Gids in Talibanistan

Ahmed Rashid volgt al dertig jaar de lotgevallen van Afghanistan. Hij heeft een paar adviezen voor Barack Obama. Dirk Vlasblom

Ahmed Rashid is snipverkouden, en hij is boos. Die verkoudheid komt door het temperatuurverschil tussen zijn woonplaats Lahore en herfstig Amsterdam. Maar die boosheid is niet van vandaag of gisteren. Afgelopen zomer verscheen zijn boek Descent into Chaos – How the war against extremism is being lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia. Daarin put hij uit dertig jaar ervaring als verslaggever en unieke contacten met hoofdrolspelers in de regio – en veegt hij de vloer aan met de Westerse Afghanistanpolitiek.

“Ja’’, zegt hij, “het is een boos boek. Ik heb drie decennia geprobeerd de wereld te helpen Afghanistan te begrijpen. Na 9/11 was ik hoopvol gestemd, want ik dacht dat de Amerikanen beseften wat voor gruwelen de Afghanen hadden doorstaan, dat ze het land na dertig jaar oorlog zouden herbouwen en de regio zouden helpen vrede met zichzelf te sluiten. Het tegenovergestelde gebeurde. Enkele weken nadat de Talibaan en Al-Qaeda uit Kabul waren verdreven, trokken de Amerikanen Irak binnen en werd Afghanistan bijzaak. Wie eenmaal een fundamentele strategische fout heeft gemaakt, moet zich een weg liegen door een hele reeks andere fouten. En dat geldt niet alleen voor de Verenigde Staten onder George Bush, maar ook voor de Europese NAVO-landen.”

De Pakistaan Ahmed Rashid is een politieke wetenschapper die journalist werd. Met zijn boeken Taliban (2001) en Jihad (2002) maakte hij naam als de grootste kenner van dit onrustige deel van Azië en van de opkomende militante islam in het gebied. In Descent into Chaos reconstrueert hij nauwgezet wie welke beslissingen nam in Islamabad, Kabul en Washington nadat de Twin Towers waren ingestort en de regering-Bush de oorlog had verklaard aan het terrorisme. De uitgeholde staat Afghanistan en zijn instabiele buurlanden waren de terreurhaarden, maar de Amerikanen richtten al hun pijlen op Irak. Zij gaven het Pakistaanse leger grote sommen geld om jacht te maken op Al-Qaeda, maar dat volgde zijn eigen agenda en hielp de Talibaan weer op de been.

JAARLEZING

Rashid blijft inpraten op westerse beleidsmakers. Hij probeert hen te bewegen Afghanistan en Pakistan te helpen democratische instellingen op te bouwen, hun economieën te ontwikkelen en hen zo te behoeden voor de aanzwellende golf van militant islamisme. Deze week was hij in Brussel om te overleggen met het Europese Parlement en met stafleden van het naffo -hoofdkwartier. Donderdag hield hij in Amsterdam de jaarlezing van het Internationale instituut voor studie van de islam in de moderne wereld (isim). Voor het decembernummer van Foreign Affairs schreef Rashid samen met de Amerikaanse politicoloog Barnett Rubin een artikel met adviezen voor de volgende Amerikaanse regering. De titel is een programma: ‘From Great Game to Grand Bargain – Ending chaos in Afghanistan and Pakistan’.

Het Grote Spel speelde zich af in de 19de eeuw, toen het koninkrijk Afghanistan een bufferzone vormde tussen Brits-Indië en het keizerlijke Rusland. Beide mogendheden stuurden agenten de Afghaanse bergen in om bondgenoten te werven onder plaatselijke stamhoofden. Af en toe rukte een eenheid cavalerie uit om een bruggenhoofd te vestigen, maar dat werd nooit lang bezet. Tijdens de Koude Oorlog probeerde de koning van Afghanistan gelijke afstand te bewaren tot de Sovjet-Unie en het Westen. In 1973 werd hij afgezet door een linkse coup, de nieuwe machthebbers kregen onderling ruzie en in 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. Sindsdien, schrijven Rashid en Rubin, heeft het aanhoudende geweld in deze arena gevolgen voor de hele wereld.

Aan het begin van de jaren negentig, tijdens de burgeroorlog die uitbrak na de aftocht van de Sovjet-troepen in 1989, verscheen een nieuwe groep op het Afghaanse toneel. Het waren Pathanen, de grootste etnische groep van Afghanistan (42 procent van de bevolking), en ze noemden zich taliban – Perzisch meervoud van het Arabische talib, religieuze student. Rashid: “Het is heel lastig aan te geven wat religieus is en wat etnisch aan de Talibaan-identiteit. Het waren ontwortelde stamleden, die als vluchtelingen in Pakistan leefden. Hun ouders hadden gevochten in de oorlog tegen de Sovjettroepen en velen waren wees. Hun stamverbanden waren uiteengevallen, traditionele instellingen waren vernietigd en stamhoofden waren gedood door de Sovjets. Zij waren vaak te jong om nog te weten hoe de oude stamsamenleving eruit had gezien. Tegelijkertijd waren velen van hen opgeleid in Pakistaanse madrassas (koranscholen), die werden geleid door de islamitische sekte der Deobandi. Dat is een Zuid-Aziatische loot van het Saoedische wahhabisme die een beperkte interpretatie van de islam onderwijst en een al even beperkte interpretatie van de jihad. De Talibaan-ideologie is een mengsel van de Pashtunwali, de culturele gedragscode der Pathanen – maar dan in geperverteerde vorm – en een simplistische versie van de Deobandi-doctrine. De Talibaan hebben weinig op met niet-Pathanen, maar zij probeerden hun religieuze overtuigingen, behalve aan stamgenoten, ook op te leggen aan de Tadzjieken, Hazaras en Oezbeken van Afghanistan. En die namen dat niet.”

De Talibaan veroverden in 1996 de hoofdstad Kabul. Rashid: “Het geheim van hun succes was dat zij werden gesteund door de ISI, de militaire inlichtingendienst van Pakistan. Hoge Pakistaanse officieren beschouwen Afghanistan als hun belangensfeer, waar de invloed van aartsvijand India moet worden ingedamd, en de Talibaan zijn hun instrument. Honderden Pakistaanse adviseurs voorzagen in militaire training en bestuurlijke ondersteuning voor de Talibaan. En ze kregen veel geld uit Saoedi-Arabië. Zij wierven rekruten in de madrassas van Pakistan, niet alleen Afghanen, maar ook Pakistanen en Arabieren. De Amerikanen bleven afzijdig. Zij hadden het islamitische verzet tegen de Sovjet-bezetters gesteund, maar lieten Afghanistan na de Sovjet-aftocht over aan de Pakistanen en de Saoedi’s. Tot Al-Qaeda ginds de teugels overnam.”

Sinds hun verdrijving uit Kabul in 2001 zijn de Talibaan in leven gehouden door het Pakistaanse leger, zegt Rashid. “De Talibaan en Al-Qaeda trokken de grens over en in de tribale gebieden van Pakistan (de Federally Administered Tribal Areas, FATA), aan de grens met Afghanistan, werden ze ongemoeid gelaten door het Pakistaanse leger. Plaatselijke Pathanen hielpen hen en gaven hun onderdak. Vanuit de kring van lokale Pathanen, die Al-Qaeda en de Afghanen in bescherming namen, groeide vervolgens een beweging van Pakistaanse Talibaan. Die hebben een eigen agenda: hun broeders in Afghanistan helpen, maar ook Pakistan talibaniseren. En dat is een bron van instabiliteit.”

ONDOORZICHTIG

Sinds de val van sterke man Pervez Musharraf is het Pakistaanse beleid tegenover Afghanistan erg ondoorzichtig, vindt Rashid. “President Zardari en zijn Afghaanse collega Karzai kunnen het goed met elkaar vinden. Het probleem is alleen dat het Afghanistanbeleid niet wordt gemaakt door Zardari, maar door de militairen. Het leger heeft intussen de strijd aangebonden met de Pakistaanse Talibaan en Al-Qaeda in Bajaur, het meest noordelijke tribale gebied, omdat het daar is beschoten. Maar het treedt niet op tegen de Afghaanse Talibaan. In het leger en in de inlichtingendiensten zijn nog steeds Talibaan-supporters. Als gevolg van de arrogantie en onverschilligheid van opeenvolgende Amerikaanse regeringen leeft er bovendien een sterk anti-amerikanisme onder de militairen. Ook onder burgers, trouwens. Deze groeiende anti-houding geldt ook voor thema’s als democratie en mensenrechten, die worden gezien als Amerikaanse stokpaardjes.”

Rashid is opgetogen over de verkiezingsoverwinning van Barack Obama. “Ik hoop dat hij een handreiking doet aan de islamitische wereld, Afghanistan en Pakistan, en een evenwichtiger en meeromvattend beleid zal voeren tegenover het gebied.” Dat Obama de Amerikaanse troepenmacht in Afghanistan wil versterken vindt Rashid verstandig. “Dat is nodig. Met de Talibaan moet je nu eenmaal onderhandelen vanuit een sterke positie. Maar hopelijk zoekt Obama niet alleen militaire oplossingen. Er moet meer aandacht komen voor zaken die de harten en hoofden van de bevolking kunnen winnen: infrastructuur, landbouwontwikkeling, versterking van het Afghaanse leger, bestuurlijke capaciteitsverbetering.”

Tijdens de verkiezingscampagne zei Obama dat hij bereid is in Pakistan jacht te maken op Bin Laden als de Pakistanen niet zelf in actie komen. Rashid: “Ik heb het Obama-team ontmoet in Washington. Zij hebben intussen een veel evenwichtiger beleidsvisie. Ze zullen van de Pakistaanse regering eisen dat die het terrorisme aanpakt, maar het is een combinatie van wortels en stokken. Er ligt nu een wetsontwerp bij het Congres dat is opgesteld door de aanstaande vicepresident, Joe Biden. Dat voorziet in een bedrag van 1,5 miljard dollar gedurende vijf jaar voor volksgezondheid en onderwijs in Pakistan. Dat kan helpen de anti-Amerikaanse gevoelens in het land te temperen.”

De nieuwe bevelhebber van het Amerikaanse Centrale Commando (Midden-Oosten, Oost-Afrika en Centraal-Azië), generaal David Petraeus, heeft gesuggereerd om tribale milities te bewapenen en in te zetten tegen de Talibaan, net als is gebeurd in Irak ter bestrijding van Al-Qaeda. Rashid heeft bedenkingen. “De traditionele Pathaanse samenleving is ernstig ontwricht door de Talibaan. Zij waren erop uit om, in overeenstemming met hun ideologie, de tribale hiërarchie te elimineren en de mullahs (religieuze voorgangers) te verheffen tot leiderschapsposities. Daarom zijn veel stamhoofden (malik) vermoord of buiten spel gezet en werden mullahs militaire commandant, rechter of gouverneur. Dat druist in tegen de Pathaanse traditie. Daarin heeft de mullah geen politieke of militaire rol; hij gaat alleen voor in gebed. Als je stamoudsten wilt bewapenen, moet je je eerst afvragen: wie dan? In Irak deed dit probleem zich niet voor, want daar zijn de tribale structuren min of meer intact. Saddam Hussein heeft er nooit inbreuk op gemaakt; hij gaf juist geld aan de bedoeïenenstammen. Ook Al-Qaeda probeerde stamhoofden om te kopen om hen aan haar kant te krijgen, maar zij kozen de zijde van de Amerikanen en werden voortaan door hen betaald. In Afghanistan is dat heel lastig.”

VERTROUWEN

Volgens Rashid is het van groot belang om de greep van de Talibaan op de Pathaanse samenleving te verzwakken, zowel in Afghanistan als in Pakistan. “De klassieke stelregel van counter-insurgency is ‘clear, hold and build’. Verdrijf de opstandelingen, houdt het gebied bezet met voldoende troepen en win het vertrouwen van de bevolking. De fasen 2 en 3 blijven nu achterwege door een gebrek aan manschappen en middelen. Men verdrijft de Talibaan uit een gebied, maar laat er onvoldoende troepen achter om de bevolking te beschermen voor tegenaanvallen.”

Generaal Petraeus zegt dat hij wil onderhandelen met ‘gematigde krachten’ binnen de Talibaan. Rashid: “Dat plan is niet nieuw. Het is drie jaar geleden ontwikkeld door de Afghaanse regering. Nieuw is dat Amerikaanse militairen het nu openlijk steunen. Nog niet zo lang geleden was elke Talibaan een vijand en als er een werd gepakt, ging hij linea recta naar Guantánamo. Ik denk dat er heel wat Talibaan zijn die meevechten om volstrekt on-ideologische redenen, motieven waar je wat mee kunt. Woede, omdat hun huis gebombardeerd is, omdat hun broer is gedood, hun dorp is verwoest. Hún harten en hoofden kunnen gewonnen worden en het is de moeite waard dat te proberen. Maar er moet een structuur zijn waar Talibaan die zich overgeven of willen onderhandelen zich veilig voelen. Zodat ze niet meteen worden opgepakt. Dat vereist een organisatie ter plaatse die hen beschermt, anders is er geen vertrouwen.”

Rashids oordeel over de Europese NAVO-troepen is gemengd. “Sommige landen hebben het goed gedaan, andere hebben lange lijsten beperkende instructies. Met een desastreus effect: het heeft de Talibaan nieuwe moed gegeven. Zij weten, bijvoorbeeld, dat je de Spanjaarden kunt aanvallen, want zij komen toch hun bunker niet uit. De Nederlanders hebben wel degelijk gevochten, maar ook zij opereren onder beperkingen. Zij doen in Uruzgan veel minder aan patrouilleren en contact leggen dan de Britten in Helmand of de Canadezen in Kandahar. Ze zijn wel degelijk proactief geweest, maar in beperkte mate. En de resultaten zijn navenant: Uruzgan wordt niet gecontroleerd door de Nederlanders. De Britten zijn wél proactief geweest, meer dan de Nederlanders, maar ook zij controleren hun provincie niet. Het is hoog tijd om eens naar de strategie te kijken. Er zijn eenvoudig niet genoeg troepen. Er is een Afghaans leger nodig, dat in staat is een gebied blijvend te controleren.”