Hij hield niet van het woord macht

Hij had een lange politieke carrière, maar schreef in één nacht geschiedenis. Norbert Schmelzer, KVP-leider, ‘verrader’, strateeg en gedoodverfd premier.

Zelf zou hij altijd blijven ontkennen dat hij in de jaren zestig van de vorige eeuw de machtigste man in de Nederlandse politiek was. De gisteren op de leeftijd van 87 jaar overleden oud-minister, oud-staatssecretaris en oud-fractieleider van de toenmalige KVP in de Tweede Kamer Wilhelmus Klaas Norbert Schmelzer hield namelijk niet van het woord macht. Hij moest 35 jaar geleden onvrijwillig vertrekken als minister van Buitenlandse Zaken, wegens de val van Barend Biesheuvels kabinet van sterke mannen (1971-1973), en verliet toen ook de actieve politiek.

Hij zou het sindsdien met gevoel voor semantiek blijven herhalen: het ging me niet om macht, maar om het hebben van invloed en vertrouwen. Om een netwerk eigenlijk, hedendaags gezegd.

Maar macht had hij wel degelijk, en vaak veel ook. Vooral sinds eind 1963. Toen werd hij, na zeven jaar als staatssecretaris onder de kabinetten-Drees IV en -De Quay, voorzitter van de KVP-fractie. Zij was toentertijd, met vijftig zetels, royaal de grootste in de Kamer.

Onder premier De Quay (1959-1963) had hij op Algemene Zaken al als eerste raadgever gefungeerd. Als eerste man van de KVP-fractie bleef hij daarna acht jaar de onverstoorbare en soms raadselachtige regisseur op de achtergrond van de kabinetten die volgden: Marijnen, Cals, Zijlstra, De Jong.

Zijn grootste bekendheid kreeg hij door zijn rol in de naar hem genoemde nacht, 14 oktober 1966, waarin het centrum-linkse kabinet-Cals/Vondeling viel over een motie-Schmelzer. Wie zich in het veranderende Nederland van die dagen progressief noemde, sprak van „verraad”. Wim Kan typeerde Schmelzer in zijn oudejaarsconference met blijvende onverbiddelijkheid destijds zo: „Een gladde teckel met een kluif in zijn bek.”

Overigens werden de emoties ook door enige legendevorming opgestuwd. De Katholieke Volkspartij en de PvdA waren elkaar destijds na anderhalf jaar coalitiewrijvingen al aardig zat. De PvdA had in 1966 rampzalige raads- en Statenverkiezingen beleefd. Ze weet dat mede aan het beleid van het kabinet-Cals/Vondeling en was in een grafstemming.

Schmelzers motie, waarin hij vroeg om een betere dekking van de begroting, had zodoende ook wel iets van de lont bij het kruitvat. Wie er (bijna) alles over wenst te weten, leze Robbert Ammerlaans geruchtmakende boek Het verschijnsel Schmelzer (1973).

Vervolg Schmeltzer: pagina 2

Bijna almachtig tot de ontzuiling

Vervolg Schmelzer van pagina 1

Interessant waren de ontwikkelingen in de beide grote partijen daarna. Schmelzer deed weinig moeite om de linkervleugel van de KVP te apaiseren, wat tot veel bedankjes en tot de oprichting van de PPR (voorloper van GroenLinks) leidde. Den Uyl, opvolger van Vondeling als PvdA-leider, zou daarentegen even later heel veel moeite doen, en veel accepteren, om een radicale stroming als Nieuw Links binnen zijn club te houden.

Beider aanpak vroeg een prijs. Schmelzer verspeelde in ’66-’67 direct een deel van zijn linkervleugel. Den Uyl zou pas een paar jaar later te maken krijgen met zijn geïntegreerde radicalen, bijvoorbeeld ten tijde van zijn kabinet (1973-’77) en tijdens de formatie van zijn tweede kabinet, dat hij najaar 1977 niet kon of wilde bevechten op de linkervleugel van zijn partij.

Nederland kende na de Tweede Wereldoorlog in de wederopbouwperiode tot 1958 de zogenoemde rooms-rode (KVP-PvdA) samenwerking. De vooroorlogse verzuiling was nagenoeg intact gebleven en de oude politieke leiders van die zuilen (Romme, Drees, Oud, Schouten en Tilanus) gaven de toon aan. Schmelzer behoorde tot de volgende generatie van politieke leiders. Die generatie zou te maken krijgen met de ontzuiling, die steeds duidelijker een einde zou maken aan hun „automatische” kiezersaanhang.

Een min of meer tragisch aspect van Norbert Schmelzers politieke loopbaan was dat hij de bij zijn aantreden bijna almachtige KVP tussen 1963 en 1972 mede door deze ontzuiling zag verschrompelen tot het formaat van een niet eens zo heel grote confessionele partij. Dat hij al vroeg enthousiast was voor de moeizame, maar uiteindelijk toch gelukte bundeling van KVP, ARP en CHU in het CDA had daarmee natuurlijk te maken.

Een ander enigszins tragisch aspect van het politieke leven van Norbert Schmelzer, die in ’59, ’63 en ’67 een hem in de KVP toegedacht premierschap afwees, is dat zijn ministerschap van Buitenlandse Zaken, wat hij lang had geambieerd, maar zo kort duurde. Het duurde wel lang genoeg voor de erkenning van de DDR en volle medewerking aan de toen omstreden toelating van de Chinese Volksrepubliek tot de Verenigde Naties.

Na het Haagse Aloysius College en een studie economie in Tilburg moet de jonge Schmelzer kiezen tussen een vervolg in politiek en bestuur of een vervolg in de muziek. Dat laatste trok hem als goed pianist ook aan. Een studievriendin nam hem mee voor een partijtje ten huize van KVP-chef Romme. Die scoutte de twintiger, zijn latere opvolger, vrijwel direct voor de politiek.

Circa dertig jaar later, in de Haagse Post van 5 juni 1982, sprak Schmelzer, toen bijna tien jaar politicus-af, zijn grote waardering uit voor de toenmalige CDA-premier Van Agt. Hij ging in op de vraag zich met de minister-president te vergelijken. Er volgde een vriendelijk klein zelfportret: „Ik ben ook een integere man, maar ik heb het Nederlandse publiek nooit echt aangesproken in de zin dat men warm voor mij liep. Ik werd toch meer gezien als strateeg, een intelligente schaker. Niet zo’n aardige man, meer de man van de politiek.”