Bij de voorplaat

In de darm van een termiet leeft deze eencellige, in een complexe symbiose. Uiterlijk lijkt hij op een pantoffeldiertje, maar daar is hij alleen losjes mee verwant. De eencellige, Pseudotrychonympha grassii genaamd, zorgt dat termieten doen waar ze berucht om zijn: hout eten. Het cellulose in hout is een taaie keten van suikers. Noch de termiet noch Pseudotrychonympha kan het zonder hulp verteren. De eencellige symbiont van de termiet zit echter vol bacteriën die een deel van de vertering verzorgen. Hoe dat in zijn werk gaat, bleef lang onzichtbaar. De eencellige overleeft niet in een lab, en ook de overheersende bacteriesoort in zijn binnenste is niet te kweken. Biologen uit Japan, zo stond gisteren in Science, pikten één eencellige uit de termietendarm op, en verpulverden zijn bacteriën om hun genen te analyseren. Zo bleek dat de bacterie, die verwant is aan menselijke Bacteroïdales-darmbacteriën, iets unieks kan voor dit bacterietype. Zij bouwt gasvormig stikstof om tot organische stoffen, zoals aminozuren. Dat is essentieel voor de termiet, want een cellulosedieet is stikstofarm. [HvS]