Poedelnaakte legioenen

Met de film ‘Caligula’ had porno mainstream moeten worden. Het liep anders. Op een nieuwe editie op dvd vertellen de acteurs over hun ervaringen tijdens de opnames. „Een onweerstaanbare combinatie van kunst en genitaliën”, zegt Helen Mirren.

Sommige films zijn net aangespoelde walvissen. Ze liggen groot en dood op het strand, dreigen te ontploffen door eigen ontbindingsgassen. Een fascinerend schouwspel, hoe kwamen de beesten daar zo terecht?

Caligula, gefilmd in 1976 maar pas in de bioscoop in 1980, is er zo een. Hij past in een rijtje epische films die te lang en te duur, uit balans en vol pretentie zijn – maar waar je toch niet op uitgekeken raakt. Een film waarvan ‘the making of’ al een film is en waarover medewerkers decennia later nog hun memoires schrijven.

Eind jaren zeventig markeerden drie zulke walvissen het eind van een decennium van exces. Apocalypse Now (1979) en Heaven’s Gate (1980) bleken de grafstenen van het ‘Nieuwe Hollywood’. Tien jaar eerder hadden de bejaarde studiohoofden onder druk van dalende recettes carte blanche gegeven aan een generatie jonge Amerikaanse filmmakers die de tijdgeest beter begrepen dan zij. De cultus van de regisseur als ‘auteur’ had Hollywood een decennium lang in zijn greep, maar na deze twee megalomane, peperdure films namen de accountants en de producers het heft weer in handen en legden zich toe op veilige formulefilms.

Caligula (1979) markeert het einde van een andere illusie uit de jaren zeventig: dat porno zou opgaan in de mainstream. Het is een unicum: een ruim tweeënhalf uur durend, hardcore pornografisch epos over de perverse keizer Caligula (37-41 nC), maar met hoofdrollen voor respectabele acteurs als Malcom McDowell, Helen Mirren, John Gielgud en Peter O’Toole. Caligula biedt een onthoofdingsmachine, orgieën, pedofilie, necrofilie, ranselpartijen en executies. O’Toole betast als keizer Tiberius in zijn lusthof te Capri minderjarige ‘visjes’, giet een dronken soldaat vol wijn en rijt daarna zijn buik open. McDowell ontmaagdt als keizer Caligula op een huwelijksfeest de brave militair Proculus en diens echtgenote, om als ultieme vernedering een bloemetje in de anus van Proculus achter te laten. Zelfs in de jaren zeventig keek men van zoiets best op.

Met de uitgave van een vierdelige dvd-box – The Imperial Edition – is Caligula weer in zijn oorspronkelijke staat te zien. Of in meerdere staten: de box bevat drie van de dertien versies die ooit in de bioscoop of op video vertoond zijn. Een essentiële bonus is ‘The Making of Caligula’ van eind jaren zeventig, een reclamefilm die de turbulente ontstaansgeschiedenis van de film aanstipt.

The Imperial Edition biedt ook een tiental weggegooide scènes, waaronder Caligula die onthoofde standbeelden van zijn eigen gelaat voorziet. Maar echt interessant zijn de interviews en het monkelende commentaar van de hoofdrolspelers van toen, onder wie Malcom McDowell, en Helen Mirren. Dertig jaar na dato hebben ze ondanks de ruzies en schandalen warme herinneringen aan Caligula.

Penthouse-baas Bob Guccione

tekende indertijd voor het toen zeer royale budget van 17 miljoen euro. Hij was een man met een visie. Zijn blad Penthouse had marktaandeel op het chique Playboy veroverd met de introductie van het ‘beavershot’: schaamhaar en nog meer. Dat moest ook in de film kunnen. Vergezocht was dat niet: sinds het kassucces van Deep Throat (1972) draaide in de bioscopen ambitieuze porno waarin gekostumeerde pornosterren met wisselend succes acteerden. In Nederland kwam het bijna tot een kabinetscrisis over de kwestie welke theaters dat mochten vertonen.

In de arthouse-film was het taboe op seks al in de jaren zestig geslecht, medio jaren zeventig verkenden filmmakers de grenzen. Er was een hausse aan welwillend ontvangen films van sadomasochistische signatuur, variërend van Last Tango in Paris en Salo tot Night Porter tot Histoire d’O. Zwarte naziromantiek, met een hoofdrol voor de SS met zijn strak gesneden uniformen, karwatsen en knisperend leer, was heel modieus. Sadomasochisme is seksueel theater, schreef cultuurcritica Susan Sontag in 1975 in een bezorgd essay over ‘fascinerend fascisme’, extra opwindend omdat het niet voor gewone mensen is weggelegd. Nu de consumptiemaatschappij seks zojuist van ‘iets dat je gewoon doet’ had opgewaardeerd tot een kwestie van smaak of levensstijl, was het volgens Sontag logisch dat de avant-garde gefascineerd raakte door zoiets exclusiefs als sm.

Die sadomasochistische mode vertalen naar een sandalenepos lag voor de hand; de oudheid is van oudsher populair om decadente visioenen van heidense losbandigheid op te projecteren. Guccione had daarbij een sterke troef in handen. De Amerikaanse sterauteur Gore Vidal, die in Penthouse doorwrochte artikelen schreef op de achterkant van zijn beavershots, had een draaiboek klaar over Caligula, de keizer wiens korte regime volgens historicus Suetonius een doorlopend exces was van spilzucht, moord, marteling en krankzinnige projecten.

Caligula betekent Soldatenlaarsje: als kind marcheerde de toekomstige keizer als een soort mascotte in miniuniform voor de Rijnlegioenen van zijn vader, de veldheer Germanicus. Na diens dood roeide keizer Tiberius zijn complete familie uit, alleen Caligula bleef in leven. Toen hij in 37 na Christus Tiberius opvolgde, leegde hij in recordtempo de staatskas met bouwprojecten en gladiatorenspelen, had hij een openlijk incestueuze relatie met zus Drusilla, benoemde hij zijn paard tot consul en dwong hij senatorsvrouwen in een bordeel om de staatskas te spekken. Zijn motto: „Laat ze me haten, zolang ze me vrezen.”

Gore Vidal wilde in Caligula

de ‘orgie van de macht’ tonen: hoe een doorsneejongen door adoratie en absolute macht in een monster verandert. „In ons hart zijn we allemaal Caligula”, stelde hij. De acteur Malcom McDowell, beroemd als de nihilistische adolescent uit If en A Clockwork Orange, hapte toe voor de hoofdrol toen hij de naam van Vidal hoorde. Hij benaderde Helen Mirren; John Gielgud en Peter O’ Toole volgden. Als regisseur werd Tinto Brass aangetrokken, een luidruchtige Italiaanse erotomaan die succes had geboekt met de nazibordeelfilm Salon Kitty. Als art director ronselde Guccione meervoudige Oscarwinnaar Danilo Donati, de vaste medewerker van Fellini. In 1976 begon in Rome de constructie van tientallen enorme sets.

De opnames werden een draaikolk van botsende ego’s en verwachtingen. Regisseur Brass en hoofdrolspeler McDowell zagen weinig in de visie van Vidal: voor hen was Caligula geen gewone jongen, maar een anarchist die het Romeinse imperium vanaf de top probeerde te vernietigen. Vidal, woedend over de ingrepen in zijn scenario, gaf een interview waarin hij de scriptschrijver arrogant de ‘ware filmauteur’ noemde en de regisseur ‘slechts een parasiet’. Hij werd van de set verwijderd.

Daarop volgde een botsing tussen regisseur Brass en Guccione, die minder om de orgie van de macht gaf dan om de macht van de orgie. Brass weigerde edelporno te maken met het dozijn seksmodellen, Penthouse Pets, dat Guccione uit de VS liet invliegen. Hij gebruikte liever dikke, oude en mismaakte lijven. Toen Guccione de final cut zag, was hij diep geschokt. Hij stal de film, ontsloeg Brass en laste zes minuten harde porno in de scabreuze, maar weinig opwindende film. Ook dat ging niet gemakkelijk: twee editors weigerden dienst en de film viel bijna in handen van de Britse politie, die destijds nog werk maakte van het verbod op porno. Alle partijen daagden elkaar voor de rechter en het duurde tot 1979 voordat Caligula in Cannes in première ging.

Guccione, die aanvoelde dat critici weinig van zijn werkstuk heel zouden laten, besloot Caligula te verkopen met de trucs van de kermisklant. In The Making of Caligula staart hij, een en al borsthaar en gouden kettingen, intens in de camera: „Ik dáág de jeugd uit de sensatie van de eeuw níet te zien!” Hij entameerde een fluistercampagne over seksuele excessen op de set en zag af van speciale voorstellingen voor de filmpers, die gewoon in de rij moest voor een kaartje. Omdat de film in de VS slechts was toegestaan in kleine pornotheaters zonder mogelijkheid tot reclame, kocht Guccione een aantal grote bioscopen waar de film langdurig draaide.

Het werkte, Caligula werd een schandaalhit.

Maar als film is Caligula grotendeels mislukt. Dat ligt niet aan de spelvreugde van de acteurs, die het volgens hun dvd-commentaar buitengewoon naar hun zin hadden in het Italiaanse gekkenhuis. Ondanks of juist dankzij de vele incidenten: opstootjes tussen de Penthouse Pets en Italiaanse dansers, een paardentrainer die in coma werd geschopt tijdens een scène waarin Caligula het bed deelt met zijn ros, producent Guccione die met dreigend gegrom gezag trachtte af te dwingen maar nauwelijks serieus werd genomen.

Peter O’Toole was continu dronken

of stoned, McDowell intrigeerde erop los vanuit zijn neoklassieke villa met een zwembad vol bruisend mineraalwater en sir John Gielgud giechelde opgewonden dat hij op zijn 75ste nog zijn debuut mocht maken in een pornofilm. De waanzin was aanstekelijk. Zo herinnert McDowell zich in zijn dvd-commentaar de massascène waarin een compleet Romeins legioen poedelnaakt ten strijde trekt. Waarom toch, vroeg hij regisseur Brass verbaasd. „That’s what people want, cock and balls”, antwoordde Brass. „Een onweerstaanbare combinatie van kunst en genitaliën”, blikt Helen Mirren terug. „Een lsd-trip met hoogte- en dieptepunten, maar God, wat een reis.”

Bij het weerzien van Caligula valt op hoezeer de acteurs verdrinken in de gigantische, overrijpe decors. Fellini, in wiens geest Caligula is verfilmd, wist in dat soort overdaad de menselijke maat te bewaren, zijn epigoon Brass mist dat talent. Zijn acteurs compenseren hun nietigheid met iets te grote gebaren: vooral McDowell schmiert er met zijn grote, kille ogen op los. Nadien zou zijn loopbaan in een duikvlucht belanden.

Caligula is een opeenvolging van vervreemdende tableaus vivants waarin de folterpartijen en de seks een plechtig ritueel lijken. „Meer overtuiging!” wil je soms met keizer Tiberius uitroepen tijdens weer zo’n lamlendige orgie. De hoofdpersonen handelen kil, berekenend en sadistisch, hun slachtoffers zijn louter jammerende ledenpoppen. Die emotionele leegte sluit goed aan bij Susan Sontags visie op sadomasochisme, dat puur theatraal en puur seksueel is, want „losgemaakt van individualiteit, relaties, liefde”. De ingelaste Penthouseporno, bedoeld om op te winden, is haast een kleinburgerlijke afleiding tussen deze koude grand guignol.

Caligula bleek niet de film van de toekomst, zoals Guccione hoopte, maar een hekkensluiter. De fusie van porno en filmkunst was bij de première al een gepasseerd station: met de opkomst van de videorecorder legde de porno-industrie zich in de jaren tachtig toe op lopendebandproductie voor huiskamer en videocabine. „Van het geld van Caligula had ik wel tweehonderd pornofilms kunnen maken”, klaagde Guccione achteraf, en dat zou hij ook gaan doen. Sadomasochisme raakte uit en werd een niche-industrie in de porno en onder het kopje ‘cult’.

Pas op de grens van de 21ste eeuw keerde porno op bescheiden schaal terug in de arthousefilm, waarbij Franse filmmakers het voortouw namen. Niet om op te winden, maar om het alledaagse, lelijke of deprimerende van erotiek te tonen, zoals in Vie de Jesus (1997). Of om baldadig te shockeren (Baise Moi, 2000) of om, in Nine Songs (2004), een droevige relatie te tonen die de stap van seks naar liefde niet weet te maken.

Het blijft marginaal en allerminst de gelikte mainstreamporno die Guccione voor ogen had. Daarmee is Caligula definitief filmgeschiedenis en voor jongere kijkers even exotisch als een stomme film uit de Weimarrepubliek.

Caligula. The Imperial Edition (dvd, 4 discs). € 34,99 (import). In Nederland vanaf januari: Caligula. The Imperial Version. 3 disc. 15,99 euro.