'Er zijn meer kleuren dan het groen van de dollar'

Is China bereid om de ‘New Deal’ van Obama te financieren? Voor wat hoort wat, zeggen economen in China. Als wij de VS helpen, moet in organisaties als het IMF een eind komen aan de Amerikaanse hegemonie.

Sombermannen zijn er al genoeg in de wereld, waarschuwde professor Qian Yingy, rector van de School voor Economie en Management van de Tsinghua Universiteit in Peking, van tevoren. Daarvoor moesten we niet bij hem zijn.

„We lezen al zo veel slecht nieuws. Over het Westen en over onszelf. Een heel bijzonder jaar voor China eindigt onverwachts pessimistisch. Maar laten we niet vergeten hoe China er 30 jaar geleden voorstond en wat wij allemaal hebben bereikt. Dit is ook de tijd van de strategische kansen voor China”, legt de gesoigneerde Qian (46) uit.

„Chinese multinationals willen al jaren hun belangen in de wereld vergroten. Nu is het de tijd, want buitenlandse bedrijven zijn nog nooit zo goedkoop geweest. China wil meer zeggenschap in de internationale financiële instellingen, nu is het moment aangebroken om daarover te praten’’, vervolgt hij opgewekt.

Dr. Mei Xinyu (43), lid van de Chinese Academie voor Internationale Handel en Economische Samenwerking, zegt, als hij de eerste van vele sigaretten heeft opgestoken, daar anders over te denken: „Het is vooral tijd om het Chinese economische ontwikkelingsmodel minder afhankelijk te maken van export en buitenlandse investeringen. We praten daar al jaren over.”

Welke rol wil en kan China spelen bij de bestrijding van de crisis in het Westen? Of moet China zich ‘ontkoppelen’ en concentreren op hervorming van zijn economische model waarin export en buitenlandse investeringen domineren? Daarover gaat het gesprek met professor Qian en dr. Mei in de lounge van Shangri-La-Pudong, een van de duurste hotels in het financiële centrum van Shanghai.

Hier, bij een potje thee dat het dagloon van een migrantenarbeider kost, is van crisis niets te merken. Het parkeerterrein staat vol nieuwe Maserati’s en Landrovers. De Chinese dagbladen op de tafels van Indonesisch teakhout berichten opgetogen over het economische stimuleringsplan van 462 miljard euro en over een onderzoek naar de optimistische en zorgeloze stemming onder Chinese consumenten.

Het slechte nieuws over de 67.000 gesloten exportfabrieken in drie kustprovincies, de daling van de exportorders, de – lichte – daling van de buitenlandse investeringen en over enkele gewelddadige protesten tegen plotselinge ontslagen wordt helemaal achterin de kranten verstopt.

China is enorm geschrokken van de impact van de crisis, en is ook boos op de VS. Wat kan China doen?

Qian: „Willen we de successen van de afgelopen 30 jaar veiligstellen en voortzetten dan moeten wij het Westen helpen. Misschien moeten we wel de Amerikaanse banken helpen en misschien moeten we ook helpen bij de financiering van de Democratische agenda van president Obama.”

Mei: „We moeten de conclusie trekken dat het Amerikaanse model heeft gefaald en dat er meer kleuren in de wereld zijn dan het groen van de dollar. De tijd dat de wereld moest luisteren naar de VS is voorbij.”

Qian is in Shanghai voor de presentatie van een boek over Chinese multinationals. Mei heeft net in Shanghai een conferentie van Chinese, Japanse en Franse ondernemers toegesproken. Qian en Mei, economen, allebei lid van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen (beiden: „De grootste denktank ter wereld”) en allebei adviseur van de Chinese staatsraad, behoren tot verschillende stromingen in Chinees economenland. Qian is naar eigen zeggen ‘nieuw rechts’, Mei naar eigen zeggen ‘nieuw links’.

Qian is voor stapsgewijze privatisering van de Chinese economie, zij het met behoud van Chinese karakteristieken. Dat wil zeggen: zonder politieke hervormingen. Mei, een partijman die bij het ministerie van Handel in Peking werkt en publiceert in de staatsmedia, is aanhanger van het oorspronkelijke Chinese model. Hij is ervan overtuigd dat Mao Zedong destijds een correct besluit nam toen hij alle economische en financiële macht bij de communistische partij legde, maar Mei vindt wel dat de leiders de economie voortdurend moeten moderniseren.

Eerst de top van de G20 dit weekend in Washington, waaraan ook president Hu Jintao deelneemt. Hoe groter de groep, hoe geringer het resultaat, zegt men in China.

Mei Xinyu, klein en rond: „De tijd is aangebroken om een nieuwe financiële wereldorde op te bouwen. Als wij meewerken aan de redding van het systeem dan moet daar wat tegenover staan. China moet meer stemrecht krijgen in de financiële instituties zoals het Internationaal Monetair Fonds. Nu hebben de VS door het stemmensysteem te veel macht in het IMF en kunnen zij alles blokkeren. De Amerikaanse banken konden ongecontroleerd, zonder supervisie, hun gang gaan en ook dat moet veranderen. China zal de Frans-Britse voorstellen voor meer supervisie steunen.

„Wij zijn de grootste exporteur van kapitaal in de wereld, wij dragen steeds meer bij aan de wereldeconomie en toch is ons stemmenpercentage in de internationale financiële instellingen kleiner dan dat van de Beneluxlanden samen. Het is ook een achterhaalde zaak dat wij, de crediteuren, voortdurend moeten luisteren naar de debiteuren in het Westen.”

Maar moet de G20 verzanden in technische debatten over stemverhoudingen? Daar gaat het nu toch niet om?

Qian: „Nee, ik hoop daarom boven alles dat de regeringsleiders zich vooral concentreren op de bestrijding van de wereldwijde recessie en het complexe, technische debat over de internationale financiële architectuur overlaten aan de ministers van Financiën en centralebankpresidenten.’’

Mei: „Ik weet niet of onze eigen leiders het Europese idee om het IMF te versterken en hem de hoofdrol van financiële politieman van de wereld toe te kennen, zullen steunen. Ik heb daar niets over gehoord. Ik betwijfel dat ook, want in Aziatische ogen is het IMF een ongeloofwaardige organisatie geworden. En als China dat voorstel wel steunt, dan zullen de verhoudingen in het IMF hervormd moeten worden, wil China meer kapitaal in het IMF steken.’’

Het trauma van de Aziëcrisis is nog niet verwerkt?

Mei: „In financieel-economische zin wel, psychologische en politiek zin niet. Nog steeds wordt het IMF in Azië ‘financiële terreurorganisatie’ genoemd. De herinneringen aan de vernietigende neoliberale recepten die het IMF in 1998 voorschreef om de Aziëcrisis te bezweren, zijn nog vers.”

Niets wijst erop dat de VS of Europa bereid zijn afstand te doen van hun machtspositie in het IMF. Of dat de VS bereid zullen zijn meer internationale regelgeving en toezicht op het financiële systeem te accepteren.

Qian: „De VS zullen hun financiële hegemonie beslist verdedigen, maar zullen ook tot het inzicht komen dat systeemveranderingen noodzakelijk zijn. Dat vergt tijd. De VS zullen van China vragen de hervormingen op het gebied van markttoegang, regelgeving en de wisselkoers van de Chinese munt voort te zetten. China is daartoe bereid. Dat is positief.”

Mei: „De verwachtingen over wat China kan doen zijn te groot. China is nog lang niet klaar om de rol van de VS in de wereldeconomie over te nemen, misschien over 50 jaar, maar nu zeker niet. Dat sluit niet uit dat China de neergang van de VS uiterst zorgvuldig en behoedzaam tegemoet moet treden en moet managen. Ik denk zelfs dat het voorkomen van een al te snelle neergang van de VS als supermacht de belangrijkste buitenlandse politieke uitdaging voor China in de komende jaren is.”

Het „zorgvuldig managen van de Amerikaanse neergang” – een thema waar Chinese intellectuelen al een paar jaar over discussiëren – is volgens beiden een goed argument om de Chinese deviezenreserves te blijven investeren in Amerikaanse staatsobligaties.

Volgens de laatst beschikbare cijfers van de Chinese overheid beschikt China over bijna 2.000 miljard dollar aan buitenlandse deviezen, die voor een belangrijk deel zijn geïnvesteerd in Amerikaanse staatsobligaties. China heeft deze reserves – die volgens berekeningen van de Amerikaanse Council on Foreign Relations zelfs de 2.500 miljard dollar overtreffen – opgebouwd om zich in crisistijden te kunnen verdedigen. China wil niet zoals tijdens de Aziëcrisis met Zuid-Korea of Thailand gebeurde, afhankelijk worden van het IMF.

Jegens Bush, die China niet lastig valt met mensenrechten of democratie, is de leenbereidheid van China groot. Kan president Obama op China rekenen als hij kapitaal nodig heeft voor zijn ‘New Deal’?

Qian: „Ik denk dat de Chinese leenbereidheid zal samenhangen met het beleid van president Obama. China maakt zich nu zorgen over uitspraken van Obama die wijzen op een protectionistische mentaliteit. Maar onze Amerika-experts zeggen ook dat er een groot verschil kan zijn tussen wat een presidentskandidaat zegt en wat een president doet. Dat hebben we bij Clinton en Bush ook gezien.”

Mei: „Amerika en China kunnen niet zonder elkaar en dat weet Obama ook. De vraag is of hij als president in staat is weerstand te bieden aan de wensen van het Democratische Congres. Veel hangt ook af van zijn opstelling ten aanzien van de kwestie Taiwan.”

Kortom, meer van hetzelfde? Van vernieuwing van de Amerikaans-Chinese relaties lijkt geen sprake meer te zijn?

Qian: „Een collega van mij heeft voorstellen gedaan om de Chinees-Amerikaanse relaties nog verder te verbeteren. In ruil voor meer stemmen in het IMF en de Wereldbank en een nieuw supervisiesysteem wil hij dat China meewerkt aan de herkapitalisering van de Amerikaanse banken, net zoals de Amerikaanse banken een paar jaar geleden de Chinese banken met investeringen hebben geholpen.

„Een ander idee is dat we de Chinese buitenlandse deviezen gedeeltelijk gebruiken om te investeren in de revitalisering van de Amerikaanse economie. We zouden kunnen investeren in Amerikaanse havens, hogesnelheidstreinen, nieuwe energieprojecten en andere elementen van de Obama-agenda. Ik hoop dat de nieuwe president dat plan van mijn collega, professor Yu Qiao, te lezen krijgt.”

Dr. Mei snuift: „Ik denk niet dat zulke Chinese investeringen in de Amerikaanse economie geaccepteerd zullen worden. De acceptatie van Chinese investeringen in westerse bedrijven is in het Westen al niet erg groot. Toen een Chinees bedrijf een Amerikaanse oliemaatschappij wilde kopen was er in het Amerikaanse Congres heftig verzet. ”

Hier in de lounge van het Sangri-La-hotel gonst het van de geruchten over Chinese overnames nu westerse bedrijven zo goedkoop zijn.

Mei: „Aan de Chinese bedrijven zal het niet liggen, die willen graag. Maar de kern van de zaak is deze: de crisis is Made in America en daar moet dan ook de oplossing gezocht worden. China moet zich concentreren op de hervorming van het Chinese model; wij hebben een onderontwikkelde binnenlandse markt; we hebben sociale problemen; we moeten investeren in de bestrijding van armoede, in gezondheidszorg, in pensioenstelsels, in het milieu. Goed voor onze eigen zaken zorgen, dat moeten wij de komende 30 jaar doen.

„Ons doel moet zijn om de koopkracht en levensstandaard van 500 miljoen mensen in China die nu van minder dan 2 dollar per dag leven, te verbeteren. Die mensen hebben gezondheidszorg, een sociaal vangnet en pensioenen nodig. Dat is onze bijdrage aan de wereldeconomie. Dat is onze koers.”

Professor Qian staat op: „De tijd dat wij ons konden verschansen achter een muur is allang voorbij. Als het westerse systeem instort, zal China grote verliezen incasseren. China en de VS kunnen niet zonder elkaar. Wij financieren en produceren, zij consumeren. Een ontkoppeling van economieën zie ik niet snel gebeuren. China moet internationale verantwoordelijkheid nemen, dat zijn wij verplicht aan onszelf en de wereld.”