Koenders krijgt weinig weerwerk bij begroting

Minister Koenders haalde de wind uit de zeilen van de oppositie, door zelf een kritische houding in te nemen bij de besteding van ontwikkelingsgelden.

Het zou een moeilijke begrotingsbehandeling worden voor minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) was vorige week nog de verwachting. Maar na afloop van het tweedaagse debat begrotingsdebat in de Tweede Kamer kon hij gisteren een ruime steun voor zijn beleid vaststellen.

Ontwikkelingssamenwerking staat al enige tijd ter discussie. Daarbij gaat het om de aloude vraag of al die miljarden aan hulp nu wel effectief zijn of juist bestaande misstanden bevestigen. „Het leidt slechts tot hulpverslaving en machtsbestendiging”, zegt het Tweede Kamerlid Arend-Jan Boekestijn die enkele maanden geleden de bijna Kamerbrede consensus doorbrak met zijn pleidooi voor een halvering van de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking. De afgelopen dagen bleek dat de VVD hierin nagenoeg alleen staat. Voor een drastische beperking van de uitgaven aan ontwikkelingshulp bestaat alleen steun bij de PVV en wellicht de eenmansfractie Verdonk die niet aan het debat deelnam. Alle andere fracties in de Tweede Kamer gaven te kennen dat weliswaar kritisch naar de besteding moet worden gekeken, maar dat de hoogte als zodanig – de befaamde 0,8 procent van het nationaal inkomen, oftewel 5,2 miljard euro – voor hen niet ter discussie staat.

En dat was precies de uitkomst die Koenders voor ogen stond. Volgens het principe ‘de aanval is de beste verdediging’ zette hij vorige week zaterdag in een fundamentele toespraak voor de Universiteit van Amsterdam de toon. „De hulpindustrie moet worden opengebroken”, zei Koenders. Waarmee hij te kennen gaf wel degelijk kritisch naar de uitgaven te kijken. En dat wilde de Tweede Kamer horen. Het ‘openbreken van de hulpindustrie’ was tijdens het debat van deze week over zijn begroting één van de meest met instemming geciteerde zinnen.

Behalve bij het CDA en de ChristenUnie dan. Het Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier van deze partij vond dat Koenders met de term ‘industrie’ een veel te negatieve lading gaf aan de organisaties die zich met ontwikkelingshulp bezighouden. Maar Koenders weigerde deze terminologie terug te nemen. „Na 30 jaar ontwikkelingssamenwerking hebben organisaties en belangen zich georganiseerd. Ik vind dat dat te veel naar binnen is gekeerd”, aldus de minister die er aan toevoegde dat veel organisaties die mening zelf ook zijn toegedaan.

Koenders wil duidelijk maken dat de organisaties die zich met hulp bezighouden niet heilig zijn. Daarbij gaat het hem niet alleen om de particuliere organisaties, oftewel het vooral door het CDA gekoesterde maatschappelijk middenveld, maar ook om de multilaterale instellingen. De discussie hierover zal volgend jaar worden voortgezet als hij zijn plannen ontvouwt over een nieuw stelsel om de ontwikkelingsorganisaties te financieren. Bij dat debat zal ook de doelmatigheid aan de orde komen. Van Koenders mag het. Belangrijkste voor hem is de wetenschap dat er niet aan de omvang van zijn begroting wordt getornd.