In New York, zo leek het, was het gewoon weer 1984

In het vliegtuig naar New York zat ook the hardest working man in showbiz: Armin van Buuren. Koud terug uit Londen, waar hij de prijs voor beste dj ter wereld in ontvangst had genomen, was hij nu op weg naar Amerika. Ik zou hem nog één keer tegenkomen, in de Virgin Megastore aan Times Square, waar zijn afbeelding maar liefst twee verdiepingen besloeg.

Voor het overige hoorde ik geen trance in New York, maar new wave. In bars, restaurants en winkels klonken The B52’s, Duran Duran, Thomas Dolby, New Order. In New York, zo leek het, was het gewoon weer 1984. Zelfs in de club dansten we op een remix van de Rolling Stones’ Emotional Rescue (1980) waarin Mick Jagger klonk als een dolgedraaide Mickey Mouse. Alsof een nieuwe dageraad zich nooit had aangediend na R.E.M’s It’s the end of the world (1987).

Die jaren tachtig hausse beperkte zich overigens niet tot New York en lijkt voorlopig ook niet op te houden. De afgelopen maanden regende het releases van muzikanten die hun grootste successen twintig jaar geleden boekten.

The B52’s bijvoorbeeld. Op het album Funplex klinken ze als vanouds: springerige gitaren, rare observaties en de heldere samenzang van Kate Pierson en Cindy Wilson. Maar er is weinig aan toegevoegd, waardoor je het allemaal wel eens eerder hebt gehoord, en beter ook, in nummers als Rock Lobster en Planet Claire.

Dan brengt The Cure het er met 4:13 Dream beter vanaf. De muziek is rijker dan voorheen, en Robert Smith en kornuiten klinken volwassener. The Reasons Why is mooi gearrangeerd, Sirensong is met zijn slide-intro gedurfd. Nadeel blijft de huilerige stem van Smith die me nooit heeft kunnen bekoren, ook niet toen ik vijftien was.

De ‘tachtiger’ die echt verrast, is Grace Jones. Met haar donkere blik, dreigende stem, afgemeten woorden en album Nightclubbing zette ze in 1981 de toon. Maar op de cd Hurricane die vorige week uitkwam, klinkt ze opvallend zacht. Haar stem meandert met de muziek; haar teksten verhalen onder meer over het moederschap. In een van de mooiste nummers op het album, Williams’ Blood, wordt Jones’ meerstemmig gospelzang verwarmd door violen.

Natuurlijk refereert de uitgekiende mix van disco en reggae aan haar successen van weleer, en ook kan ze nog altijd duister en donker klinken, maar nergens heb je het idee dat je naar een opgewarmd kliekje luistert - daar heeft een hele reeks beroemde producers, onder wie Sly & Robbie, Brian Eno en Tricky, wel voor gezorgd.

En in New York, braken de jaren negentig daar nooit meer aan? Jawel. Op verkiezingsavond op Times Square, waar duizenden mensen zich hadden verzameld om Barack Obama’s overwinning te vieren. Een van hen had een krakkemikkige gettoblaster bij zich. En daaruit hoorden we het overbekende basloopje van Lou Reeds Walk on the Wild Side al aankomen, en daarna A Tribe Called Quest met de vraag Can I kick it ? Waarop het hele trottoir uitbarstte in een machtig ‘YES WE CAN!’

Toen was het heel even 1990 in New York.