In Fictie

De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. Het verhaal ‘Een poppenhuis’ uit Huwelijksverhalen van August Strindberg is interessant voor de Hofmanswatcher.

Wat dr. L. de Jong was voor de Duitse bezetting is Cees Fasseur voor de Slag om Soestdijk: een scherpzinnig historicus met gevoel voor detail, een overvloed aan bronnen en een heldere morele insteek. In het geval van Fasseur: Bernhard had gelijk.

Een oordeel dat inmiddels aanleiding is voor een kleine laaglandse Historikerstreit, waarin niet alleen politieke scheidslijnen zichtbaar zijn (links voor Juliana, rechts voor Bernhard), maar waarin ook de strijd der seksen te herkennen is. Elsbeth Etty maakte in deze krant al gewag van haar ‘feministische hart’ dat stilstond van verontwaardiging bij het lezen van Juliana en Bernhard. En niet ten onrechte.

Zoals de literatuur het wil: het ongelukkige gezin aan de Amsterdamsestraatweg te Baarn was op geheel eigen wijze ongelukkig. De gebeurtenissen moeten haast wel aan het brein van een fictieschrijver ontsproten zijn – en je hoeft niet lang na te denken welke. Want de combinatie van vrouwenhaat, emancipatieangst en versierkunst van de prins-gemaal doet onmiddellijk denken aan de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912). Zijn Huwelijksverhalen beschouwde hij zelf als ‘vivisecties’ van de huwelijkse staat. In een voorwoord maakt hij zijn positie duidelijk: „Terwijl de vrouw een lui bestaan heeft geleid heeft de man gewerkt. Hij heeft de hele last gedragen, hij heeft het land ontgonnen, grondstoffen veredeld, dwalingen uitgeroeid, hij heeft alle ontdekkingen gedaan, zijn leven geriskeerd voor huis en land, en ondertussen zat de vrouw rustig de vruchten te plukken van zijn werk en inspanningen.”

Het interessantste voor de Nederlandse Hofmanswatcher is het verhaal ‘Een poppenhuis’ waarin een kapitein zich bezorgd maakt over zijn aan wal achterblijvende vrouw en hij haar adviseert vrouwelijk gezelschap te zoeken – in een brief met de aanhef ‘mijn lieve toppenantje’. Het antwoord kondigt de komst van de Greet Hofmans van deze vertelling aan: „Dat [gezelschap] heb ik al gevonden, of liever gezegd, zij heeft mij gevonden. Ze heet Ottilia Sandegren en heeft het seminarie doorlopen. Ze is heel ernstig en mijn ouwe Pall hoeft echt niet bang te zijn dat ze zijn toppenantje op het verkeerde pad zal brengen. En ze is heel religieus.”

Dat laatste blijkt het gevaarlijkste niet, want deze Ottila blijkt de kapiteinsvrouw te besmetten met feministische ideeën, tot wanhoop van de zeebonk: „Toch is het allemaal uitstekend gegaan, tot op dit ogenblik! Je hebt mij door Ottilia vervangen!”, roept hij uit. Waarop de vrouw antwoordt zoals Juliana had kunnen doen: „Je hebt haar toch zelf op mij afgestuurd?”

De kapitein kiest een klassieke oplossing. Hij maakt de verderfelijke Ottilia het hof om zijn echtgenote jaloers te krijgen. Het is dusdanig in character voor Bernhard dat je een nieuwe cover up gaat vermoeden. Het archief moet snel helemaal open.

Arjen Fortuin