Ik ben absoluut geen criticus van Cees Fasseur

In NRC Handelsblad van 12 november worden mij meningen toegeschreven die ik niet koester en waarnaar mij ook niet gevraagd is. Zo zou ik behoren tot hen die ...bezwaar [hebben] tegen het feit dat de bronnen die Fasseur heeft gebruikt, niet door anderen te controleren zijn.” Wie mijn boek Drees en Soestdijk (2006) heeft gelezen, weet dat ik mij ten aanzien van de zaak Hofmans niet heb willen begeven in de verhoudingen binnen het koninklijk gezin, noch in het optreden van de Hofmanskring, maar uitsluitend onderzoek heb willen doen naar problemen binnen de Kroon die politieke en staatsrechtelijke betekenis hebben, en dat vanuit het gezichtspunt van de verantwoordelijke ministers in een parlementaire monarchie. Fasseur las begin 2006 het eerste concept van dat boek. Het bracht hem ertoe ten hove de vraag aan de orde te stellen of het wellicht niet tijd werd om het rapport van de commissie-Beel als appendix daarin te laten publiceren. Terecht was mijn mening toen, en ook nu, dat als dat al gebeuren zou, dit in een ander kader zou moeten geschieden dan in mijn boek. Die opvatting is temeer gerechtvaardigd gebleken, waar het rapport geen staatkundig stuk is, maar een advies aan koningin en prins over de moeilijkheden in hun huwelijk. Toen al was duidelijk dat de commissie niet was ingesteld door het kabinet, of door de toen demissionaire minister-president Drees die het zag als `een griezelig experiment`. Ik achtte het juist dat in een zo gevoelige materie hoogstens één bekwaam historicus toegang tot de zo persoonlijke stukken in het Koninklijk Huis Archief zou worden gegeven, als men althans tot openbaarmaking van het rapport zou besluiten. Fasseur was als biograaf van Wilhelmina daartoe bij uitstek aangewezen. Zijn boek geeft meer bronnen uitvoerig weer dan men had mogen verwachten. Al kan men over interpretaties van mening verschillen, dat neemt niet weg dat hier sprake is van een vakkundige uitzonderlijke prestatie. Ik word niet graag ingelijfd bij critici die spreken van een studie die `faalt` als historisch werkstuk.