Rockbabe & dichtersbeest

De hermetische dichter Ilja Pfeijffer slaat een nieuwe weg in met het schrijven van popsongs voor rockzangeres Ellen ten Damme, die zich met lichte huiver waagt aan het Nederlandstalige lied.

Vier, vijf gitaren komen uit hun kisten, de geluidsman zit achter een mengtafel van Star Wars-afmetingen, de drummer zet zijn trommels op een vuil kindermatje waarop een verkeersplein is gedrukt. En zangeres Ellen ten Damme ziet er in het vale Rod Stewart-shirt met open geknipt decolleté, de brede holsterriem, de zwarte hoefjes, en de string die hoog boven haar zwarte broek uitsteekt, ontzettend rock ‘n’ roll uit.

Toch komt er geen rock uit de speakers. Er staan slechts twee begeleiders op het podium, de drummer speelt een Spinvis-achtige vibrafoonpartij, en Ten Damme zing lieflijk en helder: „Misschien zal ik een draakje voor je slachten.” Ellen ten Damme gaat het dit seizoen heel anders doen.

Dichter Ilja Leonard Pfeijffer schreef voor haar de liederencyclus Durf jij. Het is voor het eerst dat de rockzangeres zich aan Nederlandstalig repertoire waagt. Vanavond begint zij aan een ronde inspeelvoorstellingen langs de theaters, om te beginnen in Goor. In de lente volgt de première en de cd. De teksten zijn alvast gebundeld in Pfeijffers De man van vele manieren: Verzamelde gedichten 1998-2008, die deze week uitkwam.

Nu is het dinsdag en repeteert Ten Damme met haar twee begeleiders in het piepkleine Amsterdamse Polanentheater. Eerst hebben de drie geoefend op Ten Dammes woonboot, nu staan ze voor het eerst op een podium. Soundchecken hebben ze overgeslagen, ze werken zich meteen door het hele repertoire heen. Nog steeds is er best veel ruimte voor gitaarnoise en beukende drums, maar ook voor akoestische momenten. Het klinkt veelbelovend. Op Ten Dammes soepele melodieën beginnen Pfeijffers teksten te zweven.

Ten Damme toont zich nog huiverig voor het Nederlandstalige lied: „Ik heb weliswaar op de Kleinkunstacademie gezeten, maar dat was vooral omdat ik daar kon doen wat ik leuk vond: zingen, spelen, dansen. Ik hou van rock, niet van cabaretiers die met plonkie plonkie plonkie pianobegeleiding een heel lang verhaal zingzeggen. Rockliedjes kun je echter bijna niet verstaan. Dus nu zoek ik naar een symbiose tussen The White Stripes en Boudewijn de Groot.”

Pfeijffer, telefonisch vanuit Genua: „Duitse liedjes, van Marlene Dietrich en Nina Hagen, doet Ellen fantastisch, dus zo gezien is dit geen vreemde stap. Bovendien is ze een typische zangeres-actrice, die de teksten ook echt speelt. Maar het blijft heel ander repertoire dan wat ze nu doet.”

Ten Damme: „Een deel van deze liedjes heb ik op zomerfestival De Parade in een tent gespeeld, als rocknummers. Maar voor het theater zoek ik nu andere arrangementen. Opener, minder dichtgemetseld. Vandaar de vibrafoon, de akoestische gitaren, en de viool.”

Het onwaarschijnlijke duo spreekt tot de verbeelding. De forse Pfeijffer met de haardracht en de dorst van musketier Porthos, de woorddronken bravoure-intellectueel die gekandideerd is voor het ambt van Dichter des Vaderlands. En rockchick Ten Damme, het „Singendes Power-Paket” met de uitdagende schoonheid, die salto's, spagaten, flikflakken en handstanden maakt op het podium, en die zich in Duitsland tevergeefs kandideerde voor het Eurovisie Songfestival met het anti-oorlogslied Plattgefickt.

De dichter en het meisje vonden elkaar na een radioshow, op een terras nabij Artis. Ten Damme vertelde aan Pfeijffer dat ze wel eens in het Nederlands wilde zingen, maar dat ze onzeker was over haar teksten. Pfeijffer bood toen aan voor haar te gaan dichten. Ten Damme: „Het scheelt mij een hoop tijd, ik componeer liever muziek.” In 2007 vroeg Pfeiffer haar voor de tv-show De avond van het Liefdeslied, waarvoor dichters aan zangers werden gekoppeld om een nieuw liefdeslied te schrijven. Pfeijffer schreef voor haar Durf jij?: „Als ik de dorst drink van het wachten/ en de tijd slik die jij morst,/ als ik de lange lege nachten/ leer begraven in mijn borst.”

Ten Damme: „Dat eerst liedje moest een liefdesliedje zijn. Dat vond ik saai, dus ik vroeg of hij er een cynische draai aan kon geven. Dus gaat het over een vrouw die al vele liefdes heeft zien gaan. Iedere keer gelooft ze er opnieuw in, maar ze weet in haar achterhoofd nog wel hoe het de vorige keer is afgelopen. Ilja en ik lijken op elkaar, in hoe we naar de wereld kijken. Hij schrijft over de liefde nooit truttig romantisch, of plat. Hij zorgt altijd voor een ironische of zelfs sarcastische wending. Hij kan lief beginnen met: „Misschien zal ik een draakje voor je slachten,” maar al snel daarna komt: „Misschien zal ik een ex van jou vermoorden.”

Zoals Pfeijffer in zijn andere werken eindeloos verwijst naar de wereldliteratuur, zo zitten in de liedteksten verwijzingen naar pophits, als Help!, It's My Party (And I Cry If I Want To), en Together We’re Strong. Tijdens de repetitie voegt Ten Damme zelf nog wat citaten toe: een Nederlandse versie van Rehab, een fragment Ik heb geen zin om op te staan, en nog een stukje Dancin’ Barefoot. Zoals gebruikelijk in popmuziek is de liefde het overheersende thema: „Voor een dronken sms verstuurd in de nacht,/ voor het antwoord ‘ik ook’ in de ochtend.”

Pfeijffer zegt dat hij „als een vakman” levert wat Ten Damme vraagt. Alle liedjes zijn vanuit haar geschreven: „Ze moeten werken als woorden die uit haar mond komen. Ik geef fragmenten uit haar rusteloze leven, op basis van wat zijn heeft aangedragen. De liedjes gaan over bang zijn, durven, over eenzaamheid, over wachten, over iemand die er niet is.”

Ten Damme: „Ze gaan over het leven als artiest. Hoe blij je kunt zijn als je urenlang in de tourbus zit en dan bij een tankstation stopt.” In het Polanentheater zingt ze hierover het lied Fata morgana’s bij nacht; een beetje lijzig zodat je de sleur van de lange ritten kunt voelen: „Een oase doemt op aan het eind van de nacht:/ stralend licht dat ons lijden verzacht,/ als een ster die de weg wijst naar het paradijs/ vol met chips, snickers, marsen en ijs.”

Pfeijffer: „Voor het schrijven van songs en gedichten gebruik ik dezelfde gereedschapskist, maar de doelstelling is heel anders. Gedichten moet je zien, songteksten moet je horen. Bij gedichten heb je geen enkele beperking, bij songteksten moet je vormvast zijn, met een dwingend metrum, eindrijm. En voor de zangeres is het prettig als er iets in zit dat ze als refreintje kan gebruiken. Voorts moet het onmiddellijk gepercipieerd kunnen worden, je krijgt geen pauze na iedere zin, je kunt niet even teruglezen. Het taalgebruik is anders, duidelijker. Je hoeft niet iets te maken wat volkomen plat is, maar de dubbele laag moet je ergens anders in stoppen. Niet in een spel met woorden en letters, dat je immers moet zien, maar het dubbelzinnige kan zitten in de mededeling, de stemming, de sfeer.”

Ten Damme: „We werken eigenlijk helemaal niet samen. Hij mailt me de teksten, ik zet ze op muziek. Verder is er geen overleg. Alles is meteen goed zingbaar. Alleen bij het eerste lied heb ik gevraagd: ‘Heb je geen refrein?’ Ik heb vooral veel coupletten geschrapt, en hier en daar wat meer herhaling erin gebracht. Als ik wat wil veranderen, dan vraag ik het hem. Hij vindt het altijd goed.”

Pfeijffer: „Ze verandert veel minder dan ik had verwacht, van mij mag ze nog veel meer veranderen. Zij moet het zingen. Wat ik lever, zijn halffabrikaten. Het is aan haar om er een volledig kunstwerk van te maken.”

Vergelijk Pfeijffer de dichter maar eens

met Pfeijffer de schrijver van songs. Zo schrijft de dichter: „want geworteld wordt in woorden woorden denkspinsel bezwaren/ geciseleerd op marmervleugels van periparapneuma hei an thesis/ in goudgesneden flectie verstoerd in onderstreepbaar quidditas rerum/ met sprezzatura spetterbaar verzomerd in woorden/ die als meisje van scooters worden gehapt in woorden”.

En dit is de songschrijver: „Ik ben de oven, jij de want/ ik ben croissant, jij leest de krant,/ ik ben van venus, jij van mars,/ ik ben het schaamhaar, jij de hars.”

Pfeijffer staat bekend als vurig voorvechter van de hermetische poëzie. Moeilijke gedichten zijn beter dan makkelijke gedichten, vindt hij. Hoewel hij in zijn eigen werk vele registers hanteert, ook de sobere en alledaagse, serveert hij graag breed grijnzend „in roomboter gebakken beelden en verzen met boulemie.” Vaak kun je zijn gedichten alleen volgen door ze hardop te lezen, met grondige kennis van ongeveer alle Europese letteren en talen, dood of levend.

Nu komt hij met zoiets lichts en simpels als popteksten. Waarom?

Pfeijffer: „Hoewel de lezers geneigd zijn om de constanten in mijn werk te zien – ‘typisch Pfeijffer!’ – probeer ik met iedere bundel juist een hele andere weg in te slaan. Toen ik eens onder pseudoniem in het Leidse studentenblad Mare het mijns inziens zeer on-Pfeijfferiaanse gedicht Lilalente publiceerde, herkende iedereen meteen mijn hand. Het zij zo. Uiteindelijk kun je jezelf niet verloochenen. Maar bij het schrijven moet ik het idee hebben dat ik aan iets geheel anders begin. Als ik aan iets typisch Iljesk Pfeijfferiaans zou beginnen, zou ik meteen in slaap vallen op mijn tekstverwerker.

„In mijn laatste bundel In de naam van de hond (2005), had ik mijn eigen poëtica tot in het uiterste gevolgd, met grote gedichten, lange, ingewikkelde regels, moeilijke woorden; een hypnotiserende overdaad. Dat was een eindpunt. Ik kon niet op dezelfde weg doorgaan. Zo gezien zijn deze liedjes een logisch vervolg.

„Popsongs zijn trouwens lang niet altijd plat. Luister maar eens naar de teksten van The Beatles, Dolly Parton. Of Procol Harum. Die hadden zelfs een dichter in de groep, Keith Reid. Hij speelde niet, hij zong niet, hij schreef alleen de teksten. A Whiter Shade of Pale is prachtige, onbegrijpelijke poëzie. Maar in de Nederlandstalige pop zijn de teksten allerbelabberdst. Het is hoog tijd dat iemand die wel verstand van woorden heeft, zich ermee gaat bemoeien.”

Ellen ten Damme is met het programma ‘Durf jij’ op tournee t/m 9 mei. www.ellentendamme.com. De verzamelde gedichten van Ilja Leonard Pfeijffer, ‘De man van vele manieren’, verscheen bij uitgeverij De Arbeiderspers, € 29,95.