen. Wat er op de financiële markten gebeurt, heeft effect op het leven van een individu.”

De Beaufort en Arnold voelen zich overigens geen kinderen van vermogende ouders. „Zo wordt die cursus gepresenteerd, maar dat zegt mij niets”, zegt Arnold. „Ik vond het juist een gemêleerde groep”, zegt De Beaufort. „Er komen geen verwende kinderen op af”, zegt Kreder. „Die zouden hier echt geen vijf vrije zaterdagen aan opofferen.”

Ziet Insinger de Beaufort deze opleiding ook als een manier om kinderen van vermogende klanten binnen te halen bij de bank? Jongeren regelen hun bankzaken immers niet bij de chique banken voor vermogenden, maar bij de grote banken waar ze als student een gratis bankpasje krijgen en als het zo uitkomt rood mogen staan. De ervaring leert dat klanten die eenmaal een rekening hebben geopend bij een bank niet snel overstappen naar een andere bank. „Nee, dat speelt niet mee”, zegt Kreder. „Zo’n 85 procent van onze klanten gaat voor het gewone betalingsverkeer naar de grootbank op de hoek. Als onze klanten een deel van hun vermogen willen overhevelen naar hun kinderen, komen die vaak automatisch bij ons terecht. Maar de opleiding zorgt er wel voor dat wij als bank een relatie met die kinderen krijgen. Dat vinden we belangrijk.”

Volgens Van de Velde speelt voor Schretlen het aanboren van een nieuwe klantengroep evenmin een rol. „We willen meer zijn dan een bank. We willen diensten verlenen op het gebied van vermogensbeheer en een relatie opbouwen met de klant. ”

Cursussen en workshops kunnen ertoe bijdragen dat jongeren meer inzicht krijgen in de financiële wereld en kritischer kijken naar financiële producten. „Maar dat is iets anders dan openhartig praten over het familievermogen en de manier waarop je daarmee omgaat”, zegt Kreder. „Dat ligt in de persoonlijke levenssfeer. Dat soort onderwerpen bespreek je niet in een groep. Dat bespreken onze klanten in vertrouwelijke individuele gesprekken met hun vermogensbeheerder. Sommige ouders zeggen: mijn kind is heel intelligent, maar heeft geen enkele affiniteit met geld. Hoe kan ik hem erop voorbereiden dat er straks een enorm bedrag naar hem toe komt? Vaak wordt dat dan opgebouwd. Het kind komt er bijvoorbeeld bij zitten als de vermogensbeheerder langs komt, of het kind gaat een keer mee naar de bank. Zo pikken ze langzaam dingen op. Het hangt van de familie af. In de ene familie worden kinderen al vroeg bij financiële zaken betrokken, in de andere familie hebben kinderen geen idee.”

„De verantwoordelijkheid om kinderen te leren omgaan met vermogen ligt uiteraard bij de ouders”, zegt Van de Velde. „Ons advies is om kinderen in een vroeg stadium te betrekken bij vermogensbeheer. Vaak doen ouders een jaarlijkse schenking aan kinderen, maar blijven ze dat geld zelf beheren. Je kunt dat deel van het vermogen ook samen met je kind gaan beheren. Dan bereid je kinderen op een heel natuurlijke manier voor op omgaan met vermogen.”