Kerkrade wil zijn Rolduc niet missen

Teruglopende aantallen leerlingen nopen een Limburgs schoolbestuur tot fusieplannen. Kerkrade verzet zich en klampt zich vast aan College Rolduc, een bolwerk met historie.

Even buiten Kerkrade, in het groen tegen de Duitse grens, ligt de voormalige abdij Rolduc, bastion van spiritualiteit en kennis, met wortels die reiken tot begin twaalfde eeuw. Schrijver Lodewijk van Deyssel beschreef in De kleine republiek (1889) -steunend op eigen ervaringen – welke indruk het majestueuze complex op nieuwe internaatsleerlingen maakte. Zijn hoofdpersoon Willem beefde en had hartkloppingen bij de aanblik van „de kletterig wittig doorvensterde zwaar en hard opmurende gebouwen, rechts nieuwer en grijsrood, links ouder en stil donker paarschig, samenhuizend aan de kerkgevel in het midden”. Net als Van Deyssel kwamen veel Rolduciens later terecht op prominente plekken in de Nederlandse samenleving, meestal binnen de katholieke zuil, soms daarbuiten, zoals de Amsterdamse, sociaal-democratische wethouder Wibaut. Achter al die geschiedenis wordt nu wellicht een punt gezet. Het lyceum dreigt per augustus 2009 te verdwijnen. Op Rolduc resten dan nog een conferentieoord en het grootseminarie van het bisdom Roermond waar een handvol geroepenen wordt klaargestoomd voor het priesterambt.

De Kerkraadse onderwijswethouder Hans Bosch kan het niet begrijpen. Waarom wist in een tijd zonder auto’s en met nauwelijks bussen zowat heel katholiek Nederland Rolduc te vinden? En waarom zou in een tijdperk van hoge mobiliteit die plek niet voldoen voor vwo-onderwijs aan kinderen uit de nabije regio?

Officieel is de PvdA-bestuurder nog in gesprek met het bestuur van de Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg (SVO|PL), verantwoordelijk voor Kerkrades enige middelbare school College Rolduc, maar veel hoop op een vergelijk heeft hij niet. Daarom is Bosch tegelijkertijd een man op oorlogspad, die het over „een mallotig besluit” en „het leegroven van een gemeenschap” heeft. „Drieduizend kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar moet toch voldoende zijn om een instelling overeind te houden.”

Op de informatieavond voor ouders en leerlingen woensdagavond in de schouwburg van Kerkrade oogst hij er applaus mee. Dat lukt ook de moeder die vertelt dat haar kinderen de laatste tijd geen rust meer hebben, en de actieleider, een net elders studerende oud-leerling. Twee weken geleden kreeg hij bijna 2.000 demonstranten bijeen op de plaatselijke Markt.

Kerkrade (48.000 inwoners) zit steevast in de hoek waar de klappen vallen: de werkloosheid is hoog, de leefstijl ongezond, ziekenhuisvoorzieningen kalven af, de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw, ooit gekomen als compensatie voor de mijnsluitingen, verdwijnt. Met de teloorgang van Rolduc dient zich het zoveelste treurige verhaal aan.

De zuidoosthoek van Limburg vergrijst niet alleen, vooruitlopend op ontwikkelingen die elders in Nederland later nog volgen, loopt ook de bevolkingsomvang loopt terug. In het zuidoosten van dat zuidoosten, de gemeenten Landgraaf en Kerkrade, gaat het nog harder. Van de jongeren daar gaat een groot deel naar Heerlen en Landgraaf: in 2006-2007 250 van de 400 nieuwe leerlingen. Met name het Heerlense Bernardinuscollege, in alle onderzoeken een landelijke onderwijstopper, oefent aantrekkingskracht uit. Het SVO|PL-bestuur stelde eind vorige maand een „broodnodige ingreep” voor: het Eijkenhagencollege in Landgraaf en het College Rolduc moeten opgaan in één nieuwe school. Van de drie locaties van laatstgenoemde scholengemeenschap verdwijnt die op het oorspronkelijke Rolduc en in de gemeente resteert op termijn een vmbo en een onderbouw van havo en vwo. Wethouder Bosch spreekt van een „overvaltactiek”.

Ook Jean Monsewije, bestuursvoorzitter van SVO|PL, gaat het aan het hart: „Ik woon zelf in Kerkrade.” Maar om erger te voorkomen, moet de ratio het winnen van de emotie, zegt hij. Leerlingenaantallen lopen 3 à 4 procent per jaar terug. „Over zo’n jaar of tien heeft de Parkstad (Heerlen en omgeving) 3.300 middelbare scholieren minder. Dat is tweeënhalve school. Bij Rolduc en Eijkenhagen is de keuze tussen het tot die tijd garanderen van een volwaardige scholengemeenschap door samengaan, óf twee krimpende scholen die niet meer alle functieprofielen kunnen bieden. Dat zou nog meer trek naar Heerlen veroorzaken en de vreemde situatie dat je daar – ondanks de leerlingafname in de regio – nog moet bijbouwen.”

Het ministerie van Onderwijs spreekt zich in afwachting van een kabinetsnotitie over de wenselijkheid van scholenfusies nog niet uit over een samengaan van Rolduc en Eijkenhagen. Voor 1 mei 2009 reageert de staatssecretaris.

Kerkrade wil tot die tijd niet achterover leunen. Kort gedingen, Kamervragen, lobby’s, handtekeningenacties, websites en nieuwe demonstraties moeten ervoor zorgen dat het besluit van het schoolbestuur alsnog van tafel gaat, omdat blijvende onzekerheid over de toekomst knaagt aan Rolduc.