Nulgroei Nederlandse economie

De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van dit jaar niet gegroeid. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen gemeld.

Het volume van het bruto binnenlands product in het zojuist afgelopen kwartaal was gelijk aan dat in het tweede kwartaal. Het is de tweede maal achtereen dat de economie van kwartaal op kwartaal niet groeit. Daarmee flirt de Nederlandse economie met een recessie, die technisch plaatsvindt als er twee opeenvolgende kwartalen zijn met een negatieve economische groei.

In de rest van de eurozone is dat al het geval, zo valt uit de voorlopige cijfers af te lezen. De Duitse economie kromp in het derde kwartaal met 0,5 procent, na in het tweede kwartaal ook al met 0,4 procent te zijn geslonken, zo maakten de autoriteiten daar gisteren bekend.

Frankrijk maakte vanmorgen een groei met 0,1 procent bekend, maar in Italië werd een krimp met 0,5 procent gerapporteerd, na een krimp met 0,4 procent in het tweede kwartaal. In Spanje kromp de economie met 0,2 procent. Dat was voor het eerst in vijftien jaar. Analisten schatten vanmorgen in dat de economie van de eurozone gemiddeld met 0,2 procent is gekrompen, nadat ook in het tweede kwartaal zich een krimp voordeed.

Minister Bos van Financiën sprak gisteren tijdens een debat over de kredietcrisis voor het eerst van een mogelijke krimp van de Nederlandse economie volgend jaar. Ook president Wellink van De Nederlandsche Bank zei gisteren een krimp in 2009 te verwachten. De cijfers over de Nederlandse economie vallen in Europees opzicht nog mee. Ten opzichte van een jaar geleden bedroeg de groei in het derde kwartaal 1,8 procent. Dat relatief hoge jaar-op-jaarcijfer heeft te maken met de vaart waarmee de economie 2008 in ging. Dat optische effect ebt snel weg.

Uit de uitgesplitste cijfers van het CBS over de groei van kwartaal op kwartaal blijkt dat de consumptieve bestedingen van huishoudens niet toenamen in het derde kwartaal. De investeringen krompen met 1,4 procent, waarbij de grootste afname voor rekening van de overheid kwam, met een afname van 3,4 procent voor de overheidsinvesteringen. De uitvoer groeide met 1,6 procent en de invoer met 1,3 procent, waardoor de buitenlandse handel een positieve bijdrage aan de economische groei gaf.

De grootste impuls kwam van de lopende overheidsuitgaven, die met 0,7 procent toenamen. Zonder deze stijging van de rijksuitgaven zou er al sprake zijn geweest van een economische krimp van kwartaal op kwartaal van ruim 0,1 procent.

Ten opzichte van een jaar geleden groeide het aantal banen met 110.000. Vergeleken met het tweede kwartaal was er sprake van een lichte afname van het aantal banen, met 4.000. De werkduur, gemeten in het het aantal gewerkte arbeidsjaren, stagneerde van kwartaal op kwartaal.