In Beeld

Alles om die benen heen gaat je opvallen. Dat de blaadjes geel zijn, het beton geribbeld, de flauwe helling. Je gaat de blaadjes tellen. Tussendoor flitst de blik weer schichtig naar die benen – hoeveel blaadjes hadden we ook alweer?

De blik zoomt uit. Hoe komen die vage gestalten op de achtergrond terecht, zo dicht bij de aanstaande president? Buurtbewoners, die toevallig langs kuierden? Is de ontmoeting met de veteraan dan niet iets officieels? Waarom is er niet meer en officiëler publiek?

Losse gedachten. De president heeft mooie handen. Het is een omhelzing van bovenlijven. Hij omhelst haar meer dan zij hem. Haar hand, gehandschoeid bovendien, rust afstandelijk op zijn rug en omhelst niet. Ze heeft jaloersmakend big hair.

Nu waar het om gaat. Het mechaniek in de ene knieholte, de stars and stripes, de steunkous in de andere. Dat been lijkt op een blindganger uit WO II.

Nog hebben we het niet over waar het om gaat.

De schoenen. Haar schoenen. Van de weeromstuit ook de zijne.

De lijn die ze vormen. Het intieme samenzijn, het eensgezind glimmen van leer. Voornaam, onberispelijk.

Weer denken.

Haar schoenen. Ja, daarover gaat het. Dat ze die draagt. Dat ze daarmee zegt: het leven gaat door. Waardigheid. Juist geen broek dragen. Look what happened. Maar ook: vrouwen dragen vaker geen broek, waarom zou ik dat wel doen? Droeg ze een broek, dan vielen die schoenen niet op. Dan viel niets meer op, de blaadjes niet, de buurtbewoners niet, de kracht van de omhelzing niet, het drama niet: getroost worden door de tegenstander van de oorlog die haar verminkt heeft.

Nog een kern: we zien haar gezicht niet. Het zijne spreekt boekdelen.

Pieter Kottman