Rebel wordt weer studentenleider

In Darfur vechten de milities niet meer met de regering, maar met elkaar.

Kampen met ontheemden die vluchten voor bandieten worden steeds voller.

Guerrillacommandant Kapilla geeft het volmondig toe: de situatie in Darfur is wanhopig en dat ligt niet alleen aan de Soedanese regering. „Wij van het verzet zijn onze doeleinden uit het oog verloren”, verzucht hij. Uit teleurstelling over het verloop van de oorlog heeft Kapilla zijn wapens neergelegd.

Sinds de oorlog in de West-Soedanese regio in 2003 uitbrak, heeft de Soedanese regering door verdeeldheid binnen de verzetsbewegingen vrij spel in Darfur gekregen. De door de overheid toegepaste tactiek van de verschroeide aarde leidde in juli tot de bekendmaking door het Internationale Strafhof dat het een aanklacht tegen president Omar al-Bashir voorbereidt wegens vermeende genocide en oorlogsmisdaden.

De mogelijke aanklacht lijkt Khartoum meer zorgen te baren dan de situatie in Darfur zelf. Om eventuele arrestatie te voorkomen, onderneemt Bashir sinds kort eenzijdig diplomatieke initiatieven; gisteren kondigde hij een staakt-het-vuren af in Darfur. Buitenlandse waarnemers en Soedanezen in Khartoum reageerden sceptisch: Bashir kondigde al eerder bestanden af, waarna het regeringsleger de gevechten hervatte.

De oorlog in Darfur heeft inmiddels een ander gezicht gekregen. Niet de gevechten van regering samen met Arabische milities tegen Afrikaanse rebellen bepalen, zoals drie jaar geleden, het strijdtoneel, maar banditisme en onderlinge competitie tussen opstandelingen. Ook de schijnbare scheidslijn tussen Darfuri’s van Afrikaanse en van Arabische afkomst blijkt al lang niet meer zo strak te lopen. Sommige Arabische of gearabiseerde groepen keerden zich tegen de regering en sloten verbonden met Afrikaanse stammen.

Nog steeds trekken duizenden nieuwe ontheemden naar de opvangkampen, waarin al 2,5 miljoen slachtoffers verblijven sinds sinds het begin van de campagne in Darfur vijf jaar geleden. Daar raken ook zij aan het hulpinfuus van buitenlandse instellingen. Hulpverleners gaan met helikopters van de Verenigde Naties naar hun bases buiten de steden, om vanaf daar met ezelkarren verder te reizen. Met auto’s reizen levert te veel risico’s op. „We voelen ons iedere dag weer meer bedreigd”, zegt het hoofd van een hulporganisatie, „alleen al in de stad Nyala worden iedere week drie auto’s van hulpverleners overvallen”.

Guerrillacommandant Kapilla heeft nu gekozen voor een leven met zijn gezin in de hoofdstad Khartoum. Zijn vrouw Nawal had hij leren kennen op het slagveld, waar zij zorgde voor gewonden.

Het gezin volgde de leider van zijn rebellenfactie Minni Minawi, die een pact met de regering sloot, naar de hoofdstad. Minawi voegde zich in Khartoum aanvankelijk bij het groeiende groepje adviseurs van Bashir, maar heeft zich nu al maanden niet meer vertoond in Khartoum. „Er bestaat geen enkel vertrouwen tussen de regering en rebellen om onder de huidige omstandigheden vrede te kunnen stichten”, stelt Kapilla.

Een ondeugende glimlach verschijnt op zijn jeugdige gezicht als hij vertelt hoe hij helikopters en vliegtuigen van de regering neerhaalde. Hij prijst de vechtlust van de aan de regering gelieerde militie, de Janjaweed. „Hun strijders kennen het terrein en ze kennen ons. De regeringssoldaten daarentegen komen van buiten Darfur, ze bezitten betere wapens maar ze zijn geen goede strijders.” Kapilla mist de kameraadschap in het verzet maar wil niet meer vechten. „Ik zie de zin er niet meer van in.”

Kapilla behartigt nu opnieuw de belangen van Darfuri studenten in Khartoum, net als vijf jaar geleden alvorens hij zich aansloot bij het verzet in Darfur. „Ik was toen al hoofd van de Darfuri studentenbeweging”, vertelt hij, „ik verliet Khartoum op een vrachtwagen naar een trainingskamp in Darfur waar ik veel medestudenten terugzag. Toen hadden we nog hoop dat we snel de rechten voor de bevolking van Darfur zouden krijgen.”

De rebellenfactie van Minawi verloor door het akkoord met de regering veel steun in Darfur. En ook de Beweging voor Gerechtigheid en Gelijkheid (JEM) geniet geen wijdverspreide steun.

De bevolking van Darfur zit nu zonder geloofwaardige leiders en de jonge commandanten in het veld voelen zich in de steek gelaten door hun voormannen. In dit klimaat van wanhoop in de kampen, onder verzetsstrijders en in toenemende mate ook onder diplomaten lijkt de geplande stationering van een internationale vredesmacht een doel op zich geworden.

De vredesmacht Unamid van de Afrikaanse Unie en de VN, die 26.000 soldaten moet gaan tellen, is nog niet voor de helft gestationeerd. „Dat ligt aan tegenwerking door de regering en in mindere mate aan de VN zelf, die onvoldoende materieel hebben”, zegt een hoge diplomaat. De regering ervaart de VN-missie als een bedreiging en weet deze inefficiënt te houden. De vraag rijst of onder de nieuwe omstandigheden de missie nog wel zin heeft. Een hulpverlener uit Nyala sniert: „Auto’s van Unamid worden nu tegen bandieten bewaakt door Soedanese regeringsmilitairen.”

Site van de VN-vredesmacht: unam id.unmissions.org