Platte broden

Alle producten om ons heen worden met zeer uiteenlopende productieprocessen tot stand gebracht. De ene keer heb je extreem zware apparatuur en veel grondstoffen nodig, terwijl je een ander product kan maken met bijna niets.

Een mooi voorbeeld van een lichtvoetig proces is de productie van brood. Veel meer dan water en bloem is er niet voor nodig, alhoewel je het vaak met zout, gist of bakpoeder aanvult. Kneden kan met de hand. Daarnaast heb je een oven nodig om het brood daadwerkelijk te bakken. Simpel. Als je vervolgens grote hoeveelheden brood wil bakken worden er steeds meer machines bedacht én ingezet, het brood wordt eenvormiger en het ambacht verdwijnt naar de achtergrond. Dit proces noemen we ook wel vooruitgang. Elke ontwikkeling, in dit geval de industrialisatie van het broodbakken, wordt op de hielen gezeten door een tegenbeweging. De gespecialiseerde broodwinkel kan zich niet meer onderscheiden met het standaard broodmodel en gaat op zoek naar andere mogelijkheden. Platte én ronde, met meel bestoven, broden zijn daar weer op de planken terug te vinden. Maar daar is de opleving nog niet mee doorgezet, van die bijzondere broodwinkels heb je er maar een paar, die veranderen de wereld niet zo maar. Een echte doorbraak voor de platte broden moet dus ergens anders vandaan komen. En inderdaad, hier is een herkenbare rol weggelegd voor de trendvoorspeller en stylist. In roerige tijden wordt door dit soort specialisten het verlangen naar vertrouwde ambachten aangewakkerd. Aandacht voor de kleine dagelijkse dingen moet ons op de been houden. Platte, ogenschijnlijk nonchalant gebakken broden met een knipoog naar de mediterrane sfeer, passen precies in de context van vandaag en morgen. Stemmige foto’s van gestapelde platte broden zie je nu overal opduiken. Vervolgens vraagt iedereen naar dit soort broden. Om aan de explosief groeiende vraag te kunnen voldoen worden nieuwe, handige productiemachines voor platte broden ontwikkeld. En zo begint de cyclus weer van voren af aan.

In de rubriek ManMade vraagt ontwerper Joost Alferink zich af waarom de dingen zijn zoals ze zijn