Een kerstcadeau van het kabinet: 500 euro voor iedereen

De aanwijzingen stapelen zich op dat we met een zeer ernstige recessie van doen krijgen. John Thain, eerste man van Merrill Lynch (nu Bank of America), waarschuwde onlangs zelfs dat de wereldeconomie aan de vooravond staat van een terugslag die vergelijkbaar is met de depressie uit de jaren dertig. Zulke uitlatingen tasten het tanende vertrouwen van consumenten, ondernemers en beleggers verder aan. Het is daarom begrijpelijk dat minister Bos van Financiën tegengas gaf in een poging te voorkomen dat iedereen elkaar steeds dieper de put in praat. Een week geleden nog waarschuwde hij tegen het voortdurende gebruik van het begrip economische crisis. Maar de harde feiten leiden ook bij hem tot voortschrijdend inzicht. Eergisteren gaf Bos zich gewonnen. Hij sluit een krimp van de Nederlandse economie niet langer uit. Onze uitvoer stagneert, middenstanders zien hun omzet dalen, de bouwproductie loopt fors terug.

De centrale bank van een reeks landen heeft opnieuw de rente verlaagd, in de hoop zo de economie aan te zwengelen. Een lagere rente maakt het voor bedrijven en consumenten goedkoper geld te lenen voor investeringen, de aankoop van een huis of extra bestedingen in de winkel. Maar banken geven de renteverlaging slechts mondjesmaat aan hun klanten door. Bovendien blijven ze terughoudend met de verstrekking van leningen aan het bedrijfsleven. De banken houden hun geld liever vast om de eigen balans te versterken, want dat eist de toezichthouder. Hierdoor is het verruimde monetaire beleid van de centrale banken op dit moment nauwelijks effectief. De gouverneur van de Bank of England erkende met zoveel woorden dat de jongste, drastische renteverlaging in het Verenigd Koninkrijk – in één klap van 4,5 naar 3 procent – onvoldoende zoden aan de dijk zet.

Resteert als mogelijkheid dat nationale overheden proberen een diepe terugval van de economische bedrijvigheid te voorkomen via een expansief begrotingsbeleid. De overheid kan haar eigen bestedingen opvoeren, zodat aannemers geen mensen hoeven te ontslaan, en tegelijk de belastingen verlagen. Door een belastingverlaging krijgen consumenten meer te besteden en kunnen ondernemingen gemakkelijker nieuwe investeringen doen. Als gevolg van hogere overheidsuitgaven en lagere belastingontvangsten loopt het tekort op de begroting uiteraard op. Zolang de crisis aanhoudt is dat niet erg, mits politici de uitgaven verlagen en de belastingen verhogen op het moment waarop het economisch herstel zich aandient. Precies op dat punt schoten beleidsmakers in de jaren zeventig te kort. Zij waren er telkens als de kippen bij om de economie te stimuleren via de versnelde aanleg van wegen en belastingverlaging. Dat levert stemmen op. Kiezers hebben echter een hekel aan de daarna weer noodzakelijke bezuinigingen en lastenverzwaringen. Die bleven te vaak achterwege. Als gevolg van de eenzijdige toepassing kwam dit activistische conjunctuurbeleid steeds meer in een kwade reuk te staan. Eerherstel lijkt echter ophanden.

Want waarschijnlijk zullen de regeringsleiders die dit weekend in Washington vergaderen over de aanpak van de economische crisis (G20) het eens worden over een impuls voor hun inzakkende economieën. Vooral Frankrijk en Italië komt dat goed uit. Hun begrotingstekort komt volgend jaar uit boven de 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) die volgens Europese afspraken maximaal is toegestaan. De recessie biedt deze landen een welkome uitvlucht om bezuinigingen en belastingverhogingen uit te stellen. Nederland staat er heel wat beter voor. In de Miljoenennota rekende het kabinet voor 2009 op een begrotingsoverschot van 1,2 procent van het bbp. Dat smelt weg, doordat de belastingen onder invloed van de recessie minder opbrengen. Desondanks beschikt ons land over voldoende budgettaire armslag om de economie via gerichte maatregelen aan te jagen, mocht de G20 hiertoe oproepen.

Tijdelijke verhoging van de overheidsuitgaven is weinig effectief. Het duurt te lang voordat alle vereiste vergunningen voor de versnelde aanleg van wegen binnen zijn en het werk is aanbesteed. Een tijdelijke belastingverlaging lijkt daarom het aangewezen middel om de sputterende motor van onze economie weer op gang te krijgen. Om een positief schokeffect te bereiken kan het kabinet – als het parlement groen licht geeft – alle volwassen burgers nog voor de Kerst eenmalig verblijden met 500 euro. Deze operatie kost de schatkist in eerste aanleg 6 miljard euro. Weliswaar een enorm bedrag, 1 procent van het bruto product, maar de crisis rechtvaardigt een stevige aanpak. In verhouding profiteren mensen met de laagste inkomens het meest. Dat is gewenst, omdat zij het meest geneigd zijn het kerstcadeau van het kabinet voor extra aankopen te gebruiken.

Balkenende, als een kind zo blij dat hij bij de G20 mag aanschuiven, kan zich dus zonder bezwaar aansluiten bij een te verwachten internationale oproep om de economie via de overheidsbegroting op te peppen. Komt hij eindelijk positief in de publiciteit, waar de media bij berichtgeving over de crisis tot nu toe vooral de glansrol van zijn politieke tegenvoeter Bos hebben belicht.