Logisch, maar unfair

De PvdA is een harde partij. Minister Vogelaar heeft dat nu ook ervaren. Zonder dat er ook maar één min of meer openbaar debat over haar positie is gehouden, zoals het in een dualistisch bestel hoort, is haar gisteravond te verstaan gegeven dat ze geen „vertrouwen” meer genoot. Aanleiding was mede haar verzet om Antilliaanse probleemjongeren apart te registeren. De PvdA is voor, ook al kleeft er aan zo’n databank een discriminatoir aspect.

Volgens vicepremier Bos was Vogelaar niet in staat „gezagsvol en effectief leiding te geven” aan de integratie, een politiek thema dat de partijleider zelf ook pas onlangs weer opnieuw heeft geagendeerd. Een paar uur na haar vertrek werd bekend dat Vogelaar wordt opgevolgd door de Amsterdamse advocaat Van der Laan. Dat tempo alleen al doet vermoeden dat er geen sprake is van een spontaan conflict, maar van voorbedachte rade. Minister Bos, wiens machtspositie door de kredietcrisis afgelopen twee maanden is versterkt, heeft kennelijk kans gezien zijn eigen fouten recht te breien. In 2007 ging Bos er prat op dat hij verrassende en goede bewindslieden voor het kabinet had uitgezocht. Toen bleek dat Vogelaar toch niet zo bekwaam was, stak hij amper een vinger uit om haar te helpen. Zo kritiseerde hij haar toen ze de woningbouwcorporaties op één lijn kreeg met het gecompliceerde regeerakkoord dat Bos notabene zelf had gesloten. In nog geen twee jaar zijn zo twee exponenten van de vakbondsvleugel verdwenen. Eerder gaf fractieleider Tichelaar zijn positie op.

De politieke ontmanteling van Vogelaar is afgelopen maanden vooral uitgevoerd buiten de geijkte parlementaire gremia. Lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers van de PvdA kritiseerden haar regelmatig. Niet in het parlement maar louter in de wandelgangen of in interviews met journalisten. In de Tweede Kamer heeft de PvdA-fractie nimmer kenbaar gemaakt dat het politieke vertrouwen in de minister onder druk stond, laat staan was geweken. Tot nu toe is zelfs geen ‘kameraadschappelijk’ beraad of briefje bekend geworden, waarin fractieleider Hamer haar politieke steun voor Vogelaar ter discussie stelt. Op die manier namen PvdA en CDA ooit afscheid van de staatssecretarissen Ter Veld (sociale zaken) in 1993 en Brokx (volkshuisvesting) in 1986.

Partijleider Bos heeft niet gekozen voor die, wellicht wat hypocriete, omweg. Op Britse wijze heeft hij een van zijn ministers vervangen. Hij heeft daarbij geen acht geslagen op zijn staatsrechtelijke positie. Vicepremier Bos heeft formeel geen hiërarchische verhouding tot de andere bewindslieden.

Vogelaar was als minister onhandig en ongelukkig. Dat ze is afgetreden, was uiteindelijk onvermijdelijk. Maar ze is niet eerlijk behandeld door haar partij. Dat zegt niet alleen iets over de mores binnen PvdA. Ook in de politiek moeten vorm en inhoud in evenwicht zijn. Deze Britse aanpak van Bos, een staatsrechtelijk novum, moet geen precedent worden. Om de simpele reden dat het politieke bestel in Nederland, anders dan in Engeland, dualistisch wil zijn.