Impasse in debat over crisis nu doorbreken

Het lijkt een boude stelling in een week waarin vicepremier Bos zich ontdoet van zijn partijgenoot Vogelaar: in tijden van nood plegen Nederlanders harmonieus bij elkaar te klitten. De burgers hechten dan meer aan beproefde oplossingen uit het verleden dan aan fantasierijke maar onvoorspelbare experimenten.

Ook in de Tweede Kamer bestaat doorgaans op hoofdlijnen consensus. Als er al kritische vragen worden gesteld zijn dat eerder kanttekeningen bij, dan frontale aanvallen op het regeringsbeleid.

Deze niet-politieke houding kan positief zijn, voor een tijdje. In een crisis zijn nu eenmaal pragmatische oplossingen voor concrete problemen nodig. Als de wal het schip gaat keren, zoals afgelopen maanden dreigde, heeft de economie geen baat bij leerstelligheid en betweterij. Maar er is een keerzijde. Het crisisbeleid van de regering is ook wel degelijk politiek van aard. Het uitblijven van politieke besluiten leidde tot een gebrek aan toezicht op de financiële sector. Wél genomen politieke besluiten zorgden voor de reddingsoperaties. Het kabinet had immers ook een aantal banken failliet kunnen laten gaan. Het had ook blanco cheques kunnen uitschrijven, zoals de Amerikaanse regering aanvankelijk wilde doen. De regering heeft dat niet gedaan. Het beleid om banken (ten dele) te nationaliseren, was niet alleen een onvermijdelijke noodmaatregel. Het was een politieke keuze, tenminste impliciet.

En daar blijft het niet bij. In de huidige verhoudingen tussen overheid en bancaire wereld zijn misschien de contouren van een nieuw financieel bestel waar te nemen. Niemand kan met zekerheid voorspellen hoe lang een recessie zal duren en waarheen ze leidt. Maar de regering moet binnenkort wel beslissingen nemen over Fortis, ABN Amro en, in mindere mate, ING, Aegon en SNS Reaal. Ze wordt dan geconfronteerd met de vraag of ze een ‘nationale kampioen’ wil scheppen of juist niet. Het antwoord op die vraag ligt in een politieke afweging. De Tweede Kamer lijkt echter weinig aanstalten te maken daarmee te beginnen. Zelfs een onderzoek naar de geschiedenis van de crisis is nog niet begonnen. Dat is curieus. Bij minder ingrijpende gebeurtenissen ligt het ‘lessen trekken uit het verleden’ menig politicus juist in de mond bestorven.

De bancaire wereld wordt net als het parlement beheerst door huiver voor openbare meningsvorming. In Zwitserland heeft de bank UBS onderzoek gedaan naar het eigen falen en de resultaten deels openbaar gemaakt. In Nederland is ook dat nog niet gebeurd.

Er is ook bijna geen bankier die het aandurft om het steunbeleid van de regering kritisch en vooral openlijk te analyseren. De financiële gemeenschap lijkt eerder in de snel opeenvolgende gebeurtenissen door ‘shellshock’ getroffen. Zo’n houding blokkeert eveneens de openbare meningsvorming.

Die impasse moet worden doorbroken. Regering, volksvertegenwoordiging en financiële sector hebben ieder voor zich en gezamenlijk een verantwoordelijkheid. Niet alleen bij het indammen en overwinnen van de recessie. Maar ook voor een degelijk debat over oorzaken en gevolgen van de kredietcrisis.

Bij zwijgzaamheid is niemand gebaat. Niemand hoeft bang te zijn dat een debat te ideologisch wordt. Als de golven hoog gaan, zoekt Nederland onderdak dicht bij huis. In huize Concordia.