Meer geweld want er is meer blauw op straat

Het geweld tegen agenten is fors toegenomen de laatste jaren. Een onderzoek staat vol met incidenten. „Wat je leest gaat soms ieder voorstellingsvermogen te boven.”

„Vraag er maar even een autootje bij”, zei de ene agent tegen zijn collega.

„Vraag er nóg maar een auto bij”, zei de „lange en brede” negroïde man die bij het ochtendgloren op de openbare weg stond te plassen: „Wij gaan écht vechten.”

Moet je je voorstellen, zegt de hoogleraar strafwetenschappen Jan Naeyé, die het proces-verbaal citeert in zijn onderzoek Agressie en geweld tegen politiemensen: „Die twee agenten stónden daar al met zijn tweeën.”

„Spuit nog een keer dan”, riep de wildplasser, toen de agenten pepperspray gebruiken. „Kom maar op.”

Op dat moment arriveerde de assistentie. Een van de agenten sprong in de nek van de man en greep hem vast, waarop beiden op de grond vielen. De wildplasser gaf zich echter niet gewonnen, en beet in de hand van de agent. Pas toen een tweede agent hem in het gezicht trapte, liet hij los. Er waren nog verschillende klappen met de wapenstok nodig, voordat de man zijn verzet staakte.

De wildplasser bood later zijn verontschuldigingen aan. „Ik vind het vervelend dat het zo gelopen is”, zei hij volgens het proces-verbaal, „maar ik ben het niet eens met dat wildplasgedoe”.

Het onderzoek van Naeyé en zijn collega-onderzoekers van de Vrije Universiteit staat vol met dit soort incidenten. Het boek verhaalt over een agent in burger die werd klemgereden en bedreigd met een samoeraizwaard. Over een diender die met een schroevendraaier in zijn onderrug werd gestoken. En over de man die dreigde dat hij een „kogel door de kop zal schieten” van de politiefunctionaris die hem aanhield, en na zijn arrestatie treiterend I shot the sheriff bleef zingen. „Wat je leest”, zegt Naeyé, „gaat soms ieder voorstellingsvermogen te boven”.

Agressie en geweld tegen politiemensen, dat vandaag is gepresenteerd, is het eerste systematische onderzoek naar geweld en agressie tegen agenten, vertelt Naeyé. „Er was wel veel onderzoek gedaan naar geweld, maar daarin ontbrak de precisie. Men onderzocht bijvoorbeeld het geweld tegen álle publieke functionarissen, van ambulancepersoneel tot brandweerman. En men gebruikte soms hele vage begrippen, zoals ‘ongewenst gedrag’, of ‘non-verbaal geweld’.”

Om tot nauwkeurigere gegevens te komen, doorzochten Naeyé en zijn collega’s het landelijke politieregistratiesysteem op concrete strafbare feiten tegen de politie: belediging, bedreiging, belemmering van het politiewerk, ‘wederspannigheid’, openlijke geweldpleging, mishandeling, doodslag. Hun conclusie: in de periode 1996-2006 is het aantal geweldsincidenten tegen de politie verdrievoudigd. Het aantal beledigingen en bedreigingen verzesvoudigde.

Volgens Naeyé en zijn collega’s volgt deze stijging de algemene trend van geweldsdelicten. Maar hij vermoedt ook dat er meer aan de hand is. Samenleving en politiek wilden meer blauw op straat en striktere handhaving. Dat zorgt voor meer confrontaties. „Het gevolg is dat agenten soms flink moeten incasseren”, zegt Naeyé.

Het overheidsbeleid heeft ook een ander effect. Geweld tegen de politie wordt strenger aangepakt: er wordt vaker proces-verbaal opgemaakt en delicten tegen agenten worden consequenter vervolgd. De geregistreerde toename van het aantal beledigingen is daar een reflectie van, aldus de onderzoekers.

Maar het onderzoek richtte zich niet alleen op het aantal geweldsincidenten. Op basis van een steekproef uit 2.085 incidenten uit 2005 en 2.072 enquêtes onder politiemensen geven de VU-onderzoekers ook een kwalitatieve beschrijving van geweld tegen de politie.

Geweld hoort bij het vak, zo blijkt. Bijna iedere functionaris (90 procent) is in zijn carrière geconfronteerd geweest met bedreiging of geweld. Het letsel dat agenten daarbij oplopen is over het algemeen licht (zie grafiek). De psychische gevolgen kunnen echter groot zijn. Van alle ondervraagde agenten heeft 15 procent zich wel eens ziek gemeld na een incident; 16 procent zegt minder plezier in het werk te hebben door wat ze hebben meegemaakt.

De risico’s die agenten lopen, zijn wonderlijk goed in te schatten, zo blijkt. De gemiddelde agressieveling is een jongeman, niet zelden allochtoon, die al vaker met de politie in aanraking is geweest. De ‘signaleringen’ die worden gegeven aan verdachten in de zogeheten ‘landelijke gevarenclassificatie’ blijken een goede voorspeller van de kans op geweld. Verdachten met de classificatie ‘vluchtgevaarlijk’ of ‘verzetpleger’ plegen vier keer zo vaak geweld tegen agenten als verdachten zonder deze signalering. Alcoholisten en verdachten met een ‘medische indicatie’ drie keer zo vaak. Agenten lopen het meeste risico’s in horecagebieden, in weekendnachten. De onderzoekers adviseren de politie dan ook om de gevarenclassificatie consequenter te gebruiken.

De politiebond ACP kwam vandaag in een reactie op het rapport met een ‘tienpuntenplan’ om het geweld te beteugelen: van huisarrest voor onruststokers tot het publiceren van een ‘smoelenboek’ op internet. Volgens ACP-voorzitter Gerrit van de Kamp zijn „onorthodoxe” maatregelen nodig. Maar volgens onderzoeker Jan Naeyé is geweld een onlosmakelijk onderdeel van het politievak. „Het is de vuile kant van het werk. Je loopt er als agent een keer tegenop.”