H. erectus had al een modern bekken maar ouderwetse kinderen

Een nieuw gevonden bekken van een Homo erectus-vrouw (ca. 1,4 miljoen jaar oud) zet een aantal standaardwijsheden over deze menselijke voorouder op zijn kop. Het bekken uit Gona, Ethiopië, is ‘moderner’ dan gedacht, maar een conclusie is ook dat de jeugd van erectus-kinderen waarschijnlijk veel korter was dan die van moderne mensenkinderen. Uit het bekken blijkt verder dat deze erectus-vrouw er behoorlijk anders uitzag dan meestal wordt aangenomen van de Afrikaanse H. erectus: ze was kort (120 tot 146 cm) en met een opvallend breed bekken, een beetje een vierkant type dus (Science, 14 november).

Het geboortekanaal blijkt wijder dan gedacht, waardoor de Homo erectus-baby’s al met relatief grote hoofden konden worden geboren. Ook allerlei anatomische details lijken op die van de moderne mens en daarin verschilt het bekken duidelijk van die van de oudere Australopitheci.

Tot nu toe werd op basis van schaars bekkenmateriaal aangenomen dat een H. erectus met een hersenvolume van ongeveer 230 ml ter wereld kwam. Zo’n baby zou daardoor flink lang hulpeloos blijven omdat de hersenen nog lang moesten doorgroeien naar de 600 à 1000 ml voor volwassen H. erectus. Maar door dit nieuwe bekken passeert wel een hoofdje met 315 ml. Minder hersengroei na de geboorte dus.

En dat alles leidt tot de conclusie dat H. erectus al behoorlijk modern was in geboortekanaalanatomie, maar dus niet in de hulpeloosheid van zijn kinderen. Een flink deel van de hersenen kon al in de baarmoeder groeien dankzij het relatief ruime geboortekanaal. Een erectus-peuter was nog veel zelfstandiger dan een moderne peuter en daarin leek erectus echt nog op een chimpansee. Gezien het bekken ligt de verhouding tussen hersengroei voor en na de geboorte midden tussen die van de chimp en de moderne mens. De lange jeugd van de mens wordt tegenwoordig als een cruciaal menselijk kenmerk gezien.

De gedrongen gestalte van deze erectus-vrouw zaait verder twijfel over de heersende opvatting dat bij deze mensachtigen mannen en vrouwen ongeveer even groot waren, heel anders dan bij de oudere Australopitheci waar de mannen veel groter waren. Erectus-mannen haalden hoogstwaarschijnlijk makkelijk 180 cm, maar de onderzoekers in Science wijzen erop dat er eigenlijk maar weinig aanwijzingen zijn dat die moderne lengte ook voor vrouwen gold. De lichaamslengte van deze vrouw werd overigens berekend op basis van de geschatte lengte van haar dijbeen die weer werd afgeleid uit haar heupgewricht.

Hendrik Spiering