'Migratie en water moeten centraal staan'

De meningen over het aanstaande Nationaal Historisch Museum zijn geïnventariseerd. Het mag niet gaan over ‘goed’ en ‘fout’, menen deskundigen.

Het nieuw op te richten Nationaal Historisch Museum moet zich richten op het thema migratie; moet eerder het debat aanslingeren dan de canon tonen; en moet vooral jonge bezoekers interesseren voor geschiedenis zonder een spelletjesmuseum te worden.

Dit zijn enkele opvattingen van ruim 120 betrokkenen uit het ‘geschiedenisveld’, die de afgelopen maanden werden ondervraagd over het nieuw op te richten Nationaal Historische Museum in Arnhem. Het rapport Bouwstenen, met daarin hun op- en aanmerkingen, is vanmiddag door voorzitter Atze Nicolaï van de stuurgroep van het museum overhandigd aan de nieuwe directie van het museum.

Over het algemeen zijn de ondervraagden het eens. Het museum mag geen nationalistische uitstraling hebben. „Het moet niet gaan over goed-fout in de Nederlandse geschiedenis”, schrijft Nicolaï in zijn rapport. Ook moet het geen statisch museum worden; in tegendeel, het nieuwe historische museum zal niet alleen het debat aanslingeren en bewustzijn kweken, ook zou het een leerstoel in het leven kunnen roepen of beurzen beschikbaar kunnen stellen aan studenten.

Over de basis ligt die ten grondslag aan het museum, zijn de meningen verdeeld, al liggen die opvattingen nooit ver uit elkaar. Hoogleraar James Kennedy pleit voor identiteit of burgerschap als leidraad; Paul Scheffer wil vooral ook de kwetsbaarheid van de maatschappij en het vermogen om samen te kunnen leven laten zien. Anderen willen de geschiedenis vooral uit de actualiteit benaderen. Migratie is een thema dat bijna alle ondervraagden noemen, inclusief het thema water.

De geschiedeniscanon roept, zoals al eerder, tegengestelde reacties op. Herman Pleij wil de canon inzetten om beeldvorming en leiderschap aan de orde te stellen. Hans Goedkoop waarschuwt voor de canon als een te nadrukkelijke leidraad. Immers, tegen de tijd dat gaat het museum open, beweert hij, is die canon alweer verouderd.

De populaire historicus Geert Mak pleit voor het tonen van kleine geschiedenissen zodat de bezoeker zich beter kan identificeren met de geschiedenis van het land. Hij ziet het museum voor zich als de Hema van de geschiedenis: „met producten van hoge kwaliteit en goede vormgeving en voor iedereen interessant.”

Directeur Erik Schilp zegt blij te zijn met de (vrijblijvende) adviezen. Wel, zegt hij „redeneert iedereen vanuit zijn eigen expertisegebied. Maar wij moeten ook een museum opzetten, we schrijven geen geschiedenisboek.”