Homo's op noppen

Van alle profvoetballers is er niet één openlijk homoseksueel. „Ik ga echt niet de eerste zijn. En ook niet de tweede.”

Voor zijn boek Gelijkspel - Portretten van homo topsporters zocht schrijver Huub ter Haar ook een voetballer. Hij belde met honderd clubs, uit binnen- en buitenland. Hij sprak met journalisten en spelers. Allemaal tevergeefs. „De clubs weigerden iedere medewerking. Sommige reacties waren zelfs ronduit bot. Zo van: ‘Waar bemoei je je mee? That is none of your business’. De spelers die ik uiteindelijk te spreken kreeg, ontkenden gewoon.”

Ter Haars vergeefse zoektocht is illustratief voor de homofobie in de voetballerij. Want denk niet dat ze er niet zijn, voetballers die op mannen vallen. Journalist Barbara Barend, zelf lesbisch, weet het „honderd procent zeker”. „Het zijn er niet veel, want voetbal is nu eenmaal een machosport, maar dát ze er zijn, staat vast. Ik ben wel eens benaderd, ja. En dan blijkt dat zo’n jongen erg met zichzelf in de knoop zit. Ze kunnen er met niemand over praten. Of tenminste: dat denken ze. Iemand zei laatst letterlijk: ‘Je denkt toch niet dat ik er voor uitkom, dan word ik gelyncht’.”

Voetbaltrainer Louis van Gaal weet zeker dat er homoseksuele profvoetballers zijn. „Ik ken ze niet, maar heb wel spelers meegemaakt bij wie ik een vermoeden had. En je weet dat ik een man van de statistieken ben. Statistisch gezien moeten ze er zijn.”

De homoseksuele spelers die er zijn, leiden meestal een dubbelleven. Zoals een speler uit de jeugd van een bekende eredivisieclub. Het contact met hem is via een gemeenschappelijke kennis tot stand gekomen. Na het ondertekenen van een knullig in elkaar geflanste geheimhoudingsverklaring („Je weet maar nooit”), is de jeugdspeler bereid zijn verhaal te doen. „Ik val op jongens”, klinkt het onomwonden. „Maar daar hoef je in de voetbalwereld niet mee aan te komen. Niemand weet het, zelfs mijn familie niet. Als het uitkomt, heb ik geen leven meer. Misschien dat mijn teamgenoten het nog wel zullen accepteren, maar voor supporters ben je aangeschoten wild.”

Karin Nederpelt-Blankenstein, zus van de in 2006 overleden scheidsrechter John Blankenstein, heeft begrip voor homoseksuele voetballers die ervoor kiezen om in de kast te blijven. „De voetballerij is een machowereld waar over een homo het beeld bestaat van een man in een roze pakje en met handtas. Maar niet iedere homo is een Gordon of een Joling. Er zijn er zat aan wie je het niet eens kunt zien.”

John Blankenstein maakte nooit een geheim van zijn homoseksuele geaardheid. Als voorzitter van de John Blankenstein Foundation zet zus Karin zich in voor de bestrijding van homofobie in de sport, en dan met name in het voetbal. „Want als de voetballerij eenmaal om is volgt de rest vanzelf.”

Volgens Barend is homoseksualiteit in de voetballerij „het laatste Nederlandse taboe”. Dat ligt vooral aan de houding van supporters, benadrukt ze. „Iedereen is tegen oerwoudgeluiden, en terecht. Maar iemand uitschelden voor ‘homo’ kan kennelijk wel. Dat moet veranderen. Hetzelfde geldt voor ‘jood’. Dat wordt ook maar te pas en te onpas gebruikt. Ik vind dat niet kunnen. Net als oerwoudgeluiden moet zoiets uit de stadions verbannen worden. Dan leg je maar om de tien minuten een wedstrijd stil. Of weet je, dan kap je maar met voetballen. Als dit de enige manier is waarop het spelletje gespeeld kan worden, hoeft het voor mij niet meer.”

Barend heeft zelf ook te maken gehad met discriminatie. „Op de ene website word ik een ‘kankerjood’ genoemd, op de andere een ‘kankerpot’. Echt origineel zijn ze niet.” Spelers, bestuurders en begeleiders houden zich daar verre van, weet ze uit ervaring. Lachend: „Natuurlijk scheelt het wel dat ik lesbisch ben én een bloedmooie vriendin heb. Dat vinden ze dan wel weer spannend.”

Nog niet zolang geleden moest Willem II-speler Frank Demouge het ontgelden in het Gelredome. Tegen Vitesse werd hij vrijwel de gehele tweede helft uitgescholden voor ‘vieze homo’. De speler nam op fraaie wijze revanche, door in blessuretijd de gelijkmaker te scoren.

Ester Bal, hoofd communicatie van Vitesse, heeft de spreekkoren tegen Demouge ook gehoord. „Meestal is het overal waar we komen van ‘Yes, yes, yes, het zijn de homo’s van Vites’, maar nu was het dan andersom. Overigens zijn we toen wel in actie gekomen. Eén keer hebben we geprobeerd de spreekkoren te overstemmen met muziek en later heeft onze stadionspeaker er nog iets van gezegd. Daarnaast gaan we zoveel mogelijk de dialoog aan met onze meest enthousiaste supporters.”

De clubs worden door de KNVB verplicht om op te treden tegen kwetsende spreekkoren. Gebeurt dat niet, dan volgen er sancties. Bert van Oostveen, adjunct-directeur van de KNVB: „Vorig seizoen zijn er negentien spreekkoren genoteerd, overigens niet specifiek gericht tegen homo’s. Bij dertien daarvan was er sprake van een sanctie.”

Louis van Gaal huldigt een nogal opmerkelijk standpunt waar het gaat om homofobe spreekkoren. „Die supporters ontberen ieder niveau. Je moet ze negeren en zelfs respecteren, want ze weten niet beter. Een kwalijke zaak? Als jij niet beter weet, weet ik niet of het wel zo’n kwalijke zaak is als jij je zo uitlaat. Er zijn nu eenmaal mensen die zich niet aan de regels houden. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze niet kúnnen. Daar moet je boven staan. Ik krijg ook wekelijks bakken vol modder over me heen. Ik heb óók een olifantenhuid moeten ontwikkelen, dus waarom de homo niet?”

Volgens de trainer van AZ is de voetbalwereld helemaal niet zo homofoob. „Dat is te zwaar uitgedrukt. Het ligt vooral aan de speler zelf. Heb je persoonlijkheid, dan kom je er wel. Ik heb jarenlang in Spanje gewerkt. Dat is weer een ander verhaal. Ik denk dat homo’s het daar veel moeilijker hebben. Wat dat betreft zijn we in Nederland veel verder. Van je medespelers heb je echt niets te vrezen. Je wordt echt niet gelyncht. En spreekkoren, daar moet je boven staan.”

In één opzicht is Barend het met Van Gaal eens. Angst voor zijn medespelers hoeft de homoseksuele voetballer niet meer te hebben. „Ik heb hier met veel jongens over gesproken. Een aantal daarvan zegt zelfs: ik zou het wel stoer vinden als iemand voor zijn homoseksualiteit uit zou komen. De meeste voetballers hebben ook een broer, zus, neef, nicht, kennis, vriend of zelfs ouder die homo is. Die jongens staan zo in de maatschappij van nu, dat ze daar echt niet van opkijken. Laatst nog vroeg Van Persie hoe het zit met mijn kinderwens. ‘Nou’, zei ik, ‘dat ligt in mijn geval toch wat lastig.’ Weet je wat ie zei? ‘Zit niet te zeuren mens. Twee vrouwen kunnen toch net zo goed een kind opvoeden?’ Daar blijkt wel uit hoe geëmancipeerd de huidige generatie voetballers is.”

Een derde probleem waar homoseksuele voetballers voor vrezen – na de spreekkoren van supporters en de eventuele toorn van medespelers – is het niet doorgaan van een transfer naar het buitenland. Het is nog maar de vraag of vooral Zuid-Europese clubs wel op een openlijk homoseksuele speler zitten te wachten. Volgens Nederpelt-Blankenstein moet je als homo eigenlijk niet in een land als Italië willen spelen. „Ik las laatst nog een artikel over het Italiaanse voetbal. Nou, daar wil jij als speler echt niet voor je homoseksualiteit uitkomen. Ik geloof dat 80 procent van de Italiaanse voetballers er neofascistische ideeën op nahoudt. Tot in het nationale elftal toe. Zoals die keeper, Buffon, die doodleuk met een fascistische vlag zwaait en het getal 88 op zijn rug heeft staan, wat een verwijzing is naar HH, oftewel ‘Heil Hitler’. Ik schrok daar echt van.”

Opnieuw is Van Gaal het er niet mee eens. „Ik geloof er niets van dat iemands homoseksualiteit een transfer naar het buitenland in de weg zit. Als jij goed bent, dan doet het er echt niet toe of jij nou op mannen of op vrouwen valt. De kwaliteit van je spel is bepalend, niet wat jij in je privéleven uitspookt. Dat geldt net zo goed voor heteroseksuele spelers.”

Feit blijft dat geen enkele homoseksuele voetballer zich geroepen voelt om uit de kast te komen. De vraag is dan ook wat er moet gebeuren wil het zover komen. „Homoseksualiteit moet een onderwerp van discussie zijn tijdens de opleiding van coaches en trainers”, zegt Karin Nederpelt-Blankenstein. „Maar ook bestuurders moeten weten hoe ze hiermee om moeten gaan. Niet alleen bij de profs, maar ook in de amateursport. Nu hebben bestuurders en trainers vaak geen enkel idee. Het komt niet in ze op, omdat er niet over gesproken wordt. Met als gevolg dat veel jonge voetballers vroegtijdig afhaken of naar een vereniging gaan waar ze gelijkgestemden vinden.”

Niet iedere trainer houdt zich verre van het onderwerp, weet Barend. Ze vertelt over een trainer van een eredivisieclub, die zijn jeugdspelers bij elkaar riep toen het gerucht ging dat een van hen homoseksueel zou zijn. „Die trainer vroeg aan zijn spelers: ‘Hebben we hier een hekel aan Turken?’ En vervolgens: ‘Hebben we een hekel aan Surinamers en Marokkanen?’ Zijn spelers ontkenden natuurlijk en vroegen zich af wat hij bedoelde. Ten slotte vroeg de coach: ‘Hebben we hier een hekel aan homo’s?’ Toen viel het stil en zei hij: ‘Het is de laatste keer dat hier ‘homo’ als scheldwoord wordt gebruikt’.”

Het wachten is op een speler die maling heeft aan wat anderen van hem vinden, en daarmee een voorbeeld is voor anderen. Huub ter Haar: „Een superster die boven alle belangen en mechanismen staat en een onafhankelijkheid en vrijheid uitstraalt, die zó taboedoorbrekend is, dat de publieke opinie volledig zal omslaan.”

De homoseksuele jeugdspeler bedankt voor de eer. „Ik heb geen zin om tot nationale pispaal gebombardeerd te worden. Nee, serieus. Ik ga echt niet de eerste zijn. En ook niet de tweede. Misschien dat ik er later wel voor uitkom, maar nu nog even niet. Hoe het dan verder moet? Gewoon, af en toe een vriendin voor de buitenwereld en een vriend bij wie ik mezelf kan zijn.”

Dat is slecht nieuws voor de KNVB, die bij monde van adjunct-directeur Bert van Oostveen laat weten iedere homoseksuele voetballer te verwelkomen. „Ik zou graag van ze willen horen waarom het zo moeilijk is om voor hun geaardheid uit te komen. Met die informatie kunnen we werken aan een duurzame oplossing.”

Karin Nederpelt-Blankenstein heeft weinig fiducie in de intenties van de bond. „Voor mijn gevoel is de KNVB erg homofoob. Het is een machobolwerk. Ik ben er nu een paar keer geweest en het gaat allemaal erg moeizaam. Ze zien het probleem gewoon niet, of ze willen het niet zien.Ze durven zich er niet aan te branden. En dat in een land dat zogenaamd altijd voorop loopt als het om homorechten gaat. Maar nu leggen ze het toch echt af tegen de bonden in België, Duitsland en Engeland, die zelf het initiatief nemen.”

Ook voor Barend geldt: eerst zien, dan geloven. „Laten we een voorbeeld nemen aan de UEFA”, zegt ze. „Die liet tijdens het afgelopen EK een waarschuwing uitgaan naar de Nederlandse supporters, omdat ze de Italiaanse voetballer Totti voor homo uitmaakten. De Europese voetbalbond spreekt zich uit tegen de discriminatie van homo’s, maar de KNVB geeft niet thuis. Die doet net alsof er niets aan de hand is. ‘We worden niet benaderd door homoseksuele voetballers’, zeggen ze bij de bond. Ja gek hè, als die niet uit de kast durven komen.”

Het wordt tijd dat de KNVB een krachtig signaal afgeeft, vinden velen. Zoals de Engelse Football Association (FA) vorig seizoen deed, toen de Engelse bond liet weten strenger te zullen optreden tegen voor homo’s kwetsende spreekkoren. Op de website van de FA is een heel hoofdstuk gewijd aan homofobie en ook heeft de bond een meldpunt in het leven geroepen voor mensen die getuige zijn geweest van discriminerende uitlatingen. Een aantal supporters is inmiddels gestraft.

Kan de FA een voorbeeld zijn voor de KNVB? Adjunct-directeur Bert van Oostveen sluit het niet uit. „We zoeken naar een duurzame oplossing. Even snel scoren met wat flyers en spandoeken is ons te makkelijk. Zo werken we nu samen met de BVO’s (Betaald Voetbal Organisaties, red.) aan een breed programma rond sportiviteit en respect, dat uiteindelijk door de hele voetbalwereld wordt gedragen. Het ligt voor de hand dat binnen deze campagne rolmodellen zich uitspreken tegen een bepaalde vorm van discriminatie en vóór tolerantie. Of respect met betrekking tot seksuele geaardheid onderdeel is van de campagne? Dat is zeer waarschijnlijk.”

Daarnaast is de KNVB in gesprek met Stichting Homosport Nederland (SHN), onder meer over de rol die de bond gaat spelen tijdens de ‘Gay & Straight Alliantie’, een initiatief van het Ministerie van OCW. Het initiatief, dat op 4 december van start gaat, is gericht op de sociale acceptatie van homo’s in de sport. Maar ruim een maand voor de aftrapbijeenkomst ligt er nog niets concreets op tafel. De KNVB zegt nu te wachten op voorstellen van de alliantie.

Bas Koppers, directeur van SHN: „Op 4 december worden de plannen gepresenteerd. Voor die tijd zal er ook met de KNVB een akkoord zijn. We zijn nu bezig met het opstellen van een werkplan. Het is de bedoeling dat de KNVB een voortrekkersrol gaat vervullen. Overigens vind ik dat de bond best zelf al het een en ander had kunnen ondernemen. Er zijn in het verleden diverse suggesties gedaan en in het buitenland zitten de voetbalbonden ook niet stil. Het is mij dus iets te makkelijk om alleen maar een afwachtende houding aan te nemen.”

Toch is Koppers positief over de bereidwilligheid van de KNVB. „Met dank aan de dit jaar overleden voorzitter Jeu Sprengers”, zegt hij. „Sprengers heeft het onderwerp homoseksualiteit op de agenda gezet. Daarvoor was het onbespreekbaar. Dat heeft hij ook toegegeven. ‘We zijn een conservatieve organisatie’, heeft Sprengers gezegd. ‘Verwacht niet dat we voorop gaan lopen’.”

De KNVB loopt misschien niet voorop, maar de bond is wel bereid mede invulling te geven aan het toekomstige initiatief. Van Oostveen: „Iedereen binnen de KNVB is voor een duurzame aanpak en die gaat er komen ook.” Wel benadrukt de adjunct-directeur nog maar eens hoe belangrijk het is als spelers zelf ook het initiatief nemen. „We kunnen in tuchtrechterlijke zin nu eenmaal meer doen als een speler melding maakt van discriminatie. Maar uit de praktijk blijkt dat de meeste voetballers hun schouders ophalen nadat ze voor van alles en nog wat zijn uitgemaakt. En ja, dan is het voor onze aanklager wel moeilijker om een zaak te beginnen.”