Premier eventjes Frans op de G20

Morgen zit de Nederlandse premier in Washington aan tafel met leiders van de twintig belangrijkste economieën ter wereld om een nieuwe financiële ‘architectuur’ te bespreken. Achter een bordje waar ‘Frankrijk’ op staat.

Dit laat zien hoe warm de relaties tussen beide landen ineens zijn. Traditioneel is Nederland meer een bondgenoot van Duitsland en Groot-Brittannië. Maar het sunny side up-activisme van de Franse president Nicolas Sarkozy, dit half jaar EU-voorzitter, bevalt Nederland wel. Sarkozy is een rechtse politicus, maar premier Balkenende en minister van Financiën Bos spreken al weken vol lof over de manier waarop Sarkozy de leiding probeert te nemen in Europa. Nederlandse diplomaten praten in superlatieven over de Fransen. Dat was wel eens anders.

Wat betekent deze toenadering voor Europa? Waarom wilde Nederland per se mee naar Washington, terwijl het als niet-lid van de G20 niet op de gastenlijst stond? En wat krijgt Sarkozy van Balkenende terug in ruil voor een plek in zijn delegatie? Niet op al die vragen bestaat een duidelijk antwoord. Zeker is dat de Nederlandse aanwezigheid samenhangt met de veranderende krachtsverhoudingen in de EU.

In de G20 zitten behalve grote economieën als de VS, China en Brazilië vier Europese landen: Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië. Spanje, Nederland en Tsjechië zitten daar niet bij. Een diplomaat zegt: „Sommige móchten er wel bij, maar ze moesten het hém eerst vragen. De weg naar Washington loopt via Parijs.” Spanje kreeg een plek, nadat premier Zapatero – een socialist – door het stof was gegaan.

[Vervolg G20: pagina 15]

G20

Sarkozy neemt half Europa mee

[Vervolg van pagina 1] Commissie-voorzitter Barroso mag mee als waarnemer. Een Tsjechische onderminister zit ook op de Franse bagagedrager. Tsjechië neemt in januari het EU-voorzitterschap over en leidt de EU op de vervolgtop die Sarkozy in februari heeft gepland. Half Europa zit achter het bordje ‘Frankrijk’.

Nederland heeft er belang bij naar Washington te gaan. Daar wordt gesproken over een nieuwe internationale financiële ‘architectuur’. Nederland is ’s werelds zeventiende economie, met een grote financiële sector. Het heeft een disproportioneel grote stem bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat bij deze hervormingen een sleutelrol moet spelen. Idem bij de Wereldbank. Grote beslissingen worden er in Washington niet verwacht. Wel wil Nederland lobbyen voor plekjes in werkgroepen.

Heel Brussel speculeert over wat Sarkozy van Balkenende terugkrijgt. Een ambassadeur vermoedt dat Nederland zijn verzet opgeeft tegen een oud Frans plan voor een ‘economische regering’ voor eurolanden. Duitsland, Nederland en andere landen waren daar tegen omdat zo’n vast bestuur van eurolanden de Europese Centrale Bank kan overvleugelen. Sarkozy lanceert het plan nu opnieuw, omdat eurolanden in crisistijd gezamenlijk actie moeten kunnen nemen – zeker als een niet-euroland EU-voorzitter is, zoals Tsjechië straks. Duitsland reageert gebeten en hamert op de onafhankelijkheid van de ECB.

Steunt Nederland Duitsland niet meer? Daar is één aanwijzing voor: een uitspraak van Bos, op 24 oktober, dat hij daar niet onwelwillend tegenover staat. Balkenende verduidelijkte daarna dat Nederland Duitsland steunt, punt uit. Sindsdien wijkt Bos niet van dat officiële standpunt af.

Vorige week prees Balkenende Sarkozy tijdens een top in Brussel „omdat hij Europa met één stem laat spreken” en „de boel goed coördineert”. Maar, benadrukte hij, er blijven meningsverschillen met Frankrijk. Nederland wil „het Stabiliteitspact streng blijven toepassen” en de economische regering voor eurolanden is „niet aan de orde”. Eerder sloopte Bos, met zijn Duitse collega, nog een Franse verwijzing naar de economische regering uit de tekst voor Washington.

Op de vraag of Nederland tegen Frankrijk aanschurkt, antwoordde Bos dat Duitsland Europees „geen inbreng heeft”. „Onze traditionele handelspartner en Europese bondgenoot, Duitsland, is passief.” Ook de Europese Commissie, belangenbehartiger voor kleine landjes, danst naar het pijpen van Sarkozy – zelfs de Franse onderminister Jean-Pierre Jouyet verwijt Barroso gebrek aan ruggegraat. „Het belangrijkste gevolg van de crisis,” zegt Karel Lannoo van het Brusselse Centre for European Policy Studies, „is dat de Commissie zwakker wordt en de grote landen sterker.” Duitsland is nergens te bekennen. De Commissie geeft niet thuis. Nederland moet elders steun zoeken, wil het gehoord worden.

Sarkozy is niet afkerig van overheidsinterventie in de economie. Bos evenmin. Beiden praten, tot afgrijzen van de Duitsers, over een Europees economisch herstelplan. Ingewijden houden het voorlopig op een gelegenheidscoalitie met Parijs. Toch vond één iemand eerder de weg naar het Elysée: iemand wiens idee voor banknationalisaties via Parijs Europees gemeengoed werd. De Britse premier Gordon Brown. Die andere Nederlandse bondgenoot.