Alle besluiten kwamen van Hitler, van niemand anders

In het bericht over de vondst van wat wellicht bouwtekeningen van Auschwitz zijn (NRC Handelsblad, 10 november), dook de mythe rondom de Wannsee-conferentie weer op. In het bericht werd gesuggereerd dat de datering van de besluitvorming tot de Holocaust onder historici een onderwerp van discussie vormt. Dat is juist, maar deze discussie staat los van de Wannsee-conferentie. Geen enkele serieuze historicus is van mening dat er op deze conferentie een besluit tot uitroeiing is gevallen. De conferentie was niet minder, maar ook niet meer dan een poging tot logistieke en juridische coördinatie. Incidenteel zijn er journalisten, die dit misverstand levend houden. Zij gaan daarbij voorbij aan het feit dat in het Derde Rijk nooit een groepje ambtenaren van het niveau van secretaris-generaal én daaronder een dergelijke beslissing had kunnen nemen. Het besluit kwam van de top, van Hitler. Er is wel een controverse, maar die gaat over de vraag wanneer én waarom Hitler – en niemand anders – de beslissing tot de uitroeiing heeft genomen. De controverse spitst zich toe op de datering en op de motivatie. Als datering wordt meestal aangenomen dat Hitler in de periode juli - oktober 1941 in verschillende stappen tot het besluit kwam. Enkele historici dateren de definitieve beslissing wat later, midden december. De uitwerking van de meest geschikte methode liet Hitler aan SS’ers als Himmler en Heydrich over. De werkelijke controverse gaat echter over Hitlers motief. De meeste historici, zoals Christopher Browning, zien het besluit als een uiting van optimisme over een snelle overwinning op de Sovjet-Unie. Anderen, onder meer Saul Friedländer, zien het besluit juist als een uiting van pessimisme. Hitler voorvoelde de nederlaag en wilde dan ten minste nog de vernietiging van de joden realiseren. Hoe dan ook, geen van beide scholen ziet de Wannsee-conferentie als een factor in het beslissingsproces.

W. Melching

Docent geschiedenis UvA