Bush kan het nooit goed doen tijdens de G20

De wereld kijkt tijdens de economische top vooral naar Bush’ opvolger. Maar ook Obama lijkt beducht voor de vergaande stappen die Europa wil om de mondiale financiële crisis te bezweren.

Het is zijn laatste grote optreden met leiders van de internationale gemeenschap – en op voorhand staat vast dat het voor George W. Bush een droevig afscheid wordt: hij kan het nooit goed doen.

Als Bush aan het einde van de vergadering van de G20, vandaag in Washington, zou tekenen voor de vergaande maatregelen voor stimulering van de economie en regulering van de financiële markten waartoe veel Europese landen neigen, dan wordt hij de komende weken gekielhaald door partijgenoten en conservatieve media.

De behoefte in die kringen om de slechte uitslagen van vorige week integraal op zijn conto te schrijven is toch al groot. Een akkoord met de president van Frankrijk en de socialistische premier van het Verenigd Koninkrijk zouden het ideale alibi zijn de identiteitscrisis van de Republikeinen – Witte Huis kwijt, Congres kwijt, geen helder programma, geen natuurlijke nieuwe leider – te wijten aan Bush, en Bush alléén.

Maar weigert hij akkoord te gaan met afspraken die verder gaan dan een vrijblijvend geformuleerde slotverklaring, dan riskeert Bush dat de VS opnieuw in de hoek worden gezet als de grootmacht die niet bereid is samen te werken met de internationale gemeenschap. Als het land dat de kredietcrisis aan de wereld schonk maar niet met de wereld aan oplossingen wil werken. Als het land dat, in essentie, niets heeft geleerd van het unilaterale fiasco in Irak.

De G20 is kortom de gevangene van een president die in eigen land al een jaar niet groot en niet klein meer kan zijn. En dus draait de bijeenkomst vanuit Amerikaans perspectief om de man die er niet bij is: Barack Obama, gekozen tot president maar pas vanaf eind januari in functie. „Bush kan heel weinig bereiken zonder Obama”, zei Benn Steil deze week, een econoom verbonden aan de Council on Foreign Relations.

Voor Bush, zegt Steil, is steun aan een wereldwijde stimuleringsoperatie, zonder in details te treden, een veilige manier Obama niet voor de voeten te lopen. Obama’s adviseurs spraken de afgelopen week openlijk over het idee van een New New Deal: een stimulering van de nationale economie om dalende consumptie tegen te gaan. Maar verder voelden Obama’s mensen er weinig voor zich te committeren aan een eventuele uitkomst van de top. Er was vooral behoefte de mondiale tevredenheid over het internationalisme van Obama te temperen.

Niet alleen had Obama geen belangstelling de wereldleiders te ontmoeten die dit weekeinde zijn land aandoen. Ook zond hij een niet mis te verstaan signaal met de aanwijzing van twee liaisons aan wie de leiders hun berichten voor Obama door kunnen geven.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright was een veilige keuze. Maar Jim Leach, voormalig Republikeins Congreslid en een van de eerste Obamacans, was van een andere orde: Leach introduceerde in 1999 de deregulerende wetgeving die Amerikaanse banken in staat stelden ongelimiteerd risico’s te nemen met hypotheken voor lage inkomens. Veel Democraten zien die wetgeving als de basis voor de kredietcrisis.

Hoewel Obama’s mensen graag benadrukken dat zij regulering van de financiële markten elementair vinden, zijn zij, om binnenlands-politieke redenen, beducht voor overregulering: als Republikeinen erin zouden slagen Obama vanaf begin volgend jaar te positioneren als een doorgeslagen progressieve leider naar West-Europees voorbeeld, loopt hij het risico dat de Democraten hun nieuwe machtspositie over twee jaar bij de Congresverkiezingen alweer verspelen. Vandaar Jim Leach.

Op de achtergrond speelt een dieper sentiment: de vrees dat Obama’s internationalisme ten onrechte wordt verward met nieuwe nederigheid. Wie deze week borrels en bijeenkomsten in Washington bezocht waar progressieve Amerikanen Obama’s overwinning bespraken, hoorde één interpretatie veelvuldig terug: dat de VS het eerste land ter wereld zijn waar een blanke meerderheid een zwarte president koos.

De Amerikaanse eigendunk is de afgelopen anderhalve week dus allerminst gekrompen. En wereldleiders die denken dat zij in de positie zijn de VS de weg te wijzen en tot inschikken te dwingen, hebben iets elementairs gemist: voor Amerika is Obama’s zege het zoveelste bewijs dat de wereld een voorbeeld aan de VS zou moeten nemen.

Volg de ontwikkelingen op de G20 op nrc.nl/g20