Zonder nut voor het brede debat

Een coalitie van CDA en PvdA heeft een merkwaardig neveneffect: de regering schaamt zich in het geheel niet de genotshuishouding van de burgerij aan banden te leggen. Dat is even wennen. Tussen 1994 en 2007 had de aanwezigheid van de liberale VVD in de regering een effectieve buffer gevormd tegen deze aloude neiging.

Maar onder het huidige kabinet lijkt na de rookvrije cafés en de bedreiging van de coffeeshop, symbool der Bataafse vrijheden, nu ook de slaapkamer in beeld te komen als onderwerp van politieke zorg, of als het zo uitkomt natuurlijk de fietsenstalling.

Reeds twee ministers, Plasterk van de PvdA en Rouvoet van de ChristenUnie, hebben aangedrongen op een verandering in de seksuele moraal, en laatstgenoemde zelfs op een breed maatschappelijk debat daarover. En niet uit academische belangstelling, natuurlijk. Beiden menen dat daarmee iets mis is. De zeden dienen te veranderen.

Welke rol kunnen de kunsten spelen in het komende, brede maatschappelijk debat? Dat is niet zo evident. Kunst heeft namelijk de merkwaardige neiging de zedelijke maatstaven, zeker wanneer deze van staatswege worden opgelegd, te demonteren en aan de kaak te stellen, en dat is vast niet de bedoeling van de discussie.

Elke poging om de kunst juist te laten aansluiten bij een gewenste richting der zeden, is tot mislukken gedoemd. Dit CS bevat daarvan een aardig voorbeeld, uit een tijd waarin – anders dan nu – juist de vrijmaking der zeden de norm was. De speelfilm Caligula was een poging in de jaren zeventig om de pornofilm uit te tillen boven het bedompte gestuntel in achterkamertjes en het genre te vervatten in een Hollywood-waardige productie met beroemde acteurs. Het resultaat is een monsterlijk slechte film en een commerciële flop, die nooit iets meer is geweest dan een curiosum.

Nee, ware kunst staat juist op gespannen voet met de tijdgeest. Zelfs populaire cultuur. Neem nu de roman ‘Er komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun, waarvan de afgelopen jaren een onwaarschijnlijk aantal exemplaren is verkocht. Dat boek gaat, zoals U vermoedelijk weet, over een man wiens vrouw aan borstkanker sterft en die tijdens het sterfproces van enkele maanden voornamelijk bezig is met seksuele affaires met de meisjes van kantoor, zowel per sms als in bed.

Nou, geen goeie beurt, zou je zeggen. Nogal schofterig. Ik ken geen vrouw die in de werkelijke wereld een dergelijke handelwijze op prijs zou stellen, om nog maar te zwijgen over de gepastheid van zulk gedrag in een tijd waarin vrouwelijk zelfbewustzijn en waardigheid de norm zijn. Maar sprekend met de vrouwelijke, enthousiaste lezers van het boek merk je al gauw dat zij de mannelijke hoofdpersoon van het boek helemaal geen schoft vinden, maar juist een positieve held: zo gevoelig, zo hulpeloos, zo eerlijk!

Kunst is dus geen normbevestigend gegeven, maar een uitstalkast van ongepastheden. Plasterk en Rouvoet zullen voor hun maatschappelijk debat andere deelnemers moeten vinden dan kunstenaars: dominees, natuurlijk, en hun moderne equivalent, de columnisten.