Papieren souvenirs

Op de ochtend van de vijfde november, tussen half negen en negen uur heb ik in New York gezocht naar The New York Times; in toenemende verbittering, steeds dichter naderend tot wanhoop. Van alle steden ter wereld is deze waarschijnlijk het rijkst bedeeld met winkels waar bedrukt papier wordt verkocht: Arabische en Israëlische kranten, Britse, Franse, uiterst linkse en rechtse weekbladen van eigen bodem, en een winkel in Bleeker Street waar ze De Telegraaf hebben. Maar op deze nog betrekkelijk vroege ochtend geen New York Times.

Eindelijk, om één minuut over negen vond ik een exemplaar, het laatste, licht beschadigd maar nog uitstekend leesbaar. De koning te rijk. Hoe komt het dat die krant vandaag nergens te koop is, vroeg ik de Arabier achter de toonbank. Is er iets misgegaan bij de Times? Hij lachte vriendelijk. Nee. Historische dag. Iedereen wil die krant.

De kop op de voorpagina bestond uit één woord in 48 punts letters, vet: OBAMA. En dan de onderkop: Racial barrier falls in decisive victory. Dat het een historische dag was, had ik ’s nachts al gemerkt toen ik na het schrijven van mijn stukje voor de slijpsteen nog even naar het café was gegaan en daar de omhelzingen van een paar wildvreemden had ondergaan. Nu was de Times uitverkocht, meegenomen door mensen die over het algemeen waarschijnlijk al heel tevreden zijn met de Post of de Mail. Misschien wordt het alleen door de Times bevestigd als er iets heel bijzonders aan de hand is. Dan wil je die krant hebben. Leuk voor later.

We leven in een steeds digitaler wordende beschaving. Een paar dagen eerder had de directie van de The Christian Science Monitor bekend gemaakt dat de papieren editie wordt gestaakt. Te duur geworden. Deze krant gaat op internet verder. Er gaat geen week voorbij zonder dat je ergens leest over krasse bezuinigingen en radicale overlevingsplannen. De experts van internet weten het zeker: de cultuur van het dagblad wankelt op zijn laatste benen. Een krant heeft alleen nog toekomst als hij op historische ogenblikken als souvenir kan dienen. Dat is vijf november bewezen. Ik ga mijn exemplaar dan ook zuinig bewaren.

Is dit een klein requiem voor de beschaving van het bedrukte papier? Een paar dagen na de overwinning las ik, alweer in de Times, een artikel over de Wikipedia. Wiki komt uit de taal die op Hawaï wordt gesproken. Wiki-wiki betekent snel. Pedia refereert aan de oude dikke boeken waarin je alles kunt opzoeken en die niet meer worden geraadpleegd. De pagina’s over Barack Obama zijn te lezen in meer dan honderd talen, waaronder het Arabisch en het Koreaans. Daar kan geen krant tegenop.

Als er iets van mondiale betekenis aan de gang is, verandert de encyclopedie in een nieuwssite. Om 23.03, terwijl CNN en NBC het nog niet zeker wisten, meldde de Wikipedia wie de winnaar was. In het uur daarop werd het Obama-artikel door 300.000 mensen bezocht en aan het einde van de vijfde november waren het er 2,5 miljoen.

Ja, als je het zo bekijkt, zal de papieren krant binnen een jaar of tien alleen nog in de antiquariaten als souvenir te koop zijn. Bij mij wil het er nog niet in. Hoe mooi en handig Wikipedia ook mag zijn, ik wil mijn papieren krant houden, lezen, ruiken, mijn vingers vuil van de drukinkt laten worden, tot ik zelf een souvenir zal zijn.