Hij leeft van liefdadigheid

Zonder echte ploeg en steun van de bond heeft veldrijder Mariusz Gil het moeilijk.

Toch heeft hij zich met hulp van twee Belgische vrienden bij de subtop gevestigd.

Het Wilhelmus klinkt voor Lars Boom, die zijn eerste veldrit van dit seizoen heeft gewonnen. Ondertussen verdringt de Belgische pers zich rond Sven Nys, die als derde is geëindigd. Ook druk is het bij Richard Groenendaal, die zijn laatste professionele rit reed. Ergens achteraf staat de Poolse renner Mariusz Gil, die zondag bij de veldrit in Pijnacker als 38ste over de finish kwam.

Gil is de enige Pool die deelnam aan de wedstrijd. „Veldrijden is ook helemaal niet populair in mijn land”, zegt hij. „De Poolse wielerbond erkent het niet eens omdat de sport niet olympisch is.” In België en Nederland is veldrijden wel een bekende sport. Daarom is het voor Gil moeilijk om met renners uit die landen te concurreren. „Het lukt net, maar het is voor mij best moeilijk om rond te komen van het veldrijden. Daar hebben jongens als Nys en Boom geen last van.”

De 25-jarige Gil uit Strzelce Krajenskie kijkt met bewondering naar het publiek dat op de wedstrijd in Pijnacker is afgekomen. „De grote opkomst ben ik inmiddels wel gewend, maar zoiets kom je in Polen niet tegen.” Behalve dat hij geen steun krijgt van de bond, heeft Gil ook geen echte ploeg. De Pool rijdt bij de Italiaanse ploeg Guerciotti/Van de Veire, maar die bestaat alleen op papier. „We hebben geen ploegleider en we trainen ook niet met elkaar. Ik moet eigenlijk alles zelf doen.” Gil krijgt alleen zijn fietsen van de ploeg. „Gelukkig heb ik twee Belgische vrienden die mij bijstaan, Freddy Hollebosch en Wilfried van de Keere.”

De wereld van het veldrijden is klein en via via leerde de renner Hollebosch kennen, een liefhebber van de sport. „Vier jaar geleden stond Gil ineens bij mij voor de deur met de vraag of ik hem kon helpen”, zegt Hollebosch. „Dat deed ik, want anders had die jongen moeten stoppen met rijden.” Hollebosch staat de Poolse renner financieel bij, hij betaalt de tickets en het benzinegeld dat Gil nodig heeft om bij de wedstrijden te komen. Ook bekostigt Hollebosch de herbergen waar Gil, Van de Keere en hij verblijven in de nacht voor een wedstrijd. Puur uit liefdadigheid. „Zijn prijzengeld en startgeld mag hij houden, daar hoef ik niet in mee te delen. Anders kan hij helemaal niet rondkomen.”

Tijdens het seizoen woont Gil, die in Polen een vriendin en een zoontje van één jaar oud heeft, het grootste deel van de tijd in de Belgische plaats Waarschoot bij Van de Keere. „Op een dag vroeg Freddy mij of ik nog plek had voor een wielrenner”, zegt Van de Keere, net als Hollebosch een liefhebber van het veldrijden. „Eerder hebben er ook al renners bij mij gewoond. Ik heb de ruimte, dus waarom niet? En ik vind het niet eerlijk dat Mariusz zo weinig kansen krijgt vanwege het simpele feit dat hij uit Polen komt. Andere renners hebben het veel beter voor elkaar, hen komt alles aangewaaid.”

Van de Keere woont samen met zijn vrouw en Gil heeft de bovenverdieping van hun huis betrokken. „Hij is ongeveer twee weken hier en dan weer een week in Polen”, zegt Van de Keere. „Het is geen grote woning, maar hij heeft gewoon een tv staan, dus het kan ermee door.” Van de Keere zorgt tijdens de wedstrijden ook voor de fietsen van Gil. „Ik doe de kleine reparaties. Voor het grote onderhoud brengen we de fietsen naar een fietsenhandel.”

Gil eindigde drie jaar geleden als tweede op het WK voor beloften en vorig jaar stond hij aan het eind van het seizoen op de dertigste plaats van de wereldranglijst. „Het is een jongen met talent”, meent Hollebosch. „Hij zou ook veel beter kunnen, maar hij moet het met veel minder middelen doen dan de meeste renners.” Daarnaast is volgens de begeleider het heen en weerreizen tussen Polen en België een zware belasting. Zo kwam Gil pas de avond voor de wedstrijd in Pijnacker aan in België. Dat ging ten koste van zijn voorbereiding. „Het is logisch dat hij bij zijn vrouw en kind wil zijn, maar daardoor kan hij niet optimaal presteren.”

Of hij de top ooit zal halen, durft Gil niet te zeggen. „Ik hoop het, maar dan zal er een hoop moeten veranderen, vooral op financieel gebied.”