Van Matisse tot pizza

Mensen denken dat hoe duurder een kunstwerk is, hoe belangrijker het is. Dit is een misvatting, zegt de Amerikaanse kunstenaar John Baldessari. Zijn werk, dat nu goed verkoopt, is te zien in Maastricht.

Als je met hem praat is het moeilijk voorstelbaar dat hij 77 is. Behalve wanneer hij bekent dat hij opziet tegen de plichtplegingen van de prijsuitreiking: „Een student van mij zei: vanaf een bepaalde fase in je leven hoef je alleen nog maar op te komen dagen. Ik geloof dat ik die leeftijd nu heb bereikt.” De Amerikaanse kunstenaar John Baldessari was begin oktober in Maastricht voor de uitreiking van de internationale Biennial Award for Contemporary Art, de BACA prijs, die bestaat uit 50.000 euro en een tentoonstelling met publicatie in het Bonnefantenmuseum. De BACA is een prijs bedoeld voor kunstenaars boven de 45 jaar.

De fotomontages en tekstpanelen van Baldessari, één van Amerika’s belangrijkste kunstenaars, laten zich moeilijk categoriseren. Hij was in de jaren zestig een grondlegger van de conceptuele kunst, maar een diehard conceptualist is hij nooit geweest, en zijn werk vertoont ook overeenkomsten met Pop Art. Artistieke doctrines vervelen hem, zegt Baldessari.

De tentoonstelling is gewijd aan zijn werk van de laatste jaren. Of het nu komt door de keuze van de werken, door de afgewogen, museale inrichting of door de plechtigheid van de BACA-prijs, Baldessari’s werk, dat zich altijd kenmerkte door deadpan humor en een Dada-achtig anarchisme, is plotseling getransformeerd tot klassieke kunst. We zien de Altersstil van een groot meester die onbekommerd speelt met de erfenis van de twintigste-eeuwse kunst, van Matisse tot Nouveau Réalisme en van Malevitsj tot Minimal Art. Dat klassieke, daar heeft hij zelf geen zicht op, zegt Baldessari, daarvoor heeft hij te weinig afstand van zijn werk. Maar Matisse, ja: „Matisse is één van mijn grote helden. Maar wat beïnvloedt een kunstenaar? Alles, van Matisse tot een pizza. Ik ben erg onder de indruk van de houten vloeren van dit museum, wat een prachtige kleur. Dit gaat mij zeker beïnvloeden. Die vloeren zijn zo verwelkomend. Ik zou ze heel graag in mijn atelier willen hebben.”

Blockage (Yellow) uit 2005

is een serie digitale, uitvergrote archieffoto’s (ca. 180 bij 180 cm) van filmscènes, die verknipt zijn door knalgele abstracte uitsneden. De figuren op de foto’s zijn ingekleurd, een duellerende man met waterig lila, twee vechtende cowboys met turkoois. De gele geometrische vormen zijn irrationele lege plekken die het zicht op het beeld belemmeren. Maar dan begin je je af te vragen wat hier het eigenlijke beeld is. De geel geschilderde vorm ligt in reliëf op de foto, of is erin uitgesneden, en is door die tastbare driedimensionaliteit ‘echter’ dan de figuratieve foto erachter. Tegelijk wordt de tastbaarheid juist weer ontkend door het lichtende geel. Het werk als geheel is niet te vatten, alles is met elkaar in tegenspraak en steeds worden dingen omgekeerd.

Baldessari: „Ik denk dat het de taak van de kunstenaar is om verwachtingen van mensen onderuit te halen. Je moet goed kijken: wat je ziet is misschien niet wat je ziet. Dit zijn de vragen die mij bezig houden: Wat is orde en wat is chaos? Wat is kunst en wat is geen kunst?

Ook de werken waarin tekst en beeld met elkaar worden gecombineerd zitten vol met omkeringen. Vaak spelt hij zodra hij een woord ziet dat woord in zijn hoofd achterstevoren. Er bestaat voor hem geen verschil tussen woord en beeld, het ene is inwisselbaar met het andere: „Ik begrijp niet waarom er een scheiding is tussen de twee. Ze delen allebei iets mee. Een woord kan alles betekenen en niets, net als een beeld.” Onze hersenen zitten zo in elkaar, betoogt Baldessari, dat we de dingen willen begrijpen, er betekenis aan toe willen kennen. En dat is waar het in de kunst om draait. Zoals Baldessari het formuleert: „Wanneer zijn de dingen gewoon wat ze zijn en wanneer zijn ze verschillend van wat ze zijn?”

In de serie Prima Facie zijn twee archieffoto’s van filmacteurs gecombineerd met twee woorden. Naast een rozekleurige foto van het gezicht van een jonge blonde vrouw met halfgeopende mond staat AMOUR, en naast een sepiakleurige foto van een man WARM BROWNIE. Woord en beeld becommentariëren elkaar, ze laden elkaar op, en ze zijn, door de precieze typografie en de afgewogen toepassing van schilder- en druktechnieken, volstrekt gelijkwaardig. Bij het tweeluik Mayonaise vraag je je af wat hier de mayonaise is: het geschilderde woord mayonaise, of de weeë kleur van de monochrome archieffoto ernaast. Of: wat heeft mayonaise hier eigenlijk mee te maken?

De vraag naar het deel

en het geheel komt vooral tot uitdrukking in de twee series Noses & Ears, Etc. (Part Two) en Arms & Legs (Specif. Elbows & Knees), Etc. Armen, benen, knieën en neuzen zweven over monochrome vlakken. Soms zijn ze uitgeknipt en op het roze of knalgroene vlak geplakt, dan weer liggen ze er diep in. Deze meest recente werken, met hun uitsneden, felle kleuren, lege ruimtes, met het schijnbaar onlogisch naast elkaar plaatsen van beeldfragmenten, roepen het sterkst Matisse in herinnering. En, net als bij Matisse, lijkt nu het vreugdevolle dat altijd al in Baldessari’s werk zat het hoofddoel te zijn.

Tot in de jaren tachtig was Baldessari vooral een ‘kunstenaars kunstenaar’. Hij ontwikkelde zijn werk in de luwte en voorzag in zijn onderhoud door les te geven. Tegenwoordig is zijn werk een groot succes op de markt en werkt hij met minstens zes assistenten. Er is iemand die lijnen schildert, iemand die digitale drukken maakt, iemand die inlijst, enzovoort. Ze doen dit naar prototypes van Baldessari. De kunstenaar zelf werkt in een atelier verderop in de straat, in Santa Monica. Baldessari: „Het is hun taak om mij te ontlasten. Zelf werk ik alleen.”

Baldessari bekent dat hij wel eens om drie uur ’s ochtends wakker wordt, denkend dat hij alleen maar hebbedingen produceert voor rijke mensen. „Dan vraag ik me af: wat doe ik fout, dat mensen mijn werk kopen? Mensen denken dat hoe duurder een kunstwerk is, hoe belangrijker het is. Dit is een misvatting, het heeft niets met elkaar te maken, en kunstenaars weten dat. Maar de mensen lijken het niet te weten. Wat is trouwens waarde? Ik zou willen dat meer geld toe zou komen aan meer kunstenaars. Wereldwijd kan minder dan tien procent van de kunstenaars leven van hun werk.”

Het plezier van het kunst maken raakt er niet door bedorven. „You should be having fun with what you do. Ik vroeg altijd aan mijn studenten: wat geeft je het meeste plezier? Dat is zo knap van Matisse: zijn schilderijen geven plezier aan de meest unsophisticated en de meest sophisticated mensen.”

John Baldessari, Bonnefantenmuseum, Maastricht. T/m 25 jan. Di - zo 11-17u. Inl. www.bonnefanten.nl.