Veroordeeld tot de onderkant?

Het ministerie van Onderwijs wil hard ingrijpen op islamitische scholen.

Maar wordt het islamitisch onderwijs daar echt beter van?

Slechte bestuurders van islamitische scholen kunnen zich zorgen gaan maken.

Nog voor de Kerst sturen de staatssecretarissen Dijksma (Onderwijs, PvdA) en Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer om ‘sneller en effectiever’ te kunnen ingrijpen tegen zwakke scholen en ‘ernstige bestuurlijke onregelmatigheden’.

Dit wetsvoorstel lijkt speciaal geschreven voor islamitische scholen. Gisteren bleek uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs dat 86 procent van de 43 islamitische scholen in Nederland fraudeert met overheidsgeld. Bovendien is bijna de helft volgens de Inspectie ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. Er is dus wat aan de hand.

Al in 1999 concludeerde de Inspectie dat op deze scholen het personeelsverloop en het ziekteverzuim hoger zijn dan gemiddeld. Drie jaar later kondigde de Inspectie aan de godsdienstlessen op de scholen te gaan controleren, nadat er aanwijzingen waren gekomen van fundamentalistische invloeden. Een aantal incidenten op individuele scholen daarna – fraude, bestuurlijke misstanden, zwak onderwijs – was de aanleiding voor het inspectierapport van gisteren. Het ministerie gaat nu geld terugvorderen van de islamitische scholen en hen onder verscherpt toezicht plaatsen.

Spierballentaal van het ministerie, vindt onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Universiteit van Maastricht. Het zal weinig helpen om het islamitisch onderwijs beter te maken, denkt hij.

Dat komt doordat marktwerking in het Nederlandse onderwijs slecht uitpakt voor de onderkant van de samenleving. Kinderen uit de betere milieus komen op de beste scholen terecht. Voor ‘de onderkant’ resten de slechte scholen. En dat zijn de islamitische, zegt Jungbluth.

Ze zijn bijvoorbeeld slecht doordat de ouders van de kinderen die erop zitten, amper kritisch zijn over schoolbesturen. Die ouders zijn vaak laag opgeleid en kiezen de school om godsdienstige overwegingen, niet om de kwaliteit. „Geen enkele andere zuil heeft zo’n homogeen kansarme achterban”, zegt Jungbluth. De islamitische klasse die het maatschappelijk beter krijgt, vlucht naar witte scholen, in plaats de islamitische beter te maken, aldus Jungbluth. Maar zelfs áls de islamitische elites hun eigen zuil wél zouden willen helpen, dan zou hun dat – gegeven het Nederlandse allochtonendebat – maatschappelijk op veel kritiek komen te staan.

Onderwijskundige Zeki Arslan van multicultureel insituut Forum zegt dat de problemen die in het hele onderwijs spelen, de islamitische scholen extra hard treffen. Het vermogen om goede leerkrachten vast te houden in tijden van docententekorten, bijvoorbeeld. Het behouden van goede bestuurders.

Islamitische scholenbesturen vinden daarbij ook nog onvoldoende hulp om de problemen te kunnen tackelen, of willen of durven daar niet om te vragen, zegt Arslan. „Maar gemeenten hebben ook hun verantwoordelijkheid. ‘Normale’ scholen zouden islamitische meer moeten helpen, en meer kennis en ervaring moeten uitwisselen.” Dat laatste wil het ministerie ook bewerkstelligen.

Yassin Hartog, oud-voorzitter van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO) en nu voorzitter van schoolbestuur SIPOR, vindt het niet helemaal eerlijk dat het rapport islamitische scholen vergelijkt met ‘reguliere’ scholen. Eigenlijk zouden ze vergeleken moeten worden met zwarte scholen. En dan doen ze het nog niet eens zo slecht.

Natuurlijk moet er „keihard” worden opgetreden tegen bestuurders die in de kas graaien, vindt Hartog. Maar niet alle misstanden op islamitische scholen zijn met kwade bedoelingen gebeurd, denkt hij.

Neem de Amsterdamse basisschool As Siddieq. Die school had het leerlingenvervoer ondergebracht in het reguliere budget. Het ministerie gaf toestemming, maar trok die later weer in. Chris van der Neut Kolfschoten van As Siddieq: „Toen hebben we het alsnog geregeld. Deze kwestie is al lang opgelost.”

Hartogs oude werkgever, de landelijke islamitische scholenkoepel ISBO, zegt in een persbericht dat wel meer zaken uit het rapport van de Inspectie ‘achterhaald en niet meer relevant’ zijn. Het rapport zou ‘insinuaties’ bevatten, die de media weer voeden om ‘aantijgingen’ te maken tegen het islamitisch onderwijs.

Rest de vraag: wat nu?

Het ministerie zou islamitische schoolbesturen moeten helpen verbeteren, in plaats van hen te straffen, zegt onderwijssocioloog Jungbluth. Dat is overigens wel geprobeerd, zegt hij, maar het is mislukt. „Eigenlijk zou je de elites uit de herkomstlanden moeten invliegen om hén het islamitisch onderwijs beter te laten maken.” Jungbluth ziet het somber in.

Scholenbestuurder Hartog ziet wel hoop. Hij roept jonge bestuurders van islamitische afkomst op zich te melden voor een functie in een scholenbestuur. Volgens Hartog komen er ook steeds meer jonge docenten van islamitische afkomst van de pabo’s. „Zij zullen straks heel goed kunnen inspelen op achterstandsleerlingen.”

Maar de scholen moeten zelf natuurlijk ook aan de slag, zegt hij. „Hoewel er veel in hun voordeel kan worden aangevoerd, kun je natuurlijk niet blijven verwijzen naar groeistuipen en naïviteit.”