Ik herken me niet in de kritiek en was nog graag doorgegaan

Dat minister Vogelaar een probleem en een last voor haar partij was, was niet nieuw.

De openlijke manier waarop haar partij haar liet vallen wel.

Er werd al weken over gespeculeerd. Moest PvdA-leider en minister van Financiën Wouter Bos, nu hij het door zijn optreden in de kredietcrisis in de peilingen goed doet, de kans grijpen om van zijn partijgenoot minister Ella Vogelaar af te komen? Dat Vogelaar een last was voor haar partij, was al tijden duidelijk. De vraag was alleen wat schadelijker was: een worstelende minister, of een aftredende?

Dat antwoord is nu gegeven. Gisteravond kreeg Vogelaar van haar partijleider te horen dat de PvdA geen vertrouwen meer in haar heeft. Ze gaf rond tien uur ’s avonds een persconferentie waarin ze met zichtbare tegenzin haar aftreden bekendmaakte. In de Haagse verhoudingen is het uniek dat een partij de eigen minister zo openlijk ten val brengt. Vogelaar nam op haar beurt hard afstand: ze verweet de PvdA dat er na de moord op Pim Fortuyn nog geen helder antwoord was gevonden op de problemen rond de integratie van allochtonen.

Twee misstappen van Vogelaar de afgelopen twee weken leken haar eigen partij te veel te worden. Eerder deze week maakte ze onverwacht bekend dat er geen aparte databank voor Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren zou komen, iets waar het kabinet en de PvdA-fractie juist voor is. En vorige week nog diende de SP een motie van wantrouwen tegen de minister in wegens haar optreden rond de uit de hand gelopen aankoop en renovatie van een schip, de ss Rotterdam.

Het waren slechts de laatste incidenten in een onrustig ministersschap dat twee jaar duurde. Dat Vogelaar het als minister voor Wonen, Wijken en Integratie op het ministerie van VROM niet makkelijk had, werd al vrij snel naar haar aantreden duidelijk. In haar twee jaar als bewindspersoon maakte een combinatie van problemen binnen haar portefeuille en regelmatige onhandige publieke optredens haar tot een probleem voor haar eigen partij. Terwijl Vogelaar juist de verantwoordelijkheid kreeg voor onderwerpen die voor de PvdA cruciaal zijn: integratie en de aanpak van achterstandswijken. Tragisch dieptepunt in haar niet altijd succesvolle mediaoptreden was een interview op de website van Geen Stijl toen zij zich uit de tent liet lokken door interviewer Rutger Castricum en wegliep van de camera. De door de PvdA inderhaast ingeroepen hulp van spindoctor Dig Istha mocht niet baten. Hij had naar eigen zeggen slechts één gesprek met haar en richtte zich daarna op die andere PvdA-minister met een ‘mediaprobleem’: Jacqueline Cramer (Milieu).

Als minister van Wonen, Werken en Integratie had ze geen eigen departement. In de Haagse verhoudingen is dat vaak een recept voor problemen gebleken: wie geen eigen departement bestuurt, heeft in Den Haag weinig macht. Dat bleek later ook, toen ze, zei ze gisteren zelf in haar verklaring, niet het geld kreeg dat ze nodig had om achterstandswijken aan te pakken.

Het was in het begin van haar ministerschap haar toon op integratiegebied die vooral rechtse partijen op de kast joeg. In een tijd waarin het debat over integratie op harde toon wordt gevoerd, baarde Vogelaar opzien door veel begrip en geduld te tonen voor de moeilijkheden van integratie. Toen ze in een interview beaamde dat in Nederland over een paar honderd jaar mogelijk sprake zou zijn van een joodse/christelijke/islamitische traditie, werd ze door PVV-leider Geert Wilders uitgemaakt voor „knettergek”. Hij diende direct een motie van wantrouwen tegen haar in.

Maar ook met haar eigen partijleider kon Vogelaar het niet eens worden over de toon van het integratiedebat. Toen Wouter Bos in een interview zei dat politici niet bang moesten zijn om te polariseren, zei Vogelaar een paar dagen later het tegenovergestelde.

De ‘knettergek-motie’ was de eerste van een lange reeks incidenten die Vogelaar in de verdedigingen drongen. Haar langstslepende probleem, en de kwestie die voor de meeste wrevel bij de eigen partij en coalitiegenoot CDA zorgde, is haar aanpak van de door haarzelf aangewezen veertig probleemwijken in Nederland.

Daarvoor had Vogelaar de steun nodig van de woningcorporaties, maar daarmee ontwikkelde ze een moeizame relatie. Vogelaar had zelf nauwelijks budget om te investeren in de veertig achterstandswijken. Het kabinet vond dat corporaties het overgrote deel van de wijkverbetering moesten betalen. Die hadden daar geen zin in – de winstbelasting die het kabinet tegelijkertijd aan de corporaties oplegde verhoogde hun animo niet. Overleg met de corporaties mislukte, waarna Vogelaar een heffing oplegde. Ook nadat de medewerking werd afgedwongen, kwam daadwerkelijke actie in de wijken maar traag van de grond.

Dat leverde kritiek vanuit de eigen partij op, meestal intern. Diederik Samsom, PvdA-Kamerlid, viel haar openlijk af. In een interview met de Volkskrant in mei van dit jaar zie hij: „Het idee was om de wijkaanpak een icoon voor het grote verhaal te maken, maar het is een icoon geworden voor klein gepruts.” Ook Kamerlid Hans Spekman, oud-wethouder voor de PvdA in Utrecht, liet zich kritisch uit. Hij zei een maand geleden in Vrij Nederland dat Vogelaar geen verstand van wijken heeft. „Dat kan nog komen, maar ze heeft het nog niet laten zien.”

Een ander dossier dat haar de laatste weken veel problemen opleverde was de uit de hand gelopen aankoop en renovatie van de ss Rotterdam. De Rotterdamse woningcorporatie Woonbron had het schip gekocht met het plan daar een spraakmakend hotel- congres- en theatercentrum van te maken. De kosten stegen binnen twee jaar van 6 naar bijna 200 miljoen euro. Hoewel de motie van de SP werd afgewezen, kreeg de minister van alle partijen kritiek op haar passieve optreden bij deze financiële ontsporing.

Haar stijl deed Vogelaar ook geen goed. De beeldvorming was slecht, zo gaf ze gisteravond ook toe. TV-optredens waren vaak schadelijk voor haar imago, ze voelde zich daar slecht op haar gemak, zo leek het. Kritische Kamerleden konden scherpe tegenaanvallen verwachten als ze aan de geboekte resultaten van de minister twijfelden. Het maakte haar niet populair.

Bij haar aankondiging van haar vertrek was die karaktereigenschap weer zichtbaar: ze legde uit dat het goed ging met de wijkenaanpak, bekritiseerde haar eigen partij voor de manier waarop die omgaat met het integratievraagstuk en zei zich niet te herkennen in de kritiek van de eigen partijleiding op haar functioneren. Ella Vogelaar had graag verder willen gaan, maar de verdere weg werd haar door haar eigen partij versperd.

Bekijk het Geen Stijl-filmpje via nrcnext.nl/links