Auto's

Als je geluk hebt, kun je op een mooie, zomerse zaterdagmiddag in Amsterdam een paar historische ogenblikken beleven. Daar nadert een beige open auto van buitensporige afmetingen, een magnifiek exemplaar, ongeveer een halve eeuw geleden in Detroit van de lopende band gekomen. Aan het stuur een man van achterin de middelbare leeftijd. Hij heeft een breedgerande strohoed op, Texaans model. Hij is alleen, hij kijkt onverstoorbaar. Dat hij in dit enorme prachtstuk rijdt is voor hem de gewoonste zaak van de wereld. Voor mij is het alsof ik in een tijdmachine zit. Ik ben even terug in het tijdvak van koningin Juliana, de Spoetnik, de Hongaarse opstand, Elvis Presley.

Amerika was toen het allerrijkste land van de wereld, op ruime afstand gevolgd door de West-Europese landen waar de nieuwe naoorlogse welvaart juist was uitgebroken. Hier reed de laagste klasse van de gemotoriseerden in een Volkswagen, een Deux Chevaux of een Morris Mini; daar werden ieder jaar modellen op de markt gebracht die nog groter waren, meer pk’s hadden dan hun voorgangers. Alleen rijke Europeanen konden zich wat toen genoemd werd ‘een dikke Amerikaan’ veroorloven. Veel Amerikanen begonnen zich in die jaren een beetje voor die hypertrofische karossen te generen. Detroit ging compact cars maken, auto’s die naar Europese maatstaven gemeten tot de grotere van de middenklasse hoorden.

Bij het Amerikaanse publiek wilde deze nieuwe bescheidenheid er niet in. De compacts verdwenen naar de kerkhoven, de gewone auto’s bleven dikker worden. De stretchlimousine verscheen, een voertuig dat ongeveer twee keer zo lang is als een gewone auto, met donkere ramen zodat je niet naar binnen kan kijken. Bedoeld voor belangrijke zakenmensen die, onderweg vergaderend, niet door de gewone man bespied willen worden. En toen, ik denk in het midden van de jaren negentig, kwam de SUV, de Sports Utility Vehicle, in Nederland PC Hooft-tractor genoemd. Hoog op de dikke terreinbanden, met een vervaarlijke snuit, de tyrannosaurus rex van het asfalt. In deze periode begonnen de experts van het milieu zich al ernstig zorgen te maken over het klimaat, de uitstoot van broeikasgassen. Maar het milieu en de auto zijn nu eenmaal onverzoenlijke grootheden. De auto heeft het toen gewonnen. Na de SUV hebben we nog de Super SUV gekregen, een vreedzame versie van de Humvee die voor de strijd in het Midden-Oosten is ontworpen. Mij een raadsel waarom je in een toch betrekkelijk vreedzame stad als Amsterdam in een auto zou willen zitten die voor de straatgevechten in Bagdad en Kabul is ontworpen.

Nu, ondanks de SUV, de burger-Humvee en andere vernieuwingen is Detroit in nood. Ver terug in de vorige eeuw heeft de president van General Motors zich een aforisme laten ontvallen: Wat goed is voor GM is goed voor Amerika. Misschien zat daar toen een grond van waarheid in. Nu heerst de crisis. Het is onvoorstelbaar, maar voor GM dreigt het faillissement. De autofabrikanten vragen van de regering 25 miljard dollar steun. In The New York Times van 12 november staat een column van Thomas L. Friedman. Toen hij dit nieuws op de televisie hoorde, heeft hij tegen het scherm geschreeuwd. Hebt u dat weleens gedaan? Ik een enkele keer, als ik een politicus, een wereldleider een geweldige enormiteit zag en hoorde debiteren. Ik noem geen namen. Friedmans schreeuw werd veroorzaakt door zijn verontwaardiging over de brutaliteit van de autopresidenten die geld willen van de belastingbetaler, ter compensatie van de gevolgen van decennia wanbeheer. De columnist is bereid de auto-industrie te subsidiëren onder voorwaarde dat Detroit zich eindelijk voegt naar de eisen van de tijd en niet naar de wanen van de vrije markt. Zuinige, kleine auto’s. Als Detroit failliet gaat, zijn we nog verder van huis.

Eigenlijk wilde ik het over iets anders hebben. Vorige week heb ik een stukje geschreven over de marathons. Daarin noemde ik een film waarvan de titel me niet te binnen wilde schieten. Dat heb je soms. Stel je het geheugen voor als een gigantische, in de loop van je leven steeds groter wordende ladenkast. In die ongetelde laatjes zit alles opgeborgen wat je geleerd en ervaren hebt. Als je in zo’n laatje wilt kijken, blijkt in je brein een gids te wonen die bliksemsnel en feilloos begrijpt wat je wilt vinden. Maar een enkele keer komt het voor dat die gids even de kluts kwijt is. Bij mij gebeurt dat soms als hij op zoek is naar de titel van een film. Deze gaat over het marathondansen in de crisis van de jaren twintig. Ik schreef dat ik het niet wist, verstuurde dit stukje en stapte in de bus. Na twee haltes opende de gids het juiste laatje. They shoot horses, don’t they, van Sydney Pollack, met Jane Fonda en Michael Sarrazin. U wist niet dat het probleem was opgelost. Ik heb 61 mails gekregen, waaronder een van iemand die Pollack heeft geïnterviewd. Bij deze: alle mailers hartelijk dank. Mijn gids was niet voor niets even verdwaald.