In Doodstil wemelt het van rampspoed

Bies van Ede: Doodstil. TM Trademark/Foreign Media Books, 235 blz. € 17,95.

Van kinderboekenschrijver naar thrillerauteur. Het lijkt zo langzamerhand een vanzelfsprekende carrièrestap. Na onder andere Lieneke Dijkzeul, Jan Terlouw en Simone van der Vlugt, is nu ook Bies van Ede aan het thrilleren geslagen. En hoe!

Doodstil is een opmerkelijk, nee een maf boek. Het is een baksel van horror, thriller, parodie en actualiteit, aangemaakt met veel bloed en met meesterhand bereid. Want dat laatste is absoluut het meest opmerkelijk voor een thriller uit de Nederlandse gaarkeuken: dit boek is vakkundig geschreven.

Het eerste dat opvalt aan Doodstil is de Raymond Chandler-achtige sfeer. De verteltoon is aangenaam over the top: ‘Ik had het gevoel dat meer roken dan ik deed fysiek onmogelijk was en mijn reflexen sluimerden in het zachte bed van de dagelijkse kater.’ De hoofdpersoon is het type ruwe bolster, compleet met drankprobleem, die eeuwig brandende sigaret, een moeizame omgang met het andere geslacht en veel te losse handjes. Alle vrouwen in het boek zijn te mooi.

Wanneer de held met het autoriteitsprobleem niet in een jaren-dertig mobiel staat te posten voor een bordeel aan de Amerikaanse westkust, maar in een kroeg in Groningen bier zit te hijsen, wordt duidelijk dat dit een parodie is. Van Ede levert geen bloedserieuze fictie waarin de lezer zich overgeeft, maar speelt een spel met de traditie van het thrillergenre.

Voormalig politieman Vincent Koning lijdt aan de bloedziekte Creutzfeldt-Jakob, het gevolg van een broodje hamburger met BSE uit een ver verleden. Dat maakt hem extra alert wanneer hij wordt geconfronteerd met illegale vleestransporten. Na een – onmiddellijk gewelddadig – conflict raakt hij betrokken bij een zaak die steeds complexer en onwerkelijker wordt. Geïnspireerd door de opzettelijke hiv-besmettingen op Groningse seksfeesten fantaseert Van Ede vrolijk voort op het thema bloed, tot de zieke Vincent Koning zelf in aanraking komt met duiveluitdrijvers en vampiers.

Doodstil is behalve de titel van het boek ook de naam van een Gronings dorp dat een prominente rol speelt in het boek. Het is bovendien een liedje dat Koning tot vervelens toe op de radio hoort. De uitvoerende Normaal-achtige band heet Tranendal, een naam ontleend aan alweer zo’n poëtisch Gronings plattelandsdorp. Ook die band begint gaandeweg een rol te spelen in het verhaal. Aan één keiharde wet van het genre houdt Van Ede zich namelijk bijzonder getrouw: alle details hangen samen, alle draden worden afgehecht – hoe ongeloofwaardig ook.

Met dwarse redeneringen, snelle plotwendingen, brute humor en een kakelbonte verzameling verhaalelementen had Doodstil alle kans om totaal mislukken. Dat dat niet is gebeurd, is louter te danken aan de inventieve stijl van een schrijver met lak aan alles. Lees zelf maar: ‘Misschien waren de meeste mensen diep in hun hart wel op zoek naar zo’n God, een die op gewijde akkers meer gras liet groeien, die ingezegende dieren vruchtbaarder maakt en zorgde dat je auto gemakkelijker door de apk kwam.’