Aquajoggen tussen de huisvrouwen

Sprinter Stefan Groothuis miste een heel seizoen nadat hij zijn achillespees had doorkliefd met zijn schaats. Een jaar later, in Berlijn, won hij voor het eerst een World Cup.

Aanvankelijk had Stefan Groothuis niet eens door dat hij met zijn rechterschaats de achillespees van zijn linkervoet had doorgesneden. Het gebeurde tijdens een proefstart op 24 oktober vorig jaar in Thialf, twee dagen voor de NK afstanden. „Het deed niet eens heel erg veel pijn. Eerst dacht ik: ‘Ik rij komend weekend gewoon’.”

De sprinter klom over de boarding om te kijken wat hij precies had geraakt. „Het was net alsof er een operatiemesje doorheen was gehaald. Het viel weer hartstikke mooi in elkaar. Toen ik mijn schaats uitdeed zag ik het vlees. Maar het bloedde niet echt.” Zelfs in het ziekenhuis werd eerst gedacht aan het hechten van de huid, maar op eigen aandringen werd toch maar een echo gemaakt. Zijn achillespees bleek voor de helft doorgesneden. Hij kon direct op de operatietafel.

Puur pech, zegt Groothuis (26) nu. „Schaatsers raken wel vaker hun schoen. Ik maakte een hele grote afzwaai. Waarschijnlijk struikelde ik de pas ervoor en moest ik dat corrigeren.” Hij droeg nota bene snijvaste enkelbeschermers die zulk letsel moeten voorkomen, maar het ijzer sneed precies door het leren lipje van de hak van de schaats.

Het incident maakte voorlopig een einde aan alle aspiraties van Groothuis, de nationaal sprintkampioen van 2006 die met rondjes van 24,7 had laten zien bij de allersnelsten ter wereld te horen.

Acht maanden was hij van het ijs. Maar bij zijn twee eerste echte wedstrijden, de NK afstanden begin deze maand en de wereldbeker vorige week in Berlijn, reed hij de 1.000 meter alsof hij stiekem had doorgetraind: eerst won hij de nationale titel, vervolgens zijn eerste wereldbeker. Bij die laatste ontmoeting versloeg hij wereldrecordhouder Pekka Koskela en Shani Davis. De Amerikaan gaf Groothuis op het podium een compliment. „Hij zei: ‘Mooi is dat. Eerst ben je een heel jaar weg, and now you kick my ass!’”, zei Groothuis vlak voor het begin van de wereldbekerwedstrijden dit weekeinde in Heerenveen. Gisteravond eindigde hij op de 1.500 meter verrassend als tweede, achter Davis.

Eigenlijk hád hij ook gewoon doorgetraind. „Ik kon niet geloven dat ik een heel seizoen niet zou schaatsen, dus ik ben vol aan de gang gegaan.” Op de bank, thuis in Voorst, deed hij beenspieroefeningen, met het gips om de voet. „Ik heb net zoveel uren getraind als ik normaal in de zomer doe.” Aangepast, dat wel.

Hij begon aan krachttrainingen, en klom tien dagen na het ongeluk met een speciale brace om zijn voet op zijn fiets en reed urenlang over de Gelderse wegen. „Ik heb de hele Veluwe ontdekt op mijn mountainbike.” In het zwembad van Brummen ging hij drie keer per week aquajoggen. De meeste trainingen werkte hij in zijn eentje af, al was hij voor het aquajoggen ook aangewezen op een wekelijkse sessie met een groep huisvrouwen. „Ik heb een keer mijn neefje meegenomen die op redelijk hoog niveau aan karate doet, dus daar kwamen twee van die fitte gasten het bad in, tussen de huisvrouwen. Ze vonden het wel grappig.”

Terwijl hij revalideerde werd zijn ploeg Telfort opgeheven. Maar werkloos bleef hij niet lang. „DSB benaderde mij al snel. Ik had gedacht dat ik eerst iets moest laten zien. Ze hebben een gok met mij genomen.” Tussen zijn nieuwe ploeggenoten Mark Tuitert, Simon Kuipers en Sjoerd de Vries ontwikkelde Groothuis zich onder trainer Jac Orie razendsnel.

Eind juni zou hij voor het eerst weer het ijs op stappen. Maar het noodlot sloeg opnieuw toe – zo leek het. „Tijdens het knippen van de heg liet ik de groene container vallen, precies op die wond. Die werd direct twee keer zo dik, dus ik schrok me helemaal kapot. Ik dacht: dit kan toch niet waar wezen? Het bleek alleen maar vocht te zijn, maar de eerste dag stond ik toch weer langs de baan te kijken.” Vooral de eerste echte start was spannend. „Ik moest er wel aan denken, maar nu is dat voorbij. Ik heb ook de enkelbescherming zo aangepast dat het niet meer kan gebeuren.”

Tijdens zijn lange dagen op de fiets en in het water dacht Groothuis vaak aan zijn comeback. „Na een jaar terugkomen en meteen winnen is het mooiste wat er is. Nu gebeurt dat met mijn eerste twee 1.000 meters – heel gaaf.”

Zijn seizoensstart schept verwachtingen. Doordat hij op de 500 meter een stuk sneller is dan vroeger, komen de sprinttoernooien in beeld. Twee weken geleden schaafde hij 0,41 van zijn persoonlijk record. Hij reed sindsdien vier 35’ers op rij op laaglandbanen. Vóór zijn blessure was hem dat slechts twee keer gelukt – in Calgary. „Maar vooral de start moet nog beter.”

De komende maanden heeft hij in elk geval minder tijd voor zijn andere, onverwachte hobby: Russische literatuur, met dank aan zijn vroegere Oekraïense schaatscoach Kosta Poltavets. Na de werken van Dostojevski en Gontsjarov leest Groothuis nu Tolstoj. „Ik ben absoluut geen literatuurkenner, hoor. Ik vind het gewoon leuke boeken, ze gaan diep in op het denken van de mens.”