Monsterdoos

’Het is tijd om te gaan slapen,'zegt mama. „Ik weet niet wat je van plan bent met die kartonnen doos, maar we gaan nu niet meer knutselen of spelen.”

„Ik ga ook slapen,” zegt Rintje. „Maar deze doos gaat mee!”

„Ga je in de doos slapen, dan?” vraagt mama. „Je hebt toch een heerlijke mand?”

„Ik slaap in mijn mand, maar in de doos ga ik het monster vangen dat elke nacht mijn kamer insluipt.”

„Monsters bestaan helemaal niet,” zegt mama. „Alleen in sprookjes.”

„Ik weet zeker dat er bij ons een monster woont,” zegt Rintje. „Als ik ’s nachts wakker wordt van een gek geluid, weet ik dat hij door het huis loopt te spoken!’

„Maar hoe ga je het monster dan vangen?” vraagt mama.

„Ik heb monsterlimonade gemaakt,” zegt Rintje, „dat lusten alleen echte monsters. Het is gemaakt van water met klei en zand en heel veel zout en peper. Ik zet een glaasje in de doos om het monster te lokken.”

„Maak je mij wel wakker als je hem gevangen hebt?” vraagt mama. Ze geeft Rintje een zoen en stopt hem lekker in.

Rintje kan niet slapen. Hij staart naar het plafond. Wanneer zou het monster komen?

Maar zonder dat hij het merkt vallen zijn ogen langzaam dicht.

Als hij slaapt verschijnt er in zijn droom een heel groot harig monster. Hij heeft een grote bek met veel tanden en grote klauwen en hij sluipt heel langzaam naar Rintje toe.

Net als het monster hem wil pakken schrikt Rintje wakker. Wat hoorde hij daar voor geluid? Was het een zachte klap? Of was het geritsel? Zou het monster in de doos zitten?

Rintje durft bijna niet te gaan kijken, maar hij klimt toch voorzichtig zijn mand uit. Heel zachtjes loopt hij naar de doos. Vlug doet hij de deksel dicht en legt een dik boek op de bovenkant. Het monster is gevangen!

Rintje kruipt in zijn mand, graaft wat in zijn deken en valt weer in slaap.

„Wakker worden!” roept mama de volgende ochtend in zijn oor. Rintje schrikt wakker.

„Ik heb hem gevangen!” roept hij. „Het monster zit in de doos!”

„Wat spannend!” zegt mama. „En wat stoer van je. Mag ik het monster zien?” „Heel voorzichtig,” zegt Rintje. „Hij mag niet ontsnappen!”

Mama kijkt in de doos. „Maar....ik zie helemaal niks!” zegt ze. „Dat klopt,” zegt Rintje. „Maar hij zit er wel in hoor! Monsters zijn onzichtbaar in het daglicht.”

„Ik zal de doos goed dichtplakken,” zegt mama. „Dan kan hij nooit meer ontsnappen!”

„En dan geven we hem morgen met de vuilnisman mee!” zegt Rintje. “Dan kan hij nooit meer in mijn kamer komen!”

EINDE