Gokken zou de superbelegger het niet willen noemen

Vijf hedgefondsmanagers, goed voor een jaarinkomen van minimaal 1,5 miljard dollar per persoon, getuigden gisteren in het Amerikaanse Congres.

Woord van de dag: schaduwbanken. Zo omschreven Congresleden gisteren de speculatieve hedgefondsen in een hoorzitting waar vijf van de machtigste bestuurders van dit type beleggers kwamen getuigen over hun rol in de kredietcrisis.

Omdat zij zelden in de openbaarheid treden en er nauwelijks informatie beschikbaar is over de wijze waarop de naar schatting 9.000 fondsen beleggen, werden de getuigen maar geselecteerd op hun financiële verdiensten: de inkomens van de vijf liepen vorig jaar uiteen van 1,5 tot 3,7 miljard dollar. Democraat Elijah Cummings: „Vanochtend vroeg mijn buurman: hoe voelt het om straks tegenover vijf burgers te zitten die meer geld hebben dan God?”

„Financieel heb ik het extreem goed gedaan”, stelt Philip Falcone van Harbinger Capital Partners, die graag uitvoerig stilstaat bij zijn bescheiden komaf. Hij was de jongste van negen kinderen, groeide op in een huis met drie slaapkamers in een arbeiderswijk, zijn vader verdiende niet meer dan 14.000 dollar per jaar, zijn moeder werkte in een T-shirtfabriek. „Niet iedereen die aan het hoofd staat van een hedgefonds is geboren op Fifth Avenue. Dat is het mooie van Amerika. En van deze sector.”

Investeerder, filantroop en donateur aan Democratische politici George Soros had zijn laatste boek voor zich op tafel gelegd. Hij verwees er met plezier naar en achteraf liep een Democratisch Congreslid er trots mee rond.

Verrassend tijdens de hoorzitting was dat enkele van de machtigste hedgefondsbestuurders niet a priori negatief staan tegenover meer (in hun woorden: „beter”) overheidstoezicht. Dat zagen maar weinigen aankomen: eerder was de sector die circa 2.000 miljard dollar belegt daar juist tegen.

Soros was de meest uitgesproken voorstander van meer toezicht en strengere eisen aan de financiële staat waarin fondsen zoals dat van hem moeten verkeren, ingegeven door zijn overtuiging dat „excessieve deregulering juist de kern is van deze crisis”. Als het maar niet doorschiet. „Toezichthouders zijn niet alleen mensen, ze zijn ook bureaucratisch en vatbaar voor politieke invloeden.”

Alleen Kenneth Griffin van Citadel Investment Group is tegen. Hij gelooft juist dat fondsen vrij laten stabiliserend werkt op financiële markten, omdat ze risico’s nemen die anderen niet durven of mogen nemen. „Laat ik direct zijn. We heben last van een financiële tsunami, maar de bloedbaden die ik zie zijn slechts bij gereguleerde instituten.” En nog iets. „Openbaar maken waarin we investeren is net zoiets als Coca-Cola vragen het recept te onthullen.”

Griffin voorziet in dat geval het einde van zijn sector. Zegt het Democratische Congreslid John Tierney: „Mijn achterban zal denken: als zij omvallen, wat dan nog? Het zijn toch maar een paar superrijken. Maar ook gepensioneerden en studenten verliezen dan via een omweg hun geld.”

De vraag is dan of de vijf vrezen dat het omvallen van een groot hedgefonds desastreuze gevolgen voor het mondiale financiële stelsel heeft. Het antwoord is ja. Waarop een vaderlandslievend half uur aanbreekt. Griffin vindt dat de sector met rust gelaten moet worden „om Amerikaanse gezinnen aan het werk te houden”, en zegt dat „zijn hart breekt als hij Canary Warf bezoekt”, het zakencentrum van Londen, „omdat daar geld verdiend wordt door werknemers die híér horen”. En John Paulson, in Nederland bekend als activistische grootaandeelhouder bij Stork, is „als Amerikaan trots op het leiderschap van de VS in zijn bedrijfstak, op de banen die gecreëerd zijn, op de exportinkomsten die we voor ons land hebben verzorgd en op de belastingen die we afdragen”.

Democratische Congresleden uiten dan opnieuw kritiek op de omweg waarlangs hedgefondsbestuurders over het grootste deel van hun inkomsten slechts 15 procent belasting hoeven te betalen.

Paulson zit met zijn inkomen ver boven het gemiddelde van de mannen links en rechts van hem. Hij verdiende vorig jaar naar schatting 3,7 miljard dollar door tijdig de implosie van de Amerikaanse huizenmarkt en de daarop volgende kredietcrisis te voorzien. Nooit eerder werd zo veel en zo snel verdiend met beleggen.

Wat wist u allen dat wij niet wisten, is de vraag. Het antwoord: vakwerk. Paulson zegt bijvoorbeeld nooit te kijken naar het werk van kredietbeoordelaars, zelf gedetailleerde en tijdrovende financiële analyses op te stellen. Een Congreslid concludeert daarop dat Paulson simpelweg minder gegokt heeft dan andere financiële instellingen. Voor het eerst reageert hij pinnig: „Ik geef er de voorkeur aan het woord gokken niet te gebruiken.”