Sensatie in Londen

Ze noemen hem de nieuwe Zinedine Zidane. Ik ben eerder geneigd, als we dan toch met grote namen gaan smijten, hem de nieuwe Johan Cruijff te noemen. Misschien zijn beide vergelijkingen overdreven, of in ieder geval voorbarig: Samir Nasri komt nog maar net kijken. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat Nasri het type dartele en vliegensvlugge aanvaller is waarvan je hart sneller gaat kloppen. Nasri uit de buitenwijken van Marseille is een voetballer met Algerijns bloed, dan komt een beetje Franse liefhebber al snel uit bij Zidane. Ik ben zo vrij de soepele wendingen van die jongen met zijn scholierenhoofd te associëren met Betondorp, jaren vijftig en zestig.

Met 1.78 meter is Nasri even lang als Cruijff, ook geen toeval natuurlijk. Zidane is zeven centimeter langer en – excusez le mot – iets stijver in de heupen. Meer een passer ook, minder dribbelaar. Net als Cruijff – althans, op de leeftijd van 21 jaar – heeft Nasri een mooie, haast elegante manier van lopen, en eenmaal op snelheid kan hij nog alle kanten op. Nasri kapt en draait naar links ogenschijnlijk even makkelijk als naar rechts. Hem te zien slalommen en dan met rechts – maar ook met links – naar het doel te zien schieten is een sensatie op zich.

Zijn veelzijdigheid en brutale initiatieven maken hem tot een plaag voor zijn tegenstanders. En tot de lieveling van zijn publiek – nu bij Arsenal en tot afgelopen zomer bij Olympique Marseille. Namens het jonge kunstenaarscollectief in Londen legde Nasri zijn wil afgelopen zaterdag op aan de verdedigers van Manchester United of het niets was. Met een ongrijpbare lenigheid en doelgerichtheid besliste Nasri de topper. 2-1 voor Arsenal, twee goals van Nasri. En vlak voor tijd bediende hij zijn centrumspits met een voorzet vanaf de zijkant – zo’n lekker draaiende bal, Cruijffiaans getrapt met de buitenkant voet.

Vorige week verwoordde ik mijn vrees voor het uitsterven van het ‘buitenkantje’. De volgende dag werd ik op mijn wenken bediend door een frivole Fransman in Engelse dienst. Er is dus hoop. Natuurlijk, die is er altijd. Nasri’s teamgenoot Tomas Rosicky – helaas langdurig geblesseerd – heeft een buitenkantje, en ook in Nederland wordt het buitenkantje nog wel eens gesignaleerd. Behalve een serie mooie goals liet AZ-spits Mounir El Hamdaoui dit seizoen enkele schoten met de buitenkant zien die er mochten zijn. Bij Ajax weet Luis Suarez waar het verschil zit tussen werkers en artiesten: aan de buitenkant. Maar het meeste verwacht ik toch van Samir Nasri. Wordt hij een internationaal rolmodel, dan gaan alle jongens van Londen tot Marseille zijn dribbels en schoten nadoen. Een heerlijk vooruitzicht.