Van de keizer en zijn moordlustige tante

Nieuws: de voorlaatste keizer van China is met arsenicum vergiftigd. Door zijn tante? Beiden stierven precies een eeuw geleden.

De Chinese staatstelevisie heeft voor de honderdste sterfdag van keizer Guangxu, vandaag, een primeurtje geregeld. Op verzoek van de tv-zender onderzochten forensische experts van de politie in Peking enkele haren van de keizer, die op 14 november 1908 overleed op 37-jarige leeftijd. In zijn haar zat tweeduizend keer meer arsenicum dan bij een gezond mens.

Het moordwapen is bekend. Maar wie is de dader? Het bewijs moet nog worden geleverd, maar al decennialang wordt aangenomen dat de tante van de keizer, Cixi, achter de vergiftiging zit. Zij stierf een dag later, 72 jaar oud, zeer waarschijnlijk een natuurlijke dood. Chinese historici vermoeden dat Cixi de keizer vermoordde omdat zij haar einde voelde naderen en niet wilde dat hij zijn hervormingen zou doorzetten waartegen zij zo fel gekant was.

Hoewel Guangxu vandaag de dag in China wordt geëerd als de eerste hervormer van het land, stelde hij als keizer niet veel voor. De macht was in handen van tante Cixi, die haar neefje Guangxu in 1875 als troonopvolger naar voren schoof toen haar zoon, keizer Tongzhi, stierf. De nieuwe keizer was toen nog een kleuter. Zijn tante bestuurde voor hem het land. Dat ging goed, totdat Guangxu in 1898, inmiddels volwassen, onder invloed van hervormingsgezinde intellectuelen en ambtenaren een poging deed China te moderniseren. Cixi zag daar niets in, draaide zijn hervormingen terug en sloot Guangxu op in de Verboden Stad, het keizerlijk paleis in het centrum van Peking.

Het leven binnen de muren van de Verboden Stad moet geen lolletje zijn geweest voor de jonge Guangxu. Zo gaat het verhaal dat tante Cixi de favoriete concubine van Guangxu, de mooie Zhen Fei, in 1900 in een waterput liet gooien, toen deze zich keerde tegen Cixi’s besluit de Verboden Stad halsoverkop te verlaten. Bij de bloedige, anti-westerse Bokseropstand – die de steun van Cixi had – namen buitenlandse troepen ook Peking in, inclusief het paleis van de keizer.

In 1902, toen Cixi en de nog steeds door haar gegijzelde keizer Guangxu naar Peking terugkeerden, maakte Cixi het Zomerpaleis tot het dynamisch centrum van haar hof. In een poging haar geschonden imago op te poetsen, ontving zij er tal van buitenlandse diplomaten en hun echtgenotes. Cixi’s zoon had het Zomerpaleis laten herbouwen nadat Franse en Engelse troepen het in de Tweede Opiumoorlog (1856-1860) volledig hadden verwoest. De toch al lege schatkist van de Qing-dynastie was er helemaal voor omgekeerd. Algemeen wordt aangenomen dat de herbouw van het Zomerpaleis een poging is geweest Cixi uit de Verboden Stad weg te werken.

Als het om kostbare bouwprojecten gaat, heeft Cixi ook haar mannetje gestaan. Na haar overlijden werd speciaal voor haar begrafenisstoet en die van keizer Guangxu een 125 kilometer lange weg aangelegd van Peking naar de keizerlijke tombes oostelijk van de stad. De tombe die daar aanvankelijk voor haar was gebouwd, viel niet in haar smaak. In 1895 liet zij haar graf vervangen door een nieuw complex, dat bestond uit diverse tempels, poorten en paviljoens die uitbundig waren versierd met vergulden ornamenten. In 1928 werd dit complex geplunderd door de soldaten van een strijdheer die alle kostbaarheden verwijderden, Cixi uit haar kist gooiden en haar sieraden meenamen.

De uitbundige begrafenis van Cixi en Guangxu kon het verval van de Qing-dynastie niet verbergen. Vier jaar later, in 1912, viel de laatste Chinese keizer, het kind Puyi, wiens leven in 1987 door Bernardo Bertolucci werd verfilmd in de klassieker The Last Emperor. Niet het optreden van een man, maar – heel modern – van een vrouw heeft geleid tot het einde van het tweeduizend jaar oude Chinese keizerrijk.