Nu kunnen we fijn op weg naar een nog geslotener Nederland

Nergens is de integratie zo van karakter veranderd als in Nederland. Uitsluiting, hameren op eigen identiteit en populisme zijn de norm. Daarin paste Vogelaar niet, schrijft Duyvendak c.s.

Ella Vogelaar is gestruikeld over het geborneerde nationalisme dat het bang gemaakte Nederland nu al zo’n zeven jaar in zijn greep houdt. Slechte pr, onhandige presentatie, slippertjes en misstappen hebben allemaal een rol gespeeld, maar de vertrouwensbreuk tussen minister Vogelaar (Integratie, PvdA) en PvdA had toch echt zijn wortels in verschil van inzicht over hoe de integratieproblemen te lijf moesten worden gegaan. Hard, eenzijdig en nationalistisch, zoals een meerderheid in de PvdA voorstond of juist door „allochtonen het gevoel te geven dat ze volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij”, zoals Vogelaar meende. Het is duidelijk welke visie gewonnen heeft.

Dit valt niet alleen te betreuren maar is ook gevaarlijk. Zeven jaar hameren op het belang van nationale identiteit, culturele integratie, inburgering en loyaliteit hebben de kloof tussen gevestigden en nieuwkomers alleen maar verder vergroot. Geschiedenis, taal, cultuur en gedragsnormen worden nu alweer zeven jaar lang als wapens ingezet in de strijd tegen de radicaliserende islamiet in eigen land. En hoe vanzelfsprekend de nadruk op gedrag, taal en historie ook mag ogen, wie wat verder wroet dan de vakantiefolderachtige buitenkant stuit al snel op tamelijk uitsluitende opvattingen van Nederlanderschap die nieuwkomers per definitie buitensluiten en de deur naar meedoen en bijdragen hardvochtig dichtgooien.

Hoewel blijkens recente cijfers van het CBS nieuwkomers het op arbeidsmarkt, woningmarkt en in het onderwijs langzaamaan steeds beter doen, is de culturele kloof de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Ga maar na: waardoor hebben de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland zo kunnen verzuren? Waarom is de mentale en fysieke afstand tussen oorspronkelijke en nieuwe Nederlanders, ondanks de liters inkt en tonnen papier die eraan zijn gewijd, de laatste jaren zo sterk toegenomen? Waarom is het moslim-bashen vooral in Nederland een nationaal gezelschapsspel? Waarom worden juist hier zoveel onbetamelijkheden en onbeschoftheden op internet geventileerd, en dan vooral over integratie- en immigratiekwesties? Waarom voelen zoveel oorspronkelijke Nederlanders zich niet meer thuis in hun wijk, stad en land? En waarom voelen zo weinig migranten zich Nederlander?

In zeven jaar tijd is Nederland van een open samenleving een geborneerd land geworden, dat meent dat het integratievraagstuk alleen kan worden opgelost met een harde, polariserende aanpak die ontevreden autochtonen hun vertrouwen in de politiek moet teruggeven door allochtonen te dwingen zich aan te passen. Het tegendeel gebeurt echter: hoe meer het Nederlanderschap wordt opgetuigd met canons, nationale musea, inburgeringceremonies en Hollandse normen en waarden, des te meer vervreemden migranten van hun nieuwe vaderland, terwijl het politiek cynisme van de neezeggers er niet minder door werd.

Partijleider Wouter Bos betreurde het deze week naar aanleiding van de inspirerende overwinning van Obama dat zo weinig migranten zich Nederlander voelen. Maar anders dan Obama, die een verdeelde natie weet te binden aan een optimistisch en insluitend toekomstperspectief, schetst Bos het beeld van een ‘beschaafd nationalisme’, een historisch geworteld Nederlanderschap, dat niet insluit maar juist uitsluit. Of het nu de Nederlandse hagelslag en pindakaas van Kamerlid Van de Camp (CDA) of het beschaafde nationalisme van Wouter Bos is, het aanzetten van de Nederlandse identiteit brengt ons niet verder maar verergert de boel alleen maar.

Niet alleen de allochtoon is hiervan het slachtoffer. Ook steeds meer autochtonen schamen zich voor de harde toon van het integratiedebat, terwijl concreet lokaal beleid gericht op sociaal-economische emancipatie via onderwijs en arbeid stagneert.

In het boek Het Bange Nederland betogen wij dat dit komt door het onvermogen van de Nederlandse elite om zich teweer te stellen tegen de nationalistische agenda van de zelfbenoemde, populistische woordvoerders van de ‘mensen in de oude wijken’. En met de elite hebben we dan vooral de weldenkende vertegenwoordigers van de Nederlandse middenpartijen op het oog. Waar is het internationalisme van de PvdA als je het nodig hebt? Wat is er gebeurd met de liberale wortels van de VVD? Naast de wijsheid van de klassiekers uit de liberale traditie steekt het beginselprogramma van Rutte zeker bepaald pover af. En waar is het traditionele, christelijke mededogen met de verschoppelingen van deze aardkloot gebleven? Waarom is de meningsvorming over integratie in deze drie partijen zozeer gegijzeld door een nationalistisch populisme dat maar door een minderheid van het electoraat wordt beleden?

Zeker nu er een recessie nadert, die allochtonen zwaarder zal treffen dan autochtonen zo leren de eerdergenoemde CBS-cijfers, kan niet genoeg worden benadrukt dat het hameren op nationale identiteit als smeermiddel van integratie alleen maar meer olie op het smeulende vuur zal gieten. Spelen met instrumenten als canons, inburgeringsrituelen, vaderlandse geschiedenis en Hollandse normen en waarden is in dat soort omstandigheden nu eenmaal gelijk aan spelen met vuur, zo leren historische voorbeelden. In plaats van een nostalgische fixatie op het verleden moet de blik naar de toekomst. Daarin kan een ‘lichte’, open Nederlandse identiteit een belangrijke rol spelen; een identiteit die niet is uitgevonden om anderen uit te sluiten maar om nieuwkomers in te sluiten, een identiteit die niet ‘nationaal’ is maar lokaal of regionaal. In plaats van te blijven steken in tobberige, quasihistorische discussies over ‘de’ nationale identiteit, doen de weldenkende middenpartijen er beter aan om zich te richten op concrete en inspirerende maatregelen waardoor mensen met verschillende achtergronden elkaar niet meer ontlopen maar juist ontmoeten: op de werkplek, op school, in de wijk, op de sportvereniging.

Integratie vindt niet in Den Haag plaats maar in de wijk. Een minister voor Wonen, Wijken en Integratie die dat ook vindt, was in onze ogen zo’n gek idee nog niet.

Jan Willem Duyvendak (hoogleraar sociologie, UvA), Ewald Engelen (financieel-geografisch onderzoeker, UvA) en Ido de Haan (hoogleraar geschiedenis, UU) publiceerden recentelijk Het bange Nederland. Pleidooi voor een open samenleving (Bert Bakker).