'Ella Vogelaar moest zonder euro op pad'

Een minister zonder portefeuille is ideaal om speciale problemen aan te pakken. Als er geld is tenminste. „Dat is bij Vogelaar en Rouvoet niet goed geregeld”.

Ella Vogelaar had een valse start. „Toen ze in 2007 begon had ze geen cent te makken, dat kun je PvdA-onderhandelaar Wouter Bos aanrekenen.” Dat zegt D66’er Roger van Boxtel, bestuursvoorzitter bij zorgverzekeraar Menzis Zorg.

Hij was van 1998 tot 2002 minister in het tweede kabinet-Kok. „Een minister voor spek en bonen”, noemde CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer hem toen. Hij was een minister zonder portefeuille belast met het grotesteden- en minderhedenbeleid. Een positie vergelijkbaar met die van Ella Vogelaar, de PvdA-minister voor Wonen, Wijken en Integratie die deze week vertrok nadat de PvdA-top het vertrouwen in haar had opgezegd.

„Het grote verschil tussen haar positie en die van mij is dat er in mijn regeerakkoord concrete afspraken waren gemaakt over geld. Ik had een eigen budget, en als andere ministeries – zoals Sociale Zaken of Onderwijs – aan grotestedenbeleid wilden doen, hadden ze mijn toestemming nodig.”

Een minister zonder portefeuille is verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, maar heeft niet de leiding over een departement. Ministers zonder portefeuille hebben zitting in de ministerraad. De benoeming van een minister voor een specifiek beleidsterrein is een teken dat de coalitiepartijen dat bepaalde onderwerp belangrijk vinden.

„Als projectminister ben je meer verankerd in de samenleving”, zegt Van Boxtel. „Ik heb ministers gezien die met veel ambitie en maatschappelijke betrokkenheid beginnen en binnen één jaar de spreekbuis zijn van hun departement. Een projectminister opereert onafhankelijker.”

Dat kan zo zijn, erkent Jouke de Vries, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. „Maar een projectminister is afhankelijk van andere ministeries. Die moeten taken afstaan. En geld. Als je dat in het regeerakkoord niet goed regelt, dan ben je weg. En zowel bij Vogelaar als bij Rouvoet is dat niet goed geregeld.”

In het kabinet-Balkenende is minister André Rouvoet (ChristenUnie) de andere minister zonder portefeuille. Hij is verantwoordelijk voor jeugd en gezin. Van Boxtel: „Hij is vicepremier en zal daardoor minder snel onder vuur komen te liggen dan een gewone minister. Maar zijn daden zijn niet groter dan die van Vogelaar. Hij agendeert problemen.”

Het vertrek van Vogelaar is, volgens Van Boxtel, niet het bewijs van het mislukken van de projectminister. „Het is bizar om een minister op zo’n bepalend en gevoelig dossier op pad te sturen zonder één euro.” Pas na twee jaar was de financiering rond. Wonen, wijken en integratie is volgens hem „uitermate geschikt” voor een projectminister. „Je hebt meer slagkracht, je redeneert vanuit de maatschappelijk noden in plaats vanuit de Haagse werkelijkheid”, vindt Van Boxtel.

„Zo’n klus kan alleen slagen”, vindt hoogleraar De Vries, „wanneer in het regeerakkoord spijkerharde afspraken worden gemaakt. Dat hebben PvdA, CDA en ChristenUnie verzuimd.”