Wieden en schoffelen, maar het onkruid blijft

Damon Galgut: Het bedrog. Vertaald door Rob van der Veer. Querido, 140 blz. € 18,95

‘Het is belangrijk dat schrijvers voortdurend reflecteren op het morele universum waarin Zuid-Afrika zich bevindt en dat ze de lezers een ongemakkelijk gevoel meegeven’. Dat zei de Zuid-Afrikaanse toneel- en romanschrijver Damon Galgut in een interview (Boeken 09.01.04) toen zijn roman De goede arts was genomineerd voor de Booker Prize. In zijn vorige boeken werd dat reflecteren overgelaten aan observatoren van de werkelijkheid, personages die ervoor kozen naïef te zijn, omdat je om te overleven maar beter naïef kan blijven. Wie meer wilde en vol idealen aan de slag ging, zoals een van de artsen in Galguts De goede arts, ging daaraan ten onder.

In zijn nieuwe roman Het bedrog komen al deze elementen terug, maar de naïeveling heeft zich ontwikkeld. Hoofdpersoon Adam Napier trekt zich terug in een huisje in een klein dorp in de Karoo – een plek die in de Zuid-Afrikaanse literatuur symbool staat voor ellende, onverdraagzaamheid en conservatisme. Adam is kort daarvoor ontslagen en zijn huis uitgezet. Vol onbegrip over deze situatie – hij was immers nooit politiek actief, maar wel optimistisch over het nieuwe Zuid-Afrika – besluit hij, na in een ver verleden kitscherige gedichten te hebben geschreven, zijn dichterschap weer op te pakken. Adam is kortom een man van weinig handelingen, iemand die – zoals hij zichzelf typeert – altijd de politieke geschiedenis heeft willen vermijden. Het huisje waarin hij zich terugtrekt is een puinhoop met een tuin vol onkruid en met bomen die verwijderd moeten worden omdat ze niet inheems zijn.

‘Je moet je tuintje onderhouden’, is een rode draad door dit verhaal, maar dan wel op z’n Zuid-Afrikaans. Het onkruid is nauwelijks weg te krijgen en de boete voor het laten staan van niet-inheemse bomen blijft uit, omdat de burgemeester corrupt is. Terwijl in het werk van een zwarte schrijver als Zakes Mda de traditie het uiteindelijk nog wint van de medogenloze uitbuiters, gaan cultuur en traditie bij Galgut genadeloos ten onder aan nieuw geld en corruptie.

Corruptie tiert welig in deze roman. Adam komt terecht in een wereld waar San-rotstekeningen en inheems natuurschoon moeten plaatsmaken voor golfbanen, waar politici als de dorpsburgemeester worden omgekocht en waar fraudeurs het voor het zeggen hebben, ook al ‘hebben ze een slechte pers gehad’. Adam laat zich min of meer willoos in deze wereld meeslepen: hij is de koerier van omkoopgeld, slaapt met de mooie zwarte en ambitieuze vrouw van een schoolvriend en drinkt met een buurman die tijdens het apartheidsregime martelde en moordde.

Het onkruid wordt gewied, het huis verkocht en Adam keert terug in de maatschappij. De vroegere naïeveling is getransformeerd tot dader en deelnemer aan de maatschappij – de werkelijkheid was niet te ontvluchten en Adams gedichten blijken allemaal waardeloos.

Galgut is er in geslaagd de lezer wederom een ongemakkelijk gevoel mee te geven, alleen al door mee te gaan in de gedachtekronkels van de wankelmoedige Adam. De symbolen liggen er wel zoals vaker bij Galgut te dik bovenop: het onkruid, de projectontwikkelaars, de pogingen om in een omgevormd landschap het verleden te begraven, en natuurlijk de naam Adam, als eerste mens die na het paradijs van de regenboognatie ontwaakt in de alledaagse werkelijkheid van na de zondeval. Maar per saldo is Het bedrog toch vooral confronterend op een goede manier.